Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Sir Arthur Conan Doyle

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Mystiek en religie Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45444

BerichtGeplaatst: 08 Mei 2006 9:06    Onderwerp: Sir Arthur Conan Doyle Reageer met quote

Geesten vaarwel
De stille verdwijning van het spiritisme


Spreken met de doden. Volgens velen was het de religieuze revolutie van de 19de eeuw. Maar de bewijzen bleven uit, en de tijdgeest waaide verder.

Sir Arthur Conan Doyle, de geestelijke vader van Sherlock Holmes, was een zeer vaardig spreker in het openbaar. Hij had die vaardigheid ook al vele malen ingezet in zijn niet aflatende strijd tegen allerlei vormen van maatschappelijk onrecht. Maar toen hij die dag het spreekgestoelte in de British Artists' Gallery besteeg, was hij weer bijna net zo zenuwachtig als de eerste keer. Conan Doyle wist dat hij een stap ging zetten die het verloop van zijn leven diepgaand zou beïnvloeden. Hij zou partij kiezen voor het spiritisme. De zaal was afgeladen met leden van de London Spiritualist Alliance.

Hij had er lang over nagedacht, zo vertelde hij, en hij legde omstandig uit welke stadia van ongeloof en half geloof hij allemaal had afgelegd. Maar, zo vervolgde hij in de net iets te pompeuze stijl die hem in dit soort zaken eigen was: 'Wanneer een onderzoeker zich heeft vergewist van de realiteit van de verschijnselen, heeft het geen zin daar verder over na te denken. Het ware onderwerp van onderzoek is ons vertrouwen geven in de toekomst en geestelijke kracht nu, een helder inzicht in de vergankelijke aard van de materie en de onthulling van de eeuwige waarden voorbij alle schijn van tijd en zintuiglijke ervaring de dingen die werkelijk eeuwig zijn, die glorieus en majestueus voortgaan in de eeuwen.'

Dat was op 25 oktober 1917. De Eerste Wereldoorlog sleepte zich al ruim drie jaar voort en had miljoenen de dood ingejaagd. De gestage stroom telegrammen met 'tot onze grote spijt...' hield onverminderd aan. Moeders en vaders zagen hun zonen nooit meer terug. Alleen het spiritisme beloofde dat het de gevallenen terug kon brengen, als schimmen weliswaar, schuifelend in het schemerduister tijdens een zogenoemde seance, maar toch.

Drie jaar bloedige oorlog had de belangstelling voor het spiritisme tot ongekende hoogte aangewakkerd. De beweging was in de jaren daarvoor verguisd, belachelijk gemaakt, overleden verklaard, maar de barre oorlogsjaren hadden laten zien dat de behoefte aan een leven na dit leven allesbehalve dood was. En nu was daar de beroemde Arthur Conan Doyle, een alom gerespecteerde Brit, beroemd auteur en energiek verdediger van de grondrechten van de Britse burger. Hij had een nieuw doel gevonden: de overwinning van het spiritisme op het platte materialisme.

Kort daarop omschreef hij zijn nieuwe geloof in het elitaire weekblad Strand Magazine als 'the great gift that has been granted in our time'. De redactie keek vreemd op van zijn bekering (die in tegenstelling tot wat Conan Doyle beweerd had, voor zijn vrienden als een donderslag bij heldere hemel kwam) maar men wist dat ieder artikel met daarboven 'Conan Doyle' een forse stimulans betekende voor de verkoop. Ook deze keer, zo bleek. Maar in de daaropvolgende jaren bleef hun sterauteur zeuren over zijn nieuwe geloof en zou dat effect volkomen verdwijnen.


Spirituele whisky

Conan Doyles bekering werd waarschijnlijk veroorzaakt door een van de boodschappen die Lily Loder-Symonds, een vriendin van zijn vrouw Jean Leckie, door middel van automatisch schrijven 'doorkreeg'. Dat was in mei 1915, kort na de torpedering van het Amerikaanse passagiersschip Lusitania, waarbij 1200 mensen verdronken. 'Vreselijk, vreselijk,' schreef de hand van Lily, 'en het zal grote invloed hebben op de Oorlog.' Ze kreeg gelijk. In 1917 verklaarden de vs de oorlog aan Duitsland en een van de redenen daarvoor was de onbeperkte duikbootoorlog (het zonder waarschuwing torpederen van schepen) waarvan de Lusitania het eerste grote slachtoffer was geweest.

