Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

trenchmap Mont Cornillet
Ga naar Pagina 1, 2  Volgende
 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Specifiek Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 17 Apr 2006 18:34    Onderwerp: trenchmap Mont Cornillet Reageer met quote

Mijn held Konrad Kalau vom Hofe (battalionscommandant 52e IR) kwam op 29 april 1917 om het leven bij de Franse voorjaarsoffensieven. De plaats was Mont Cornillet, vlak bij Mont Blond en Mont Haut en het verwoeste dorp Moronvillers. De heuvels liggen ongeveer 20 km ten oosten van Reims. Het 4e Franse legerkorps viel hier aan om de Duitsers rustig te houden tijdens de Chemin des Dames campagne.

Ik zoek Franse of Duitse trenchmaps van deze periode en plaats. Wie heeft een (digitale)kopie die ik mag gebruiken of wie weet zo'n kaart te vinden?

Ook ben ik benieuwd of iemand me kan helpen met de Franse en Duitse regimentsposities in dat gebied. Natuurlijk is alle overige info, foto's etc. van harte welkom

Dank,

Ad
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Hauptmann



Geregistreerd op: 17-2-2005
Berichten: 11547

BerichtGeplaatst: 17 Apr 2006 18:52    Onderwerp: Reageer met quote

Les ZOUAVES Au CORNILLET
http://vinny03.club.fr/gg/leshistos/1erzouavescornillet.htm

Franse 47e, 48e en 59e in 1917
http://www.association14-18.org/references/regiments/FrRI046060.htm
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 17 Apr 2006 19:01    Onderwerp: Reageer met quote

In afwachting kan ik je volgende link aanbieden

http://perso.wanadoo.fr/champagne1418/circuit/circuit.htm

Op deze plekken en La Main de Massiges ,
heb ik de gruwel van de eerste oorlog begrepen ,
op die champagnevelden heb ik koude rillingen gekregen ,
net of de aarde sprak !

@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 17 Apr 2006 20:10    Onderwerp: moronvillers Reageer met quote

Google geeft een hoop aanwijzingen. Tot nu toe geen echte trench maps, voorzover ik kan zien.
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 17 Apr 2006 23:02    Onderwerp: Reageer met quote

Uit de door mij bovenstaande doorgegeven link heb je alvast deze kaart
zoek nog naar beters .



en ook van idem site
alle franse eenheden ingezet in de slag van 17
http://perso.wanadoo.fr/champagne1418/bataille/avril17/bataille17.htm

en verder kaarten van de tunnels van mont Cornillet



En uit de Michelins Champs des Batailles -Champagne
het hoodstuk






hoop je nog een goede map te kunnen geven

@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch


Laatst aangepast door Patrick Mestdag op 21 Mei 2006 14:43, in totaal 1 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45457

BerichtGeplaatst: 18 Apr 2006 7:47    Onderwerp: Reageer met quote


Soldats allemands prisonniers - (Le mont Cornillet)
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 18 Apr 2006 15:26    Onderwerp: Reageer met quote




Met dank aan Stéphan Augosto die deze kaarten op zijne pc had staan.
Maar niet het verhoopte AFGG volume van het jaar 17 ,
waar de trenchmaps in staan . Maar het komt wel .
Wat zoek je eigenlijk juist met de trenchmap Beerensatw?

En volgende twee kaarten met dank aan Gilles Roland .
een stukje ervan hadden we al



@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch


Laatst aangepast door Patrick Mestdag op 21 Mei 2006 14:45, in totaal 1 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 18 Apr 2006 18:34    Onderwerp: Mont Cornillet Reageer met quote

Ha Patrick,

Enorm veel dan voor je voortvarende speurwerk. Ik heb de indruk dat je veel kennissen hebt met enorm(gevulde) harde schijven. De man waar ik de geschiedenis van naga: Hauptmann Konrad Kalau vom Hofe stierf op 29 april 1917 in deze hoek. Hij wat batalionscommandant bij het 52e IR (6e Brandenburgische). Zijn tijdelijk graf was aan de voet van de Mt Cornillet. Een en ander staat beschreven in de Reichsarchiv serie Douamont band 1, 2e oplage Berlin 1924, pp54 en 55. Ook in de Regimentsgeschichte van het 123 IR, wat aan de Chemin des Dames vocht in die dagen. Later is hij, als vele Duitse officieren opgegraven en verplaatst naar het Hauptfriedhof in Frankfurt an Main, waar zijn graf in 2003 nog te zien was. Ik zoek nu uit of het graf anno 2006 nog steeds te vinden is.

Ik verzamel zo langzaam de belangrijke gebeurtenissen in de man's leven. Dit was de laatste gebeurtenis bij leven, toen een granaat zijn onderkomen ondergronds verwoestte. Toen zijn mannen hem uitgegraven hadden was hij gestorven. Dit is de reden dat ik de gebeurtenissen rond de Mont Cornillet heel boeiend vind.

Je verwijst in je bericht naar de michelin gids over de Champagne. Is dit de Guides Michelin Champagne uit het jaar 1921, pp64? Er zijn nogal wat van deze boekjes in omloop.

Dank en ik lees graag of je speurwek meer kaarten en gebeurtenissen opevert.

Ad
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 18 Apr 2006 22:57    Onderwerp: Reageer met quote

Het is plezierig om aan een vraagstelling zoals le Mont Cornillet te werken
Want ze helpt ons deze verschikkele slagen een uit de honderden uit de vergetelheid te houden .
als je er dan nog ook een belevenis of gebeurtenis aan kan vastknopen , help het je deze te onthouden .

+ Dat is een vraag voor de Fransen en daar weet ik aan wie te vragen .

Het Hoofdstuk Les batailles de Champagne ,
komt uit een van de meer dan 35 delige serie ,
van Les Guides illustres Michelin Des Champs De Bataille
Maar wel pagina’s 20-26 jawel uit 1921

Hieronder een paar beelden die helpen de omgeving te vatten.
waar Hauptman Konrad Kalau vom Hofe sneuvelde.





uit de collectie Vasseur met dank aan Gilles Roland.
@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 20 Apr 2006 23:40    Onderwerp: Reageer met quote

En hier een paar mooie






uit de regimentsgeschiedenis van het 7 badische inf regt 142

heb de betreffende bladzijden uit de regimentsgeschiedenis ook
de tunnels en historiek van het 376 Würt.Pio. Comp volgt nog .

Met dank aan Patrick Corbon
@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 21 Apr 2006 19:18    Onderwerp: Mont Cornillet Reageer met quote

Ha Patrick,

Dank voor je vele info. Het blijft boeien en maakt mijn verhaal (tenminste: het einde van Kalau Vom Hofe) steeds tastbaarder. Ik volg met spanning je ontdekkingen.

Dank en groet,

Ad
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 21 Apr 2006 19:56    Onderwerp: Reageer met quote

Zeg Ad , maar hou je ook niet in om hierbij ons iets meer over
Kalau Vom Hofe te vertellen .
Waarom is hij je held ?

