/** * */

Aviatik D.I

Aviatik D.I "Berg D.I"
Omschrijving: tweedekker van Oostenrijk-Hongarije
Gebouwd door: Vooral de Österreichisch-Ungarische Flugzeugfabrik Aviatik. Maar kreeg ook hulp van de fabrikanten Lohner, Lloyd, MAG, Thöne und Fiala en WKF
Bouwjaar: 1917-1918
Functie: escortejager
Max. snelheid: 185 km/u
Motor (type / vermogen): 1× Austro-Daimler watergekoelde lijnmotor / 200 pk (147 kW)
Plafond: 6125 m
Actieradius: 2u en 30 min
Afmetingen (spanwijdte / lengte / hoogte) en

vleugeloppervlak:

6,86 m / 8,1 m / 2,48 m; 21,85 m²
Gewicht: 610 kg (leeg), 852 kg (max.)
Bemanning: 1
Wapensystemen: 2x 8mm Schwarzlose machinegeweren
Aantal gebouwd: tussen 600 en 700
Gebruik: Kaiserliche und Königliche Luftfahrtruppen
Bijzonderheden: eerste jachtvliegtuig gebouwd door Oostenrijk-Hongarije.

Inhoud

Inleiding

De Aviatik D.I was een jachtvliegtuig dat werd gebouwd door de Österreichisch-Ungarische Flugzeugfabrik Aviatik, de Aviatik fabriek in Oostenrijk-Hongarije, met steun van verschillende andere fabrikanten (zie tabel). Het ontwerp was van Julius von Berg en het toestel kreeg hierdoor ook wel de benaming Berg D.I. Het was het begin van de Aviatik D-types die bestaan uit de Aviatik D.I, D.II, D.III en de Dr.I. Allemaal tweedekkers, uitgezonderd de Dr.I die een "Dreidecker" was. De fabriek bouwde enkel B-Types tot in 1917 toen Julius von Berg twee nieuwe types ontwierp, de C en de D-Types. Het was de Aviatik C.I en de Aviatik D.I. De Aviatik C.I was een verkenningsvliegtuig, terwijl de Aviatik D.I een jachtvliegtuig was.

De testfase

Het prototype werd aangeduid als Aviatik 30.14 en werd zonder wapens voorzien. Op 16 oktober 1916 werd het getest in Aspern door Ferdinand Konschel. Maar de test liep niet volgens plan zodat het verongelukte met de piloot (die de klap niet overleefde). Verdere aanpassingen zorgen voor een tweede test. Deze keer had men drie prototypes gemaakt: Een prototype voor op de grond (Aviatik 30.19), een voor in de lucht (Aviatik 30.20) en een als reserve (Aviatik 30.21). De drie prototypes werden deze keer voorzien met de twee 8mm Schwarzlose machinegeweren. De test werd op 27 januari 1917 met goede resultaten gedaan zodat het kort nadien werd goedgekeurd en vanaf 1917 geproduceerd als het eerste type jachtvliegtuig dat in Oostenrijk-Hongarije in massaproductie werd genomen.

Ontwerp

Het ontwerp was nogal afwijkend van wat gebruikelijk was. De radiator zat vooraan in de puntige neus achter de propeller. Hierdoor had de radiator onmiddellijk wind (vooral van de propeller) om de 200pk zware Austro-Daimler automotor af te koelen. De propeller had meestal twee bladen, maar bepaalde exemplaren werden voorzien met een vierbladige propeller. Met zijn hoge romp zat de piloot diep in het toestel, beschermd door een kap achter hem en kijkend door het nauwe opening tussen de romp en de bovenste vleugel. Bovendien werd zijn zicht nog eens belemmerd door een enorme radiateurdop op de neus voor het vullen van water. De uitlaat bevond zich rechts van het toestel. Aan beide zijden van de motor bevonden de twee gesynchroniseerde 8mm Schwarzlose machinegeweren.

Nadelen

De vleugels waren zo dun dat ze vaak vervangen moesten worden omdat ze vervormd waren. Latere versies kregen hierdoor dikkere vleugels. Alhoewel het ontwerp nogal vreemd uitzag had het toestel goede vliegeigenschappen. Het was een zeer gemakkelijk bestuurbaar toestel, goed manoeuvreerbaar en kon goed klimmen. De piloot zat in een zeer comfortabele cockpit met een prima zicht rondom (alleen het uitzicht naar voren was nogal beperkt). Ook was het toestel snel, 185 km/u. Maar toen het toestel in het najaar van 1917 in dienst werd genomen vielen de negatieve punten al snel op bij de mensen die het moesten gebruiken, de piloten. De machinegeweren raakten vaak vast (wat normaal was in die tijd) en de piloten konden ze tijdens de vlucht niet herstellen omdat ze buiten het bereik waren. Later werden betere machinegeweren geplaatst zodat dit probleem minder voorkwam. Ondanks de plaatsing van de radiateur had de motor de neiging om oververhit te raken. Veel piloten verwijderden de motorkap zodat de motor beter kon afkoelen. Daarbij kwam het probleem van de vleugels die (zoals eerder werd vermeld) vaak vervangen moesten worden omdat ze vervormd werden. Hoewel de piloten niet aan het toestel werkten moesten zij het toch doen met die vleugels. Vervormde vleugels = slechte prestaties.

Inzet

Ondanks de negatieve punten en de reeds in dienst genomen Albatros D.III, bleef het toestel tot het eind evan de oorlog in dienst. Meestal als escortejager op de Oostelijke, Italiaanse en Balkan fronten. Uit de D.I kwam de D.II voort die voorzien werd van dikkere vleugels, en de bovenvleugel werd nog lager geplaatst. Ze werden in het najaar van 1918 geproduceerd. De D.III was een D.II die werd voorzien met een zwaardere motor. En de Dr.I was een driedekker, maar ging niet verder dan het prototype. Van de hele serie kwam enkel de D.I in actie tijdens de oorlog, omdat die toen al op zijn einde liep.

Afkomstig van WO1Wiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://forumeerstewereldoorlog.eu/wiki/index.php/Aviatik_D.I"
Personal tools