Later zou Lily, die zelf drie broers had verloren in de oorlog, boodschappen doorgeven van Malcolm, Jeans omgekomen broer. Opmerkelijke boodschappen, vond Conan Doyle, en aangezien hij zich niet kon voorstellen dat een zo zwaar getroffen bekende hem zou bedriegen (andere verklaringen kon hij blijkbaar niet bedenken), viel hij voor 'de realiteit van de verschijnselen'.

Misschien was medelijden met alle nabestaanden in Groot-Brittannië wel zijn voornaamste drijfveer. Zo ook met Oliver Lodge, beroemd fysicus en voorzitter van de Society for Psychical Research (SPR). Die had in 1915 zijn zoon Raymond verloren in de loopgraven van Ieper. Lodge en zijn vrouw, beiden spiritisten, zochten contact met hun zoon via een medium. Raymond, zo vertelde het medium (of beter: de geleidegeest die via haar mond het woord deed), woonde nu in Summerland, waar het de overgegane zielen aan niets ontbrak zelfs niet aan whisky en sigaren. Lodges boek over zijn spiritistische ervaringen, Raymond (1916), werd door de recensenten met hoongelach ontvangen. Voor Conan Doyle was zoiets beneden alle peil. In een sympathiek briefje feliciteerde hij de auteur en zijn zoon.

Als Conan Doyle ergens voor ging, dan was dat ook voor de volle honderd procent. Hij reisde stad en land af, gaf honderden lezingen, bezocht tientallen seances (en toonde zich na afloop steevast onder de indruk van de gaven van het medium) en schreef brief na brief aan autoriteiten en kranten. Lodge was altijd een voorstander geweest van de zachte, intellectuele aanpak. Hij werkte zorgvuldig aan zijn netwerk en probeerde de massa van maar al te goedgelovigen een beetje in het gareel te houden. Doyle koos voor een totaal andere aanpak: het uitdagen van die zogenaamde autoriteiten staande voor een zaal vol enthousiaste gelovigen. 'Ik hoef niets te bewijzen', zei hij dan. 'Ik wéét dat het waar is.' Hij werd de Paulus van het spiritisme genoemd.

Zijn eerste geloofsbelijdenis werd door de ongelovige buitenwacht met verbazing maar ook met respect ontvangen; anders werd dat na de oorlog toen werken als The New Revelation (1918) en The Vital Message (1919) duidelijk maakten dat het hier geen tijdelijke, door oorlogslijden veroorzaakte bevlieging betrof maar een hardnekkige levensvervulling. Zijn bijdragen werden met steeds grotere wrevel gelezen. Volgens de anglicaanse kerkleiders, bijeen in oktober 1919, bedreigden Doyle en zijn medestanders 'de morele, mentale en spirituele grondslag van het land'. Zijn antwoord: 'Als deze mensen niet zo blind waren geweest, dan hadden ze ons gezegd: Kom en help ons het materialisme in deze wereld te bestrijden!'


'Geboren uit bedrog'

Een paar maanden later werd hij uitgedaagd tot een openbaar debat door de belangrijkste Britse scepticus van die dagen, Joseph McCabe, van de Rationalist Press Organisation. McCabe omschreef het spiritisme op die elfde maart 1920, in de Londense Queen's Hall, als 'geboren uit bedrog, gevoed op bedrog, en tot op de dag van vandaag overal ter wereld voor een angstwekkend groot deel gebaseerd op bedrog'. Hij besloot zijn betoog met een uitdaging aan het adres van zijn tegenstander: 'Geef mij in uw eerste toespraak vanavond de namen, niet van vijftig, maar van tien professoren van enige naam die in de laatste dertig jaar het spiritisme erkend of verdedigd hebben.'

Conan Doyle nam het woord, benadrukte de overeenkomsten tussen hem en McCabe (wilden beide geen harde bewijzen zien?) en ging ten slotte in op de uitdaging. Hij haalde een klein notitieboekje tevoorschijn. 'Hierin staan de namen van 160 zeer gerespecteerde personen, sommigen van hoge komaf, waaronder veertig professoren. Ik weet niet waarom hij me vroeg me te beperken tot tien; ik heb er hier veertig. En ik verzoek u dringend om niet te vergeten dat deze 160 waarvan ik u hier de namen voorleg, mensen zijn die tot hun grote schade bekend hebben spiritist te zijn. We hebben onder ons vele martelaren gekend.'