@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 21 Apr 2006 21:06    Onderwerp: De laatste maand van Kalau vom Hofe (in IR 52) Reageer met quote

Om een volledig beeld te krijgen van de laatste maand van Kalau vom Hofe een uittreksel uit de Regimentsgeschichte IR 52, wat ik van Ralf Beckmann (DE) toegemailed kreeg. Uitleg over de reden dat ik Kalau vom Hofe boeiend vind volgt in een volgend bericht

Quote van e-mail van Ralf Beckmann uit regimentsgeschichte IR 52:

hallo Ad,
ich habe etwas in der regimentsgeschichte über hauptmann Konrad Kalau vom Hofe,in erfahrung gebracht!
hier kurz ein paar stichpunkte:
-das IR 52 von Alvensleben hatte 3 batallione und eine mg-kompanie
-das II. und III.batallion sowie mg-abteilung waren in cottbus beheimatet,das I.batallon in crossen an der oder.
-beim kriegsausmarsch 1914 war oberstleutnat Fromme der regimentskommandeur des IR 52.
-Konrad Kalau vom Hofe diente bei kriegsbeginn noch nicht im IR 52.
-Konrad Kalau vom Hofe wurde am 02.04.1917 durch versetzung des Hauptmann Reimnitz(kommandeur des III.batalions)dieser wechselte zum I.batallion,kommandeur des III.batallions des IR52.
- Konrad Kalau vom Hofe wurde mit dem pour le Merite Orden 1916
in den mai-kämpfen um fort douaumont ausgezeichnet
-Konrad Kalau vom Hofe war auch im februar 1916 noch nicht im IR 52 eingesetzt
-am 29.april morgens um 9.00uhr setzt das große feindliche kanonen,mg und gewehr-schießen mit großer wucht ein...viele feindliche flieger erscheinen noch dazu am himmel...
Konrad Kalau vom Hofe befindet sich zu dieser zeit mit weiteren offizieren im gefechtsstand des I.batallions,nachmittags wird der gefechtsstand durch großen beschuß verschüttet,wodurch alle im gefechtsstand befindlichen personen keine luft mehr bekommen,Lt.Leinweber und Lt.Bergmann versuchen alles, um den Bunker frei zu bekommen,dabei wird Lt.Lemmel lebend befreit,für
den bewußtlosen Konrad Kalau vom Hofe und weitere kamaraden kam jegliche hilfe leider zu spät!!!
-die stellung des IR 52 lag am 29.04.am berghang des Cornillet
****
-am 28.02.löst das IR.52 das Gr.Regt.12 in folgenden abschnitten ab:Liebsdorf,Dürlingsdorf,Winkel,Oberlag
-am 20.märz erhalten Oberl.Riemann und Neumann als erste aus dem 52.regiment die auszeichnung "Ritterkreuz des Hausordens von Hohenzollern mit Schwertern"...
-22.03.das 52.regiment wird vom Leib-Regt. abgelöst und nimmt ausbildung wieder auf...unterbringung im raum Altkirch,Buchsweiler,Linsdorf
1.04.feindliches feuer auf Altkirch wodurch ein soldat des 52.regt.stirbt
-2.04.Konrad Kalau vom Hofe wird kommandeur es III.Batallions
-7.04. das 52.regt. wird der 240.ID unterstellt
-11.04.major Wenzel wird kommandeur des IR.52
-15.04.bis 17.04.1917 das 52.regt. abtransport nach Amagne-Lucqun und Reuslize
-am 19.04.erhält das regt.52 den befehl in richtung Cornillet-hochberg vorstoßen
-am 20.04 wird das regiment der 29.ID (IR.113) unterstellt...
-20.4. besetzen in zweiter linie Hauptmann Konrad Kalau vom Hofe und 1.,4.,12.kompanie den nordhang des cornillet berg
-22.04.der feind beginnt mit starken beschuß
-23.04.etwas ruhe im gefecht
-24.04-27.04 mittelmäßige feindliche angriffe auf die stellungen des 52.regt.
29.04.Konrad Kalau vom Hofe wird im gefechts-Bunker durch erstickungstod geborgen
-30.04 bis 1.mai 1917 das IR.52 wird vom IR.173 abgelöst und
nach Auffonce verlegt...

ich hoffe ihnen ein wenig geholfen zu haben,leider habe ich kein foto des Hauptmann Konrad Kalau vom Hofe zur verfügung!
alle ereignisse des geschilderten gehen zurück auf die erinnerungsblätter deutscher regimenter,bearbeitet von Martin Rehmann 1923 für das IR.52 von Alvensleben.

liebe grüße nach holland
ralf beckmann aus cottbus CB, den 17.04.06
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 21 Apr 2006 21:48    Onderwerp: waarom is Kalau vom Hofe boeiend voor mij? Reageer met quote

Ha Partick,

Ik kan me indenken dat het je interesseert waarom ik nu juist Kalau vom Hofe boeiend vind, uit de miljoenen Duitse WOI soldaten. Het is een zweverig verhaal maar daar komt het: Wellicht hoort het thuis in het forum-onderdeel mystiek, maar oordeel zelf maar.

Rond mijn 18e (22 jaar geleden) kampeerde ik eens in Verdun en raakte geboeid door het onwijze geweld dat daar heeft plaatsgevonden. Daarna las ik eens wat over WOI, maar verder niet. Vijf jaar geleden besloot ik eens te gaan snuffelen aan de Somme en raakte echt geinteresseerd in de story. Omdat ik de Duitse organisatie bewonder, vanwege hun efficiente aanpak, ook al was de verhouding soms 4 tegen 1, verdiepte ik me meer in de Duitse kant. Ook het fenomeen pickelhaube trok mijn interesse. Deze ben ik gaan sparen en dat doe ik nog steeds.

Een jaar geleden kocht ik een Pour le Merite. Het kruisje is in goede staat en na 1916 uitgereikt: verguld zilver. Ik had alleen geen naam bij het stuk. Zoals een bekende van me weleens zegt: One has to give the baby a name. In die tijd deed ik een cursus helderziendheid. Dit leverde niet direct op dat ik een groot medium ben, maar was wel erg leuk. De dame van die club die wel erg heldeziend is, hield het kruisje in haar hand en zei:
- Duitse militair
- gestorven winter 1916 -1917
- 36 jaar oud
- niet zo'n erg hoge rang
- kwam om door een plotselinge klap
- het was een infanterie man

Ik heb de boeken over de 900 PLM winnars van Hildebrand en Zweng gekocht en ook een boek (twee delen) uit 1928 waar de winnaars PLM, uitgebreid in beschreven staan. Analyse uit beide boeken gaf aan, dat de beschrijving van Konrad Kalau vom Hofe, de enige was die ook maar een beetje paste. Natuurlijk is 29 april geen winter, maar in het begin van de slag om de Chemin des Dames viel er natte sneeuw. Hauptmann komt overeen met kapitein. De meeste PLM winnaars waren oud en generaal oid, of jong en vlieger en leutenant.

Wat de druppel was, was het feit dat de twee boeken uit 1928 lintjes bevatten als bladwijzer. Het lintje in het ene boek was vergaan in de tijd. het lintje van het andere boek lag op PLM winnaar Kalau vom Hofe toen ik het uit de doos haalde. Kans 1:900 dus. Bovendien werd elke PLM winnaar geacht zijn kruisje altijd te dragen en hebben bijna alle PLM's flinke beschadigingen aan het emaille. Kalau heeftzijn kruisje circa 9 maanden gedragen, wat de gaafheid kan verklaren.

Waar of niet, ik heb geen idee. Ik kon echter geen betere aanleiding verzinnen dan mijn kruisje aan deze man toe te schrijven. Bovendien heeft Kalau een erg boeiende geschiedenis:

- Geboren in 1880
- Naar de officiersopleiding gegaan
- Heeft in Afrika gediend
- Was in 1914 battalionscommandant van het 26e IR (ook de 1e officier die gewond raakte: hij wilde een buitgemaakt geweer vernietigen en verwondde zijn knie ernstig. De periode: augustus 1914 tot mei 1916 ben ik hem nog kwijt (wie heeft een regimentsgeschichte IR 26?)
- Na 13 mei 1916 kwam hij als battalionscommandant bij het 12e IR en was van 20 - 25 mei commandant van Fort Douamont. Net in de periode dat de Fransen alles op alles zetten om het fort te heroveren. Dat mislukte en leverde Kalau een PLM op. Daarna Somme (Delville Wood) en weer Verdun.
- Op 2 april werd hij battalionscommandant bij het 52e en kwam om op Mont Cornillet. Door jouw informatie zijn zijn laatse dagen steeds duidelijker geworden.
- Kalau is aan de voet van de berg begraven en in 1919 overgebracht naar het Hauptfriedhof in Frankfurt am Main, waar zijn graf in 2003 nog te zien was. Of dit nog zo is ga ik nu na.