Het was een-nul voor Doyle. Vanaf dat moment was de zaal op zijn hand. McCabe had beter moeten weten. Ten eerste dat Doyle dol was op lijstjes met illustere medestanders, ten tweede dat dergelijke lijstjes lang en indrukwekkend waren. Het spiritisme was in wetenschappelijk opzicht natuurlijk zeer controversieel maar rond 1920 beslist nog niet afgeschreven. Vele grote namen hadden zich uitgesproken ten gunste van het spiritisme; nog veel meer waren geïnteresseerd maar hielden hun kruit droog. Oliver Lodge, de voorzitter van de SPR, was een alom gerespecteerd natuurkundige. Twee minstens even beroemde collega's (en Nobelprijswinnaars), Lord Rayleigh en J.J. Thomson, waren jarenlang lid geweest van de SPR.

In Duitsland werd het onderzoek gedragen door Albert Freiherr von Schrenck-Notzing. Zijn monumentale werk Materialisationsphänomene (1913), hoofdzakelijk gewijd aan onderzoek met het beroemde medium Eva Carrière, vormde de aanleiding voor felle discussies. In Frankrijk was het de medicus Charles Richet die zich met grote kracht inzette voor de spiritistische zaak. Richet, die in 1913 de Nobelprijs voor medicijnen had gekregen voor zijn immunologisch onderzoek, had er vele decennia van spiritistisch onderzoek op zitten. Zo had hij in 1892 het Italiaanse medium Eusapia Palladino onderzocht en in 1906 Eva Carrière. Aanvankelijk een scepticus (hij weigerde het verslag van de seances met Palladino te ondertekenen omdat hij bedrog niet uitgesloten achtte), raakte hij uiteindelijk overtuigd van de realiteit van de spiritistische verschijnselen.

Die jaren rond de eeuwwisseling waren de hoogtijdagen van het spiritistisch onderzoek. Veel onderzoekers waren ervan overtuigd dat ze de verschijnselen zouden kunnen vangen door steeds strengere eisen te bedenken voor mediums. Daarmee konden ze de pure fraudeurs ontmaskeren en de echte mediums dwingen om bij het uitblijven van de 'echte' verschijnselen terug te vallen op trucjes.


Strenge eisen

Mediums waren, daar waren de meeste onderzoekers het wel over eens, stuk voor stuk kinderlijke, hysterische, oversekste of op z'n minst onbetrouwbare types. Wie weet was een dergelijke 'primitieve' geestesgesteldheid wel nodig om medium te worden; ze hadden er in ieder geval geen moeite mee om klanten en onderzoekers door middel van bedrog tevreden te stellen.

William Crookes, een van de eerste echt grote wetenschappers die voor het spiritisme viel, liet de omstandigheden waaronder een seance plaatsvond volledig aan het medium over. Als het om het detecteren van fraude ging, vertrouwde hij volkomen op zijn eigen zintuigen. Een dergelijke naïeve aanpak was rond 1900 onmogelijk geworden. Onderzoekers bouwden langzaam maar zeker een uitgebreid repertoire aan controlemaatregelen op. Rond 1870 mochten mediums simpelweg in hun kabinet (dat wilde meestal zeggen: achter een gordijn) gaan zitten en werd het licht daarna gedoofd; rond 1900 werden ze na een uitgebreid en intiem lichamelijk onderzoek in een naadloze zak gestopt, vastgesnoerd, klemgezet en met elektrische bewegingsverklikkers behangen.

De mediums protesteerden fel tegen deze mensonwaardige aanpak en het spiritistisch onderzoek viel kort daarna in twee kampen uiteen. Aan de ene kant de onderzoekers die meenden dat er sprake was van zóveel verschillende en zúlke sluwe vormen van bedrog dat het onderzoek onder nóg strenger gecontroleerde omstandigheden plaats moest vinden. Een voorbeeld daarvan is von Schrenck-Notzing. Kort na het verschijnen van zijn boek werd duidelijk dat hij door Eva Carrière bedrogen was en in daaropvolgende seances, met de broers Willi en Rudy Schneider, legde hij werkelijk onwaarschijnlijk strenge eisen aan. (De verslagen van de seances met de Schneiders zijn ook in wezen niet te verklaren.)

De andere partij meende dat deze aanpak het verschijnsel alleen maar geweld aandeed; dat de nadruk veel te veel was komen te liggen op het detecteren van bedrog en (mocht er toch iets 'onverklaarbaars' gebeurd zijn) het met alle macht verzinnen van een verklaring. Volgens hen werd het hoog tijd dat de mediums weer meer vrijheid kregen en dat de onderzoekers accepteerden dat er tijdens seances onverklaarbare fenomenen optraden en nu eens de verschijnselen gingen onderzoeken. Een vertegenwoordiger van deze tweede stroming was Richet, die in zijn Traité de Métapsychique (1922) als volgt afstand nam van zijn oude scepticisme ten opzichte van de aanpak van Crookes: 'De verering van modieuze ideeën [het materialisme, hb] was zo overweldigend dat er geen moeite werd gedaan Crookes' beweringen te bevestigen of te weerleggen. Je maakte ze gewoon belachelijk, en ik schaam me te moeten bekennen dat ik tot deze welbewust blinden behoorde. In plaats van de moed van een erkende wetenschapper te bewonderen die toen, in 1872, durfde te zeggen dat geesten gefotografeerd konden en dat hun hartslag gehoord kon worden, lachte ik.' Ook Conan Doyle meende dat het onderzoek zijn beste tijd wel had gehad en dat het nu hoog tijd werd naar de mediums te luisteren in plaats van ze vast te binden. Maar een paar maanden later beging hij een dermate grote blunder dat vanaf dat moment vrijwel niemand nog naar hem wilde luisteren.


Wolkje soldaten

De lezers van Strand Magazine waren inmiddels wel wat van hem gewend, maar wat hij toen in het kerstnummer schreef was werkelijk ongehoord. 'Fairies photographed', luidde de kop. Conan Doyle geloofde in elfjes.

Drie jaar daarvoor hadden twee meisjes, Elsie Wright en Frances Griffiths, foto's gemaakt met daarop een stel vrolijk dansende elfjes. Voorjaar 1920 waren ze in handen gekomen van Conan Doyle en hij (heel ongebruikelijk) aarzelde. Conan Doyle was zelf geen onverdienstelijk amateurfotograaf en goed op de hoogte van fotografische trucjes en wellicht dacht hij juist daarom wel dat hij in dit geval, net als bij mediums, uitstekend in staat was om bedrog te herkennen. En dat zag hij dus niet. Wellicht speelde zijn naïeve kijk op de mens ook een rol: jonge, 'onschuldige' meisjes konden toch niet zulke ingewikkelde grappen uithalen. (De inmiddels hoogbejaarde Elsie legde in 1983 een bekentenis af in de Yorkshire Evening Post.)

Mogelijk zag hij ook overeenkomsten met geestenfoto's gemaakt door gespecialiseerde fotografen die hij tijdens zijn lezingen graag liet zien. Zijn favoriet was een foto gemaakt kort na de Eerste Wereldoorlog, tijdens de herdenking van de wapenstilstand, bij het monument voor de gevallen. De foto toont (naast het monument en de levende aanwezigen) een wolk met daarin gezichten van omgekomen soldaten, zei Conan Doyle dan. Hij meende er zelfs bekenden tussen te zien. Anderen herkenden de koppen van een bekend (en springlevend) voetbalteam.

Hoe dan ook, Oliver Lodge liet weten dat hij niets zag in die foto's van elfjes. Experts van Kodak zeiden dat ze dergelijke opnamen na konden maken, maar voor een spiritist als Doyle had zoiets dezelfde waarde als een goochelaar die beweert dat hij een medium na kan doen. Een andere foto-expert was weer enthousiast. Hij zag geen enkele aanwijzing voor het gebruik van plaatjes en dergelijke. Hij kon bijvoorbeeld duidelijk zien dat de elfjes tijdens de opname bewogen hadden. In september, Conan Doyle gaf lezingen in Australië, bereikte hem het heuglijke nieuws dat de meisjes drie nieuwe opnamen hadden gemaakt.

Die drie stonden niet bij het artikel in Strand Magazine, om de ongelovigen op hun nummer te kunnen zetten. 'We zullen ze uitdagen met de eerste twee,' voorspelde hij Lodge, 'en dan de andere drie tevoorschijn halen. Een daarvan toont een elfje ... waarin je ze ziet slapen in een cocon. Het is het begin van een nieuw tijdperk!' De vijf verschenen in maart 1922 in The Coming of the Fairies.