Dit was het zweverige verhaal van een nuchtere Hollander. De zoektocht geeft me veel plezier en ik ben er (persoonlijk) van overtuigd dat het geen kwaad kan om aandacht te geven aan een ziel met daaromheen een (in mijn ogen) fantachtisch verhaal.

groet,

Ad
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Mario



Geregistreerd op: 20-2-2005
Berichten: 4423
Woonplaats: Rotterdam

BerichtGeplaatst: 21 Apr 2006 22:10    Onderwerp: Reageer met quote

Zweverig of niet, ik vind het in ieder geval erg boeiend om het verhaal te volgen.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 21 Apr 2006 23:25    Onderwerp: Reageer met quote

Prachtig Ad , thanks kom er nog later op terug
Effe kort want ben morgen en zondag op begeleide wandel ,
op een andere vreselijke heuvel nl : Loretto

Om jullie ondertussen zoet te houden hier een blad
(wil de volledige aanval ook wel posten indien gewenst )
van hoe hevig het er aan toe ging bij die franse aanvallen
om het heroveren van de Mont Cornillet .
het gaat hier om het ir 142 dus niet van onze man ,
maar hij lag er wel naast ,
merkelijk is ook wat ik in het geel aanstreepte
Net zoals Lt Berger kwam Kalau vom Hofe op die manier om .
zoals zovelen trouwens , levend begraven .
Ongelofelijk die verbetenheid , bij die aanvallen
ik word daar steeds stil van .....




@+
patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch


Laatst aangepast door Patrick Mestdag op 03 Jun 2007 23:28, in totaal 1 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45457

BerichtGeplaatst: 22 Apr 2006 7:57    Onderwerp: Reageer met quote

Ad, dankjewel voor dit schitterende topic om te volgen, en voor het verhaal erbij.
Niks zweverig Smile
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 27 Apr 2006 22:27    Onderwerp: Reageer met quote

Ben effe met het hulpmiddeltje in volgende link besproken
http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=4595

Over de mont Cornillet gevlogen die nu een legerkamp ( schiet- oefenterrein ) is
Met aan de rechtezijde op de kaart een wit stuk (weggelaten)
Omdat er zich daar nu een raket basis bevind .
Mocht de vijand niet over satelieten beschikken Cool


Je kan er verder op in zoomen en dan zie nog de obus kraters op het terrein
Ben er geraakt met volgend vertrek punt op de gele franse pagina’s in
Te tikken Mairie de Sept Sault
6 pl Pierre Lefèvre 51400 SEPT SAULX |

volgens de fransen kan je er mits mooi en beleefd vragen aan de ingang
van het legerkamp wel de Mont Cornillet bezoeken,
daar staat volgend duits gedenksteen


@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch


Laatst aangepast door Patrick Mestdag op 21 Mei 2006 14:47, in toaal 2 keer bewerkt
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 27 Apr 2006 22:39    Onderwerp: Mt Cornillet Reageer met quote

Ha Partick,

Ik weet niet wat er nog in de doos zit, maar je weet me keer op keer te verbazen met nieuwe informatie over deze gruwelijke plaats.

Wederom: Reuze bedankt!

Ad
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45457

BerichtGeplaatst: 21 Mei 2006 9:59    Onderwerp: Reageer met quote

Ach, de plaatjes doen het niet meer, jammer!
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 21 Mei 2006 10:32    Onderwerp: Reageer met quote

Quote:
Ach, de plaatjes doen het niet meer, jammer!


Heb een artillerie aanval op de beelden server ondergaan ,
die is door een volteffer ontploft ,
en heb vele verliezen te betreuren , heb overal in mijn sector
rode kruis posten en eerste hulp opgericht ,
hopelijk kan ik die zwaar gewonden
levend terug brengen Smile

@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 21 Mei 2006 10:51    Onderwerp: aanval op server Reageer met quote

Ha Patrick,

Ik hoop dat de schade beperkt blijft en dat er geen blijvende gaten in je bestanden gevallen zijn.

succes met de reanimatie,

Ad
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 21 Mei 2006 14:50    Onderwerp: Reageer met quote

Evacuatie Mt Cornillet geslaagd , verbandpost gesloten
nu naar sector Chemin des Dames Smile
@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Marc TERRAILLON



Geregistreerd op: 21-9-2006
Berichten: 5

BerichtGeplaatst: 21 Sep 2006 22:54    Onderwerp: Reageer met quote

Bonsoir

Voici une photo du Mont Cornillet et du Mont Haut prise début septembre 2006 :




A bientot
Cordialement
Marc TERRAILLON
_________________
Bye
Marc TERRAILLON
(France)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 21 Sep 2006 23:29    Onderwerp: Reageer met quote

foto op 20/sept 2006




Merci pour la photo marc
Moi j’y étais avent hier
Embarassed Embarassed Embarassed

@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 22 Sep 2006 6:07    Onderwerp: Mont Cornillet Reageer met quote

Bon matin Marc et Patrick,

Savez vous ou c 'est possonle d 'entrer le mont, sans problemes avec l armee Francais? Si possible, je veux voir le situation la un fois.

Merci,

Ad
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 22 Sep 2006 7:31    Onderwerp: Reageer met quote

Hoi Ad ,

Zoals we reeds vermelden is gans het gebied militair artillerie
en tank oefenterrein , met verboden toegangborden ,
danger etc.. om je de stuipen op het lijf te jagen
ben er wel een stukje langs de achterkant
in gereden de borden negerend ,
omdat het s'avonds was , en heb de laatste foto
bovenop zo'een munitie bunker genomen .
Maar dieper heb ik me niet gewaagd .

@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Marc TERRAILLON



Geregistreerd op: 21-9-2006
Berichten: 5

BerichtGeplaatst: 22 Sep 2006 19:40    Onderwerp: Reageer met quote

Bonsoir

L'accés au Mont Cornillet n'est pas possible sans autorisation de l'armée.

A bientot
Cordialement
Marc TERRAILLON

PS : Patrick, a quelques jours prés, nous aurions pu nous croiser sur les memes routes ... Smile
_________________
Bye
Marc TERRAILLON
(France)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 22 Sep 2006 20:53    Onderwerp: Reageer met quote

Quote:
PS : Patrick, a quelques jours prés, nous aurions pu nous croiser sur les memes routes ...


et zut alors Marc Sad

@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 29 Sep 2006 14:00    Onderwerp: De tragedie van de Mont Cornillet (1) Reageer met quote

Mont-Cornillet !
Vorig jaar dwaalde ik door de streek. Met de toepasselijke Michelin (uit 1921).
In het café moest ik uitleggen wat ik kwam doen. “Sur les traces …”.
Als wederwoord kreeg ik het verhaal van een grote ondergrondse operatie in 1973/1975 waarbij honderden
bedolven Duitse soldaten zijn uitgegraven.
Slachtoffers van een enorme explosie van een Franse 400 mm bom ingeslagen in de luchtschacht voor de hoofdtunnel
onder de berg, waardoor alle uitgangen in die ene klap afgesloten werden.
Die dag 20 mei 1917 is werkelijk een zwarte dag voor de Duitsers.

20 MAI 1917
Le 20, les destructions sont activement poussées du Téton au Mont-Haut, sur le Cornillet et sur la tranchée de Leopoldshöhe.
Le bombardement est tel que l'ennemi évacué, en partie, ses positions bouleversées et que le nombre des déserteurs
ou des fuyards devient important:
" Poursuivant nos tirs Sur le sommet du Cornillet, au milieu du fracas et du tumulte,
nous vîmes arriver deux sergents du 2e Zouaves qui nous annoncèrent le tremblement de terre dans l'intérieur du Cornillet.
Ils nous assuraient que c'était un de nos obus qui avait éclaté dans l'intérieur du Tunnel.
La fumée opaque sortait de trois bouches: celle du sommet et deux latérales.
Le Cornillet était enveloppé d'un nuage gris très odorant.
Les Allemands s'enfuyaient de la sortie nord en demandant des secours " (M.D.L./C. ORSANI).
(D'après le service historique de l'Armée, c'est un obus de 400 tiré du camp de Mourmelon qui serait à l'origine de l'explosion...)
Le Tunnel du Cornillet enferma jusqu'en 1973-1975 les restes des soldats allemands du 476e I.R. Wurtembergeois,
asphyxiés lors de notre attaque.

Zo kwam ik bij Die Geschichte des Wurttembergischen Infanterie Regiment Nr 476.
In mijn exemplaar (uit 1920) tref ik verrassend verschillende pagina’s handgeschreven teksten
die kennelijk ter gelegenheid van de vijftigjarige herdenking in 1967 opgesteld zijn.
En een duidelijk veel ouder, ongedateerd handgeschreven lied.
En de krantenknipsels.







Die Gruft des Grauens im Kreideberg

Das SchicksaI von 400 im Ersten Weltkrieg vermiszten württembergischen Sodaten ist geklärt

Rund 100 000 Soldaten aus dem Ersten Weltkrieg gelten noch als vermiszt.
Niemand weisz wo und wann sie starben.
Das Schicksal von 400 Männern, die fast alle aus Württemberg stammen und 1917 elend In Frankreich umkamen,
wurde jetzt geklärt.
Das ganze Grauen des Krieges wird mit dieser Geschichte wieder lebendig.

April 1917. Engländer und Franzosen wollen die deutsche Westfront durchbrechen, suchen die Entscheidung des Krieges bei Arras,
an der Aisne und in der Champagne.
Ein paar vordere Stellungen gehen verloren, aber dann fängt die deutsche Infanterie alle Angriffe ab.
Dennoch treibt General Nivelle, der ,,Blutsäufer”, die Franzosen noch einen Monat lang ins Feuer.
Und ehe die Schacht endgültig verloren ist, wird östlich Reims erneut angegriffen.
Dort zieht sich an der alten Römerstrasze eine Hügelkette hin, von der aus man das Land weithin einsehen kann.
Ihr westlichster Punkt: Der Mont Cornillet, 208 Meter hoch.
Die Franzosen wollen disen Eckpfeiler haben. Koste es, was es wolle.
Das königlich-württembergische Infanterieregiment 476 hat mit zwei Bataillonen am 15. Mai am Cornillet abgelöst.
Es ist eine Kriegsformation, gerade erst in Weingarten aufgestellt.
Die meisten Soldaten dieses ,,Ersatzhaufens” sind erst 19 Jahre alt.

Im Trichterfeld
Der Cornillet ist ein dutzendmal umgegrabenes Trichterfeld in Grauweisz, denn der Boden Champagne ist Kreide,
nichts als Kreide, Sie färbt alles ein: Uniformen, Gesichter, Waffen. Und viele, viele Tote. ..
Jede Kompanie schickt nur ein paar Mann in die Trichter.
Die Masse der Batailione aber liegt in einem alten Kreidebergwerk, am Hinterhang des Cornillet.
Es sind drei Stollen, die da nebeneinander in den Berg führen, jeder. 100 Meter lang.
Ein Quertunnel verbindet sie. Es gibt einen Verbandsplatz und eine Höhle, indem sich die Bataillonskommandeure Major Wintterlin
und Hauptmann Graf Von Rambaldi, einrichten.
In den Stollen herrscht Dämmerlicht.
Die Luft ist stickig und verbraucht.
Es gibt keine Latrine. Wer musz, hockt sich hastig mit einem der Eingänge hin,
die immer wieder halb zugeschüttet werden von nahen Treffern.
Ein Sauleben ist das in dieser ,,Stollenkaserne”, die zwar 17 Meter Deckung über sich hat,
aber zur Mausefalle werden musz, wenn die Eingänge verschüttet werden... .
Am 20. Mai 1917 krepieren seit dem Morgen gans schwere Kaliber auf dem Berg.
Eine Achtunddreisziger schlägt kurz nach 8 Uhr in einen der zwei Luftschächte und haut durch bis zum Mittelstollen.
Eine Stunde später das gleiche am anderen Luftschacht.
An der Einschlagstelle sind die Offiziere zu einer Besprechung um Major Wintterlin versammelt.
Das einbrechende Gestein begräbt sie.

Die letzte Nachricht
Nur Hauptmann Süsz, Chef der 2. Kompanie, bleibt übrig.
Da die Telefonleitungen zum Regiment längst zerschossen und zwei Eingänge bereits verschüttet sind,
laszt er am Nachmittag eine letzte Brieftaube los: ,,Lage gefahrdrohend.” Das Regiment befieht die Räumung der Stollen.
Doch der Meldehund, der den Befehl nach vorne bringt, scharrt vergeblich an einem Erdhaufen, der einmal der letzte Stolleneingang war.
Dan läuft er zurück zum Regimentsgefechtsstand.
Das geschieht zur gleichen Stunde, da das 1. französische Zuaven-Rçgiment über die dampfende Kuppe hinwegstürmt.
Der Mont Cornillet ist verloren. Niemand hat seitdem von den Soldaten im Berg gehört.
An Versuchen, sie zu bergen, fehlte es nicht.
Schon irn Juli 1918, als die Deutschen den Cornillet wieder genommen hatten, sollten die Leichen ausgegraben werden.
Doch im Trichtergelände fand niemand mehr die Stollenlöcher.
Bemühungen des Volksbundes deutsche Kriegsgräberfürsorge in den dreisziger Jahren scheiterten,
weil die Franzosen den Cornillet zum Truppenübungsplatz gemacht hatten.
Nur ein Gedenkkreuz unten an der Römerstrasze durfte errichtet werden. Es wurde am 20. Mai 1939 eingeweiht
- und ein Jahr danach waren wieder deutsche Truppen in der Champagne.