De reacties in de pers waren vernietigend. Het was de definitieve doodsteek voor zijn reputatie als nuchter logisch denker en ook het grootste deel van zijn spiritistische vrienden liet hem in de steek. Desondanks bleef Conan Doyle zijn leven lang hopen dat de Cottingley fairies ('een ontdekking groter dan die van Columbus') het begin vormden van een speurtocht naar 'subhuman forms of life' in de natuur, en de wereld meer ontvankelijk zou maken voor het spiritisme.


Joodse moeder

Voor Conan Doyle was twijfel onmogelijk geworden. In het voorjaar van 1921 was zijn vrouw Jean begonnen aan automatisch schrift. Alle overleden dierbaren die zo doorkwamen (inclusief zijn moeder die nooit iets in het spiritisme gezien had), riepen hem op om de strijd voort te zetten en het spritisme overal op aarde te verkondigen. Zo ook de geleidegeest Pheneas, een inwoner van Ur anno drieduizend voor Christus die de aanwezigen later ook, via Jean, zou toespreken. In april 1922 vertrok Conan Doyle naar de VS. Zijn eerste lezing, in een overvolle New Yorkse Carnegie Hall, werd een zeer emotionele aangelegenheid. Vooral de beelden van ectoplasma stromend uit de mond van medium Eva Carrière veroorzaakte grote huiver en hier en daar panisch gegil.

De beroemde auteur met de maffe boodschap werd door de Amerikaanse pers respectvol maar ook met veel platte grappen binnengehaald. Dat hij zijn kritische vermogens thuis had gelaten bleek al snel. Tijdens een seance verscheen zijn moeder weer eens. Conan Doyle, na afloop: 'De kans om mijn moeders hand aan te raken, te voelen, haar kracht te ervaren, was me zeer dierbaar.' Drie dagen later werden het medium en haar man gearresteerd. Een politieteam bezocht een seance en greep de geest stevig beet. Het bleek het medium zélf te zijn, in lichtgevende stof gehuld.

Een groter succes was zijn lezing op 2 juni voor de Society of American Magicians. Doyle beloofde de aanwezigen 'geen occulte maar psychische beelden' te laten zien, psychisch 'omdat ze ontsproten waren aan de menselijke geest'. Het licht floepte uit, de projector aan en de goochelaars zagen tot hun stomme verbazing een film waarin levensechte dinosauriërs elkaar te lijf gingen. Het waren, zo onthulde hij later, nog niet eerder vertoonde opnamen voor de komende verfilming van zijn avonturenroman The Lost World.

Op hoogtepunt volgde dieptepunt. Ter afsluiting van zijn uitputtende serie lezingen bracht hij een bezoek aan Atlantic City, aan de familie Houdini. De beroemde ontsnappingskunstenaar Harry Houdini had zich ontwikkeld tot de felste bestrijder van het spiritisme. Desondanks hadden de beide mannen groot respect voor elkaar en voor elkaars vermogens. Conan Doyle geloofde dat Houdini over paranormale vermogens beschikte; Houdini was ervan overtuigd dat de schepper van Sherlock Holmes slim genoeg moest zijn om in te zien dat het spiritisme gebaseerd was op bedrog en valse hoop. Op 17 juni was de beurt aan Conan Doyle: zijn vrouw zou een overtuigende seance geven. Prompt meldde zich de moeder van Houdini, en ze sprak enkele geruststellende woorden tot haar zoon. Conan Doyle dacht dat hij zijn hooggewaardeerde opponent aan het denken had gezet. Houdini kwam een paar maanden later op de seance terug in een krantenartikel: zijn moeder was joods geweest en haar geest had een kruis getekend. Die geest had Engels gesproken, een taal die zijn moeder niet had beheerst en had de gedachten die Houdini welbewust had uitgezonden duidelijk niet opgemerkt. Als klap op de vuurpijl: de 17de juni was haar verjaardag geweest en daar had ze niets over gezegd.

Een jaar later keerde Conan Doyle terug naar de VS. Ze kwamen elkaar weer tegen, bleven beleefd, maar hadden elkaar in feite niets meer te zeggen. De publicatie in 1924 van Houdini's A Magician among the Spirits, met daarin uitgebreid het verhaal van de seance en een analyse van Conan Doyles goedgelovigheid, betekende de definitieve breuk.