Fahnenjunker der Artillerieschule Chalons gingen 1943/44 daran, den Toten von 1917 endlich Gräber zu schaffen.
Ein Stollen wurde geöffnet: Er war leer.
Und wieder fiel der Vorhang des Vergessens, Bis 1968 der Bundeswehrmajor Köberl mit einigen Freiwilligen in der Champagne einen deutschen Kriegerfriedhof errichtete.
“Zum Cornillet müssen sie gehen”, sagten ihm Einwohner, “dort liegen noch viele Soldaten unbestattet.”
Köberl, im Rottal zum hause, ist von niederbayerischer Zähigkeit. Er trug aus Archiven zusammen, was es über die Tragödie im Berg gab.
Und jetzt klopfte auch der Volksbund nicht mehr vergebens in Paris an.
Am Cornillet wurde em Luftschacht gefunden und aufgebohrt.
Am 18. September 1973 stieg Hermann Köberl, als Oberstleutnant inzwischen stellvertretender Kommandeur des
Pionier-Lehrregiments in München geworden, über eine Strickleiter in diesen Schacht ein.
Ein Spähtrupp in dle Vergangenheit begann.
Nach zehn Metern Abstieg stehen Köberl und seine Begleiter in einem Gang, der in die alte Stollenkaserne der Württemberger führt.
Vorsichtig dringen die Männer vor.
Die deutschen Pionieroffiziere, die messen und Skizzen machen, tragen französische Stahlhelme.
Links führt eine jener Fuchsröhren steil nach oben, durch die Artilleriebeobachter einst zu ihrem Ausgluckloch gelangten.
Köberl kriegt auf allen vieren hinein.
In einer Nische findet er Stielhandgranaten.
Und dann ragt da, wo es nicht mehr weitergeht, ein verrosteter Essenbehälter aus dem Kreidegeröll.
Köberl öffnet den Spangenverschlusz, hebt den Deckel ab: das blauemaillierte Innere glänzt wie neu.
Am Bodem noch fingerhoch der Kaffeesatz …
Am Querstollen stehen die Männer vor dam Geröllberg, unter dem die toten Offiziere liegen müssen.
Er versperrt den Weg nach rechts. Doch auch geradeaus geht es nicht weiter, dafür aber links,
in den anderen Parallel-Stollen.
Verblüfft halten dort die Männer vor einer massiven Ziegelmauer.
Noch ist kein Toter gefunden, und Hermann Köberl wird klar:
Der bisher erkundete Teil der Stollenanlage wurde nach der Eroberung des Cornillet von den Franzosen benutzt.
Hinter der Mauer aber musz nun das schaurige Geheimnis des Cornillet zu finden sein, Arbeiter haben ein Loch geschlagen.
Oberstleutnant Köberl zwängt sich als erster durch die Bresche.
Und da liegen sie im bleichen Schein der Handscheinwerfer: Skelett an Skelett, den Schädel noch unter dern Stahlhelm,
Unterschenkelknochen mit Stiefeln.
Nur Gebein, Leder und metall sind erhalten, die grauen Uniformen längst zerfallen.
Stumm stehen die Bundeswehr-Offiziere vor den Überrresten deutscher Soldaten, die hier vor 56 Jahren starben.
Der Oberstleutnant legt die hand an den Helmrand …
An die 50 oder 60 mögen es sein.
Vielleicht auch mehr, denn die Reihe der Skelette stezt sich fort in einen Geröllhaufen hinein, der wohl den früheren Eingang verschlieszt.
Einige kauern entlang der Stollenwand, aber die meisten bilden einen wirren Gebeinhaufen mit Gewehren verschimmelten
Patronentaschen und verrosteten Helmen dazwischen.
Auf einem morschen Wandbrett findet Köberl zwei verrottete Gebetbücher. Er nimmt sie mit.
Die Skelette, die einmal junge Soldaten waren, zeigen einen schrecklichen Tod an.
Die Männer drängten sich in Panik vor dem Stolleneingang zusammen, neben- und übereinander,
um noch hinauszukommen oder wenigstens die brennenden Lungen noch einmal voll Frischluft zu pumpen.
Denn nicht Granatsplitter oder Kugeln nahmen ihnen das Leben, sondern Kohlenoxyd, das aus französischen Granaten
und Flamrnenwerferu durch die Stollen kroch …

Ersteckt
Wer nicht verschüttet wurde in den Tunnels des Cornillet, würgte sich zu Tode und erstickte in Krämpfen.
Man weisz es, denn in den Archiven liegt ein erschütternder Bericht zweier Arzte des 1. Zuavenregiments,
die am 22. Mai 1917 durch ein enges Loch und über Leichenberge in die geheimnisumwitterte Tunnelanlage eingedrungen waren.
Von Grauen geschüttelt fanden sie unzählige tote deutsche Soldaten mit verzerrten Gesichtern, zwei Überfebende
— und einen Wahnsinnigen.
Oberstleutnant KöberÏ, wieder an der Erdoberfläche wuszte, was zu tun war:
Nur nach Öffnung der alten Stolleneingang konnte die Totengruft im Kreidegestein ausgeraümt werden.
Nach dem notwendigen Papierkrieg ging er daran, Freiwillige zu suchen. Er fand sie beim Pionier-Lehrregiment in Degerndorf und Speyer.
Auch beim französischen 33.Regiment du Genie in Kehl: zwei Officiere, vier feldwebel, drei Unteroffiziere und 35 Mann.
Seit letzten Donnerstag graben sie am Mont Cornillet.
Naar boven
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 29 Sep 2006 18:08    Onderwerp: Reageer met quote

Hartstikke bedankt Peter voor deze mooie aanvulling aan de
Steeds maar groeiende Mont Cornillet map of dossier
Straks moeten we er nog een boek over schrijven.

Want door Ad te helpen in zijn zoektocht naar meer info
Ben ik gewoonweg meegezogen in dit vergeten drama .

Le Mont Cornillet is een van die vergeten offerplaatsen
Ter ere van de oorlogs Moloch.
het monster dat tienduizenden Jonge mensenlevens tot zich nam.
Een plaats die het oerbeeld van de moderne oorlog
om koen koch maar te citeren vertegenwoordigd .

dit topic roept om een samenvatting van deze gruwelijke slachtpartij ,
zal verzoeken dit samen te vatten , dus k’heb huiswerk .

Maar alvast voor de mensen die dit topic zo een beetje meevolgen .
De Duitsers hadden de berg volledig voorzien van een zeer diep
Tunnelsysteem, van waaruit ze eerst de artillerie beschieting over
zich heen lieten gaan , om nadien terwijl de fransen in volle elan
de heuvel opstormden lekker uit het tunnelcomplex kropen ,
ze met machinegeweren neermaaiden
om dan onmiddellijk de tegenaanval in te zetten met troepen die
door de tunnels kwamen .
Dat spelletje ging zo een paar maal door,met ongelofelijke heldenmoed
Die de dag van vandaag totaal onbegrijpelijk is , granaatgevechten enz
We spreken mei 1917

Tot de Fransen met een op een krijgsgevangene verworven kaart,
de ingangen van deze tunnels wisten te situeren ,
informatie die ze dan kort nadien ook nog bevestigd zagen op luchtfoto’s ,
Om ze dan door een geweldig gas artillerie beschieting
met zeer zwaar kaliber dicht te schieten ,
met de verstikking van zo een 400 duitsers als gevolg.
Gesneuveld verstikt in de tunnels , en die net zoals die ,
van in het fort Douaumont ,
ter plaatse ingemetseld begraven werden .

In 1975 ontgroef men er een 300 tal die herbegraven werden .
He k’heb mijn huiswerk gemaakt zonder in de boeken te zien .


Volgend twee luchtfoto's die deze waanzin
wel uitleggen
De loopgraven ten zuiden zijn Frans das de eerste
150 meter verder de tweede Duits ,
en die bij de top ,de derde met de machienegeweren , Duits .




fotos uit l'illustration

en de ontgraving en herbegraving
van een aantal van die slachtoffers
in 1975


@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 30 Sep 2006 0:59    Onderwerp: “Ich war erregt, erregt, erregt …” Reageer met quote

Het bijzondere verhaal van twee ooggetuigen, Duitse soldaten.
En van twee Franse artsen die dagen later een waanzinnige overlevende aantroffen,
te midden van brandende kaarsen.

Onder de scan van het krantenknipsel heb ik de tekst een OCR-behandeling gegeven.

Morgen volgt nog een derde artikel.

Die Toten standen auf recht Spalier.
Augenzeuge schildert die Tragödie bei Cornillet,
bei der 440 württembergische Soldaten starben.


In ihren Familien waren sie schon fast vergessen. Nur vergilbte Fotografien erinnerten an die Männer, die am 20. Mai 1917 bei der
Schlacht um den Kreideberg Cornillet umkamen und seitdem als vermiszt galten.
Als in der vergangenen, Woche die Nachricht kam, dasz der Bundeswehrmajor Hermann Köberl das Massengrab im Cornillet
entdeckt hat, wurden in vielen württembergischen Familien wieder bittere Erinnerungen wach und längst vergessene Namen genannt.
Aus Deufringen bei Böblingen meldete sich der frühere Kaufmann Hans Vescovi (83). Er war Zeuge der Tragödie vom Cornillet.





,,Denn siebe” — so predigte ein Gasschutz-Offizier — ,,ich bin bei Euch alle Tage. So ein Gasangriff kommt, will ich ebenfalls bei Euch
sein, aber erst nachher.”
Galgenhumor überspielte damals die Angst der Landser. Wie berechtigt die Angst war, zeigte sich am 20. Mail 1917: 440 deutsche Soldaten
meist aus Württemberg — erstickten im Gasangriff der Franzosen.
Ihr Massengrab wurde der Kreideberg Cornillet beim französischen Reims.
57 Jahre später hat man ihre Überreste gefunden.
Und 57 Jahre später gewinnen in der unauslöschlichen Erinnerung zweier Männer die Ereignisse von damals wieder deutliche Gestalt:
Der eine ist der 83 Jahre alte frühere Kaufmann Hans Vescovi aus Deufringen bei Böblingen.
Er hat den Angriff beobachtet und bewahrt noch heute die Predigt des Gasschutz-Offiziers und ein Tagebuch auf:
,,Meinem lieben Hans zum Aufzeichnen seiner Kriegserlebnisse zugeëignet von Deiner treuen Paula.”
Der andere ist der 78 Jahre alte frühere Gipser Wilhelm Stiefelmayer, der nach einem Verkehrsunfall vor 25 Jahren unterschenkel
amputiert ist, und heute in einen, rosenumrankten Häuschen in Reudern seinen Lebensabend genieszt, erinnert sich:
,,Es war abends um acht. Stockflnster ist es gewesen. Keine zehn Meter hat man gesehen.
Am Eingang zum Kreidebergwerk war eine kleine Rollbahn, mit der man früher die Kreide herausgefahren hat.
Ich lag unter einem Luftschacht von 60 mal 60 Zentimeter. Meine Füsze lagen auf dem Gleis.
Zwei Mann muszten dauernd einen Ventilator antreiben, damit frische Luft reinkam.
,,Gegen Mitternacht explodierten über uns Granaten. Eine Granate schlug durch und traf den Bataillonsstand.
Gegen Morgen war der ganze Eingang zugeschossen.
Da war keine frische Luft mehr, obwohl die Ventilatoren weiter angetrieben wurden.
Die Kerzen haben kaum mehr gebrannt.”
,,Rette sich wer kann!’ hiesz die Parole. Der Musketier Wilhelm Stiefelmayer sagte sich: ,,Kaputt sind wir so oder so.”
Im Stollen drohte er zu ersticken; auf dem Berg konnte ihn eine Granate zersetzen.
Er wagte den Ausstieg durch den Lüftungsschacht, sprang im Trommelfeuer von Granattrichter zu Granattrichter,
meldete sich an einer Sammelstelle, muszte Sauerstoff einatmen — und wurde einer neuen Einheit zugeteilt. Der Krieg ging weiter.
Für 440 seiner Kameraden aber war der Stollen im Kreideberg zur Todeszelle geworden:
Die Franzosen hatten auch Gas eingesetzt.
Einer, der den Angrifft aus Sichtweite miterlebte, war der damalige Stabsgefreite und späere Kaufmann Hans Vescovi,
der als Angehöriger der Kronprinzenarmee aus Ulm in den Krieg gezogen war: “Als das Trommelfeuer begann,
war der Kreideberg in wenigen Minuten in Rauch und Qualm gehüllt.. “
Der Stabsgefeite Hans Vescovi hat ,,net blosz guckt, wo’s Bier gibt”. Er erzählt:
,,Ich war’ munter im Krieg, ich hab dahin geguckt und dorthin geguckt und alles aufgeschrieben.”
Er hat Tagebuch geführt — “in Stenographie, damit’s net jeder lesen kann”.
Seine Frau hat nach dem Krieg al1es in Sütterlinschrift auf 214 Seiten in ein mit Kunstleder gebundenes Büchlein übertragen,
dessen Anfang ein Bild des Generalmajor Jetter mit Pickelhaube ziert.
,,Die Franzosen” — so ist darin unter dem 21. Mai 1917
eingetragen— ,,richten nach heftiger Artillerievorbereitung schwere Angriffe auf unsere Stellungen am Cornillet und dringen
in den Cornillet-Tunnel ein nachdem die Besatzung infolge der schweren Beschieszung mit Gasgranaten nahezu aufgerieben
wurde . ..“ Und anschlieszend heiszt es: ,,Siehe Sonderbericht eines französischen Berichterstatters.”
Der Sonderbericht stand in der ,,Frankfurter Zeitung”.
Sie wurde von französischen Flugzeugen über den deutschen Stellungen abgeworfen und war, wenn auch täuschend ähnlich,
natürlich imitiert.
Der Stabsgefreite Hans Vescovi bekam ein Exemplar in die Hände und tat, was verboten war — er schrieb den Bericht ab,
nicht ohne zu erwähnen, dasz es ein Beitrag aus der nachgeahmten Frankfurter Zeitung war.
Dam heiszt es:
,,Am 20. Mai bedeckten unsere Geschütze den Hügel mit Stahl und Eisen. Sie blendeten den mächtigen Gegner,
indem sie Ausgucklöcher und Beobachtungsstellen zerstörten... und bald hatten die Giftgase ihr Todeswerk vollbracht.
,,Es dringen zwei Regimentsärzte in die unterirdische Stellung. Gefährlich genug ist der Weg...
Auf den ersten zwanzig Metern wenig Leichen, dann ein Haufen über- und durcheinander liegender Körper.
Etwas weiter in einer Nische eine unbeschädigte Funkstation. Daneben liegen 4 Tote, das Gesicht dem Erdboden zugekehrt,
ein fünfter auf einem Stuhle sitzend, den Kopf noch mit der Gasmaske bedeckt, in den leblosen Händen noch den Sprechapparat,
er gibt kein Lebenszeichen mehr...”
,,Doch hier”, berichten die beiden französischen Regimentsärzte, ,,können wir nicht weiter.”
Der Grund: Leichen liegen in fünf Schichten übereinander, ,,in vollständiger Ausrüstung”, wie es heiszt,
,,die Gasmaske auf dem Gesicht, die Beutel mit den Handgrananten wohl versorgt, die Feldfläsche gefüllt,
einige haben das Seitengewehr aufgepflanzt, und alle sind schauerlich anzusehen.
Einige Erstickte mit aus dem Kopf getretener Augen bilden aufrechtstehend Spalier.”
Ein gefangener deutscher Soldat führt die beiden Ärzte zum westlidien Stollen. Sie finden noch Lebende:
,,Um einen auf dem Boden kauernden Menschen brennen 4 Kerzen.
Der Deutsche ruft seinem Kameraden.
Die Kerzen beleuchten ein stumpfsinniges Gesicht mit blödem, geistlosem Gesichtsausdruck.
Man richtet den Mann auf, und ohne Widerstand geht er mit...”
Soweit Auszüge aus dem Bericht.
Als der 83jährige Hans Vescovi, der dieses Dokument noch besitzt, dieser Tage in seiner Zeitung las,
dasz der Oberstleutnant der Bundeswehr, Hermann Köberl, nach 57 Jahren endlich in die Stollen eingedrungen war,
die durch die späteren Kriegswirren unpassierbar geworden waren – als Hans Vescovi dies las,
da erlebte er einen bewegten Tag. “Ich war erregt, erregt, erregt …”
Naar boven
Marc TERRAILLON



Geregistreerd op: 21-9-2006
Berichten: 5

BerichtGeplaatst: 30 Sep 2006 6:28    Onderwerp: Reageer met quote

Bonjour et merci pour ces informations complémentaires

A bientot
Cordialement
MT
_________________
Bye
Marc TERRAILLON
(France)
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 30 Sep 2006 21:03    Onderwerp: Reageer met quote

Als toelichting op het gruwelverhaal en
de hierboven Duitse krantenknipsels van Peter
een foto uit l’Illustration van 1917
die wel velen onder ons zullen kennen ,
maar aantoont wat de eerste Fransen vonden,
die 20 mei 1917 toen de Zouaven eindelijk de berg
innamen en toen ze zich toegang verschaften in de dichtgeschoten
tunnels , het is van hieruit dat de enige overlevende werd gehaald.



en hieronder de enige ingang die nog te vinden was ,ze was door een
voltreffer van kalieber 400 ingestort


verder vond ik op het net een heel mooie uitleg over de ontgravingen
van 1973 ,
het is een Frans artikel, maar heb het naar het Engels gezet met een
web translator dus engels met haar erop , er was geen nederlands beschikbaar
link naar het originele Franse artikel
http://www.lced.org/div_04.php

hier de vertaling

Exhumations of the Mount Cornillet
Not very ordinary history, during the first worldwide conflict, these German soldiers who found themselves really taken in trap within the mountain ...