Mistig landschap

In datzelfde jaar verscheen Conan Doyles autobiografie Memories and Adventures, waarin hij duidelijk maakte dat men van hem geen spannende romans en verhalen meer hoefde te verwachten. Al zijn tijd en aandacht zou voortaan gaan naar de spiritistische zaak. Zijn geld ook trouwens. Zelf schatte hij ooit dat hij in deze jaren een kwart miljoen pond uitgaf ten behoeve van de beweging, aan reizen, individuele giften, gelijkgezinde uitgeverijtjes en bladen, aan zijn eigen boeken over spiritisme (die ondanks de bekende naam op de omslag onvoldoende verkochten) en niet te vergeten de volstrekt onrendabele Psychic Bookshop, geopend in 1925 op een peperdure locatie (en vier jaar later weer gesloten).

Niet dat het spiritisme impopulair was, verre van dat. Het probleem was dat Conan Doyle, de elfjesman, binnen die uitzonderlijke kringen zelf een uitzondering was. De herdrukken van oude werken verkochten uitstekend, overal ter wereld, en Conan Doyle bleef een vermogend man. Maar bij zijn spritistische werken moest hij altijd geld toeleggen. In wezen kón hij ook geen populair werk meer schrijven. De Holmesverhalen uit de jaren '20 zijn stuk voor stuk beneden de maat. In zijn laatste poging tot avonturenroman, The Land of Mist (1925), komt de al in The Lost World optredende scherpzinnige held professor Challenger weer om de hoek kijken, maar het onderwerp van zijn ontdekkingsreis is dit keer... het leven na de dood, en na een paar hoofdstukken is het boek weinig meer dan een ordinair spiritistisch pamflet.

Doyles laatste interesse ging uit naar de onheilsverwachtingen die menig medium (of geleidegeest) produceerde. In de loop der jaren verzamelde Conan Doyle honderden van dergelijke bloedstollende voorspellingen. Begin 1927 meende hij (mede op grond van extra seismische activiteit) dat het einde nabij was en waarschuwde Oliver Lodge. Het zou de doorbraak worden voor de tot nog toe door iedereen belachelijk gemaakte 'religie van de toekomst'. Hij wist niet of het wel verstandig was deze voorspellingen te verspreiden; ze zouden paniek kunnen veroorzaken. Lodge, die waarschijnlijk meer vreesde voor de geloofwaardigheid van de beweging, was het van harte met hem eens. Het bleef bij een in kleine kring verspreid pamflet: A Warning.

In de winter van 1928/29 bezocht hij Zuid-Afrika, in oktober 1929 Nederland en de Scandinavische landen. Hij arriveerde in Den Haag op 12 oktober, welkom geheten door de toenmalige voorzitter van de Haagse spiritistische vereniging Harmonia, P. Goedhart. Dezelfde Goedhart zou drie dagen later optreden als simultaanvertaler tijdens Conan Doyles lezing (titel: Het leven na den dood, in het licht der moderne psychische kennis) in de grote zaal van de Haagse dierentuin.

Het werd zijn laatste grote reis. In Kopenhagen kreeg Conan Doyle een aanval van angina pectoris. Hij werkte zijn lezingenschema af, maar eenmaal thuis werd al snel duidelijk dat dergelijke reizen voortaan uit den boze waren. Zijn laatste maanden waren gevuld met correspondentie waaronder een bittere briefwisseling met de Society for Psychical Research, een organisatie die wat hem betrof veel te kritisch was geworden. Conan Doyle stierf op 7 juli 1930.

http://www.skepsis.nl/spiritisme.html
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45444

BerichtGeplaatst: 08 Mei 2006 9:12    Onderwerp: Reageer met quote

The Coming of the Fairies
by Arthur Conan Doyle
[1922]


Arthur Conan Doyle, the creator of Sherlock Holmes, in his later years became attracted to spiritualism and occult topics. This was after the death of his son Raymond during World War I. While researching the topic of fairies, some photographs from a working-class family in rural Yorkshire were brought to Doyle's attention by a Theosophist friend. These photographs appeared to show diminutive fairies cavorting in the presence of humans, specifically two teenage girls, Elsie and Frances. They had taken the photographs by themselves, and there were no overt signs that the negatives had been tampered with. Doyle championed the photographs, and in the process destroyed his reputation; which is probably why this book, out of all of the Doyle corpus, has not been put into etext until now. The Coming of the Fairies was possibly a bigger disappointment for Doyle fans than when he killed off Sherlock Holmes.