Step backwards
In Champagne region, on the whole massif of Moronvilliers, in the morning of May 20th, the preparation of artillery shakes the earth and confuses the enemy lines where from part then a vigorous answer of fire and steel. This flood of bomb of any calibres must put an end to the German resistance which, while bloody shooting starts, goes to earth in an impregnable tunnel, true fortified town which shelters(hosts) four German groups of soldiers in its galleries.
Since April 17th, the Mount Cornillet, one of 7 mounts champenois with the Blonde mounts, Top, Perthois, the Helmet, Téton and the Nameless, is the object of bombings and of uninterrupted attacks which cost life to thousands of French infantrymen. Alone the conquest of this mount which culminates in 209 metres must allow to overcome enemy defences(prohibitions) installed in the slightest falls of the massif.
In after midday of May 20th, a German soldier goes, followed by an estrangement the haggard(wild) men of which declare that the tunnel of Cornillet is pervaded by gases.
At about 4:30 pm, treating with disdain of the dam of artillery, the soldiers of 1st Clowns, ordered by The lieutenant-colonel Poirel, having hurtled down the north slopes of Cornillet and "cleaned" the ground, discover that all entries of the tunnel are untraceable, obstructed under the effects of the bombing.
At night, some German are fact prisoners while they go out of an unearthing, revealing the existence of the main entrance of the tunnel ... Their explanation brings some additional elements on the state(condition) of the tunnel.
In the morning, a French bomb of 400 mm destroyed an air shaft of the main gallery and caused(provoked) the collapse of the tunnel; bombs with gas fell on entries. It seems that the garrison perishes suffocated, walled in in the labyrinth of halls and barracks.
The first troops which enter the tunnel discover a show of terror. A piling up of bodies presents itself to the eyes and, in spite of danger, officers and soldiers venture into halls; the German infantrymen, to escape rushed to the collapsed exits and died, suffocated, some on the others in ends of galleries. An officer estimates German losses at more than 600 soldiers.
Knowing the expanse(span) of galleries exactly, the troops of attack abandon Cornillet then and the clear entrance(admission) is built a wall around.
All around the Mount, battles go on and the French troops have extremely to make with a German army the loss of the fortress of which does not decelerate ardour.
When the forehead moves during the offensive of July 15th, 1918, the French armies leave the Mounts of Champagne region not without having blown up the tunnel of Cornillet which belongs to History consequently.
About 60 years afterwards ...
June, 1973

Workers of the area of military registry office of Châlons-sur-Marne discover the orifice of an air vent of the tunnel of the Mount Cornillet. By enlarging this opening they manage to go down and unblock 12 metres underneath, in the gallery of the south mountainside of the Mount and discover countless remains, the weaponry, the equipment ...
September, 1973

Alerted, German authorities canvass the tunnel in their tower(turn) where remain(subsist) weapon, ammunitions and the lethal rests of the soldiers which were not extracted from their shroud of earth and from stones during first body searches in 1933; in this epoch, fumes of coming gas of fûts by yperite in poor state(condition) and a certain international tension had put an end to exhumations prematurely.

July, 1974

35 German sappers of the Regiment of Instructions of the Genius of Kehl search the Mount Cornillet. An important equipment is rented on place and the ready French army of big devices of clearing: locust, bulldozer, excavatrice ...
A hundred of skeletons is clear and extracted from debris; unfortunately, galleries having been ransacked, alone 20 bodies are identified. The German sappers, backed up by volunteers of the French army, attack a gallery where are assumed be the bodies of fifteen officers.
The time is pressing. At the end of August, the shooting of training of the artillery has to resume on the territory of marnais camps.
When body searches cease, 241 bodies were taken out from the first two galleries, completely clear; the clearing of the third is half undertaken. These German soldiers of the LAUGHED 476è Wurtenburgeois were hardly more than ten nine years old and were "overalls" ignoring everything of the atrocities of war.
Before leaving the site, German and French authorities attend an emotional ceremony in front of coffins containing the spoils of the German soldiers of 1917.

June, 1975
Under Cornillet, body searches resume; 25 sappers of the Regiment of Instructions of the Genius of Munich and eleven French servicemen of the 33è Genius parked in Kehl follow(continue) the clearing of the third gallery where they hope to find(rediscover) trace of the fifteen supposed officers to be in meeting during the landslide of the tunnel.
The discovery of the first skeletons took the long hours of body searches in rubbles, landslides; it is by dint of huge efforts that the servicemen reach the room of briefing. They quickly made to realize that the tunnel, true underground graveyard, was profaned and that the lethal rests were skinned of any object allowing their identification.
In total, 80 bodies are extracted from this last gallery and with introversion put in plastic coffers by waiting their final entombment.
The total of exhumations represents 321 bodies.
They will be buried in the military graveyard of Warmeriville.

A. Girod - in 18/04/2005 and photographs appeared in the newspaper the Union


Hieronder
De Mont Cornillet
in betrekkelijke rustiger tijden namelijk 1916
Toen er niet zoveel aan de hand was in die sector,
Zone die meer als rustplaats diende voor moegestreden uitgeputte
en uitgedunde regimenten ,
die van andere slagvelden zoals Verdun en de Somme kwamen .
Om in de Champagne op adem te komen

Er werd wel duchtig aan de verdediging en aan de tunnels
verder gebouwd ,die aan zovelen
In april- mei 1917 noodlottig zou worden .








source Champagne kriegszeitung VIII Reserve Korps
met dank aan Ad voor een gedeelte van de documentatie

@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 30 Sep 2006 21:57    Onderwerp: Reageer met quote


Illustration


Van hieruit vertrok de eerste aanval op 17 april 1917
Jongens we moeten de heuvel hebben kost wat kost
Doe maar he – zo over onbeschermd gebied .

La course a la mort zeiden de poilus ...!
De wedren naar de dood !

Ze vertrokken om 4h45 ....what a wake up call!

Het 83 RI geraakte erop, met betrekkelijk weing verliezen om 6h45
maar wisten toen nog niets af van die tunnels en werden
na heroische tegenaanvals gevechten al vanaf 8h door de uit de tunnels komende
Duitsers van het 113 ri er weer vanaf geworpen .
Toen om 17h00 de strijd staakte had het 83Ri
1/3 van zijn soldaten verloren en de helft van zijn officieren

De 30 april zou het 71RI die hun aflosten het ook eens verzoeken
Dit regiment werd volledig afgeslacht en uitgemoord
Ze lieten 700 man en 20 officieren op de heuvel achter.

Nadien was het de beurt aan het 48 Ri op de 4 mei
Die werden gewoonweg na het verlies van hun battailionschef met de baionet
In de rug en in extremis door hun eigen artillerie gered
Deze nul operatie koste 40 doden -160 gewonden en 257 vermisten
Toen zaten de Duitsers van het 173 RI
op de heuvel en hielden deze stevig in hun bezit .