These photographs, which caused a sensation at the time, are easily recognizable as blatant fakes by modern eyes, sensitized to seeing much more photorealistic computer-generated elves and fairies. The fairies are statically posed, and are neatly coiffed and dressed in period clothing, hardly what one would expect from wild nature-elementals. They are just too flat-looking and high contrast to be anything other than cardboard cutouts positioned in the scene, and could be constructed by adolescent girls with artistic leanings. And indeed, many years later the pair did admit that they had faked the photos.

However, even a skeptic will have to admit that just because these photos are fake, it does not logically imply there are no such beings. Just because some UFO photos are fake, doesn't mean that there are no UFOs! But 'extraordinary claims demand extraordinary proof'. While we may not have extraordinary proof of fairies, there is more to the phenomena than meets the eye. Enough data that some explanation must be attempted. Doyle barely scratches the surface of the massive literature on fairies here; for a comprehensive survey, for instance, refer to Evan-Wentz' The Fairy Faith in Celtic Countries. The real reason that this charming little book is of interest today is historical, and of course, because of the author.

PREFACE

This book contains reproductions of the famous Cottingley photographs, and gives the whole of the evidence in connection with them. The diligent reader is in almost as good a position as I am to form a judgment upon the authenticity of the pictures. This narrative is not a special plea for that authenticity, but is simply a collection of facts the inferences from which may be accepted or rejected as the reader may think fit.

I would warn the critic, however, not to be led away by the sophistry that because some professional trickster, apt at the game of deception, can produce a somewhat similar effect, therefore the originals were produced in the same way. There are few realities which cannot be imitated, and the ancient argument that because conjurers on their own prepared plates or stages can produce certain results, therefore similar results

p. vi

obtained by untrained people under natural conditions are also false, is surely discounted by the intelligent public.

I would add that this whole subject of the objective existence of a subhuman form of life has nothing to do with the larger and far more vital question of spiritualism. I should be sorry if my arguments in favour of the latter should be in any way weakened by my exposition of this very strange episode, which has really no bearing upon the continued existence of the individual.

ARTHUR CONAN DOYLE.

CROWBOROUGH,
March 1922.


Het boek staat online:

http://www.sacred-texts.com/neu/eng/cof/index.htm
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45444

BerichtGeplaatst: 26 Apr 2010 21:28    Onderwerp: Reageer met quote

The $37,000 Sir Arthur Conan Doyle 'ghost' painting

The Sherlock Holmes author bought this painting while mourning the death of his son in WW1

A painting inspired by the psychic spirits of dead soldiers and bought by a grieving Sir Arthur Conan Doyle who lost a son in WW1 will auction as part of the Owston Collection in Sydney.

Bonhams' sale will take place on June 25-26.

The painting by William Francis (Will) Longstaff (Australian, 1879-1953) titled 'The Rearguard (The spirit of ANZAC)' is a huge oil on canvas measuring 53 9/16 x 106 5/16 inches.

The piece is estimated to sell for A$20,000-40,000 (over US$37,000). Sir Arthur Conan Doyle purchased the painting directly from the artist for his own collection, 1928.


Sir Arthur Conan Doyle wished to be
remembered for his psychic work, rather
than for his Sherlock Holmes novels

The painting is an iconic image, believed missing until now, by the Official War Artist, Will Longstaff. It is one of a series of only six paintings which represent the pinnacle of the artist's career, beginning with his best-known work, Menin Gate.

Longstaff had attended the unveiling ceremony of the Menin Gate memorial in Ypres on July 24, 1927.

He was so moved by the ceremony that, during a midnight walk along the Menin Road, he imagined a vision of steel-helmeted spirits rising from the moonlit cornfields.

It is said that, following his return to London, he painted the work in one session. Mrs Mary Horsburgh, who had worked in a British canteen during the war, may have influenced him.

She had met him during this evening walk, and told him that she could feel "her dead boys" all around her. Spiritualism was very much in vogue in the 1920s, and many who wished to communicate with relatives and friends who had died in battle found consolation in its tenets.

'The Rearguard' was reported to have been painted under similar psychic influence:

"Mr. Longstaff says that he felt an uncanny 'urge' to paint the picture, which formed itself with lightning rapidity in his brain," said Conan Doyle.

"He began at 7 o'clock in the morning, working unceasingly in the dim light. He had experienced a sensation not felt in any other work, and he was surprised and delighted. It is one of the most remarkable pictures I have seen.