Tussen de 11 en 15 Mei
nam het 1st regiment zouaven
stelling aan de voet van de heuvel
met als doel de ingangen van de tunnels te bestormen
Het 476 Wurtembergsche wachte hen op , de aanvalsdag
Werd op de 20 mei gekozen om 16.25h
Met een artillerieondersteuning die om 13h begon.
en die met zwaar geschut van een 400 cal de ingang dichtschoot ,

Om 15h45 zagen de Fransen een 300 tal Duitsers naar het noorden vluchten ......het drama voltrok zich.
De aanval begon om 16h25 , en na verschillende mitraillieursnesten te hebben bestormd ,waren de zouaven eindelijk op de berg .
Ten koste van zware verliezen 19 officieren en 600 man ,
de gebruikelijke tegenaanval had niet plaatsgevonden ?
men ontdekte de reden ervan op de volgende dag de 21 mei.

@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 01 Okt 2006 21:17    Onderwerp: Mont Cornillet uitgewerkt Reageer met quote

Gentlemen,

Ik was een weekje op pad, dus heb veel gemist. Enorm bedankt voor alle aanvullingen over de strijd op en rond de Mt. Cornillet in 1917. Het verleden van de berg (april 1917 tot de berging van de Duitse lichamen rond 1975) lijkt me aardig in beeld. Op het forum is een kern van Cornillet geinteresseerden opgestaan. Wellicht is het volgende een leuk vervolg op het verleden:

Is het mogelijk contact op te nemen met de militaire autoriteiten op de basis met het verzoek om met een select gezelschap de toestand van de berg in 2006 te bekijken?

Ik ben benieuwd wie de top van 209 m wil beklimmen en of iemand ingangen bij de Franse heren van defensie heeft??

Ik wacht in spanning,

Ad
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 01 Okt 2006 23:44    Onderwerp: “ Nix g’habt vom Lebe” Reageer met quote



Freitag, 25. Juli 1975
Das Geheimnis des Mont Cornillet: Plünderer waren im Berg der Toten
Von unserem Redaktionsmtglied Waltet Kuppet

1917 starben 330 Wurttembürger im Kreideberg - Bergungsarbeiten abgeschlossen

STUTTGART. Die 330 württembergischen Soldaten des Ersten Weitkriegs, die irn Mont Cornillet
Bei Reims erstickt sind, werden auf dem . . deutschen Soldatenfriedhof im französischen Warmeriville
beigesetzt.
‘Die Bergung der Toten ist in diesem Jahr abgeschlossen, worden.

“Da waren nicht nur vierbeinige Füchse drin, sondern auch zweibeinige”, erkannten im vergangenen Jahr die Männer,
die sich daran gemacht hatten, dem Kreideberg Cornillet sein Geheimnis zu entreiszen.
Ihrer Habe beraubt worden waren auch die: 50 Toten, deren Uberreste dieses Jahr irn hinteren Teil eines Stollens gefunden wurden.
58 Jahre danach gelang es dem Oberstleutnant der Bundeswehr, Hermann Köberl, das letzte Geheimnis urn den Berg der Toten zu lüften:
Die Plünderer waren durch einen 1ängst verschütteten Luftschacht eingestiegen.

”Ehre und Treue”

,,Ge1dbeutel, Erkennungsmarken, Ringe und Walfen waren weg, die Koppel messerscharf durchtrennt”,
berichtete in Stuttgart Hermann Köberl, der die Bergung geleitet hat.
Andenkenjäger haben sogar die Koppelschlösser (Aufschrift: ,,Ehre uhd Treue”) mitgenommen.
Bei. einem der Soldaten im Berg fanden die Bundeswehrpioniere aber noch eine lederne Brieftasche mit Familienfotos und
Feldpostbriefen, die mit Hilfe einer Lupe zu entziffern sind.
Nach einem knapp fünfwochigen Einsatz haben Pioniere der Bundeswehr und französische Soldaten im Auftrag des Volksbundes
für Kriegsgrberfûrsorge wie kurz berichtet jetzt die Bergung der Toten im Mont Cornillet abgeschlossen:
• In diesem Jahr waren in den verschütteten Stollen des Mont Cornillet noch 63 Gefallene zu bergen.
• Damit steht test, dasz beim Angriff der Franzosen im Mal 1917 mindestens 330 Soldaten des Königlich-Württembergischen
Infanterie-Regiments 476 gestorben sind.
Kreide, Skelette, vermodertes Grubenholz, ein Stahlhelm, ein Kochgeschirr, eine Erkennungsmarke
— so sah in zwei Sommern der Arbeitsplatz der Männer vom Volksbund für Kriegsgrberfürsorge aus.
Sie bargen die Überreste der Toten, nachdem Bundeswehrpionjere die Stollen freigelegt hatten.
Im Ersten Weltkrieg war das Stollensystem im Mont Corrillet von deutschen Pionieren gebaut worden
— als scheinbar sichere Festung.
Doch im Hagel der Granaten.brach es zusammen, wurde zurn Massengrab, das über ein halbes Jahrhundert lang unbeachtet blieb.
Als im Juli 1974 bekannt geworden war, dasz die Gefallenen geborgen werden, meldeten sich Männer
die im Mai 1917 dem Inferno entkommen waren.
Einer von ihnen war der 78 Jahre alte frühere Gipser Wilhelm Stiefelmayer aus Reudern bei Nürtingen,
darnals 21 Jahre alt und Musketier.
Er erinnerte sich:

,So oder kaputt’

“Es war abends um acht. Stockfinster ist es gewesen, keine zehn Meter hat man gesehen. Arn Eingang des Kreidebergs war eine kleine
Röllbahn. Ich: lag unter einem Lüftungsschacht von 60 mal 60 Zentimetern. Gegen Mitternacht explodierten über uns Granaten.
Am morgen war der Eingang zugeschossen. ,Rette sich wer kann!’ hiesz die Parole.”
Der Musketier Wilhelm Stiefelrnayer sagte sich: ,,Kaputt sind wir so oder so.”
Im Stollen drohte er zu ersticken, die Kerzen brannten schon kaum mehr; auf dem Berg konnte ihn eine Granate zerfetzen.
Er wagte den Ausstieg durch den Lüftungsschacht, sprang im Trommelfeuer von Granattrichter zu Granattrichter;
meldete sich an einer Sammelstelle, muszte Sauerstoft einatmen - und wurde einer neuen Einheit zugeteilt.
De Krieg ging weiter.

“ Nix g’habt vom Lebe”


330 seiner Kameraden, die meisten erst 19 oder 20 Jahre alt, strarben. “Und nix hams g’habt vom Leben”,
Meint Hermann Köberl. Auf da Massengrab war der Bündeswehroffizier 1968 aufmerksam gemacht worden als seine Pioniere
in der Nähe eiine Strasze zu einem Soldatenfriedhof bauten.
Wäre der Mont Cornillet nicht ein Truppenübungsplatz, dessen Betreten für Zivilisten verboten ist — Hermann Köberl hätte
vorgeschagen die Toten im im Kreideberg ruhen zu lassen und auf dessen Gipfel ein Mahnmal zu errichten.
So aber hat er darauf gedrängt, daszl die Toten eine Ruhstätte finden, die für Angehörige und Verwandte zugänglich ist.
Eine Stuttgarter Reisegnppe aus Veteranen und Angehörigen hat in diesem Jahr schon die Ausgrabungssttte besucht.
Nun werden die württemnbergischen Soldaten auf dem Soldatenafriedhof in Warmerville: die letzte Ruhestätte finden
—allerdings erst 1976. Solange dauert es noch, bis die Toten alle identifiziert sind.
Nur bei wenigen hat man hieb- und stichfeste Anhaltspunkte für ihre