The artist worked for 11 hours with the fury of inspiration. Genius has always been on the edge of psychic influence.'"

`The Rearguard (The spirit of ANZAC)', presents a ghostly array of soldiers lining up near the beach at Gallipoli in the bleak dawn, with departing transports and warships barely visible on the misty horizon.

The subject is probably the most poignant of the series: Longstaff enlisted in the Australian Imperial Force at the outbreak of the First World War and was himself injured at Gallipoli.

The ANZAC tradition; the belief that the First World War, and the Gallipoli Campaign in particular, was a watershed in Australian history, and that those who died on foreign soil did so to create a greater Australia, gave this painting an added, almost religious, significance.

Sir Arthur Conan Doyle who bought the painting claimed to have had conversations with the spirits of many great men, including Cecil Rhodes, Earl Haig, Joseph Conrad and others. In his later years Sir Arthur often expressed a wish that he should be remembered for his psychic work rather than for his novels.

When he celebrated his seventy-first birthday he confessed he was tired of hearing about his celebrated character, Sherlock Holmes. "Holmes is dead," he said. "I have done with him." Ten of Sir Arthur's 60 books are about 'spiritism'.

Bonhams, the international fine art auction house, is to sell the Owston Collection in Sydney on June 25-26.

The sale will be held at the Overseas Passenger Terminal at Circular Quay overlooking the Sydney Opera House and Harbour Bridge. A significant number of items will be offered with 'no reserve', providing an extra interest in the sale.


http://www.paulfrasercollectibles.com/section.asp?catid=72&docid=2858
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45444

BerichtGeplaatst: 27 Apr 2010 20:48    Onderwerp: Reageer met quote

LONDON.- A painting inspired by the psychic spirits of dead soldiers and bought by a grieving Sir Arthur Conan Doyle who lost a son in WW1 is for sale as part of the Owston Collection in Sydney with Bonhams on June 25 and 26.

The painting by William Francis (Will) Longstaff (Australian, 1879-1953) titled 'The Rearguard (The spirit of ANZAC)' , is a huge oil on canvas,136 x 270cm (53 9/16 x 106 5/16in) and is estimated to sell for A$20,000-40,000. Sir Arthur Conan Doyle purchased the painting directly from the artist for his own collection, 1928.

The painting is an iconic image, believed missing until now, by the Official War Artist, Will Longstaff. It is one of a series of only six paintings which represent the pinnacle of the artist's career, beginning with his best-known work, Menin Gate.

Longstaff had attended the unveiling ceremony of the Menin Gate memorial in Ypres on 24 July 1927. He was so moved by the ceremony that, during a midnight walk along the Menin Road, he imagined a vision of steel-helmeted spirits rising from the moonlit cornfields. It is said that, following his return to London, he painted the work in one session. Mrs Mary Horsburgh, who had worked in a British canteen during the war, may have influenced him. She had met him during this evening walk, and told him that she could feel "her dead boys" all around her. Spiritualism was very much in vogue in the 1920s, and many who wished to communicate with relatives and friends who had died in battle found consolation in its tenets.

Lees verder op:
http://www.artdaily.org/index.asp?int_sec=2&int_new=37686
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45444

BerichtGeplaatst: 06 Jul 2014 14:50    Onderwerp: Reageer met quote

Torquay, Devon: Sherlock, Spirits, and Soldiers

Torquay’s Pavilion hosted the creator of Sherlock Holmes twice. But Sir Arthur Conan Doyle’s visits offered stories of soldiers and spirits rather than crimes and clues.

Could one of the world’s greatest detective fiction writers solve the greatest mystery of them all – is there life after death?

On 27 March 1915, Conan Doyle gave the last lecture in his Great Battles of the War tour. He praised the Devonshire Regiment and called for recruits. But on his second visit to the Pavilion in February 1923, his interest was in spiritualism and the souls of soldiers lost in war. His own son had died in 1918.

Conan Doyle was a significant figure in the national spiritual resurgence during and immediately after World War One. In 1923, he was the guest of the founders of the Paignton Spiritualist Church. It had opened the previous year and was reported to be Devon’s first Spiritualist church.

Conan Doyle published The History of Spiritualism in 1926 as well as the spiritualist novel Land of Mist.

Location: The Pavilion, Torquay TQ2 5EQ

Interviews with Bridget Bennett and Lew Sutton

http://www.bbc.co.uk/programmes/p01wsfvc
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Mystiek en religie Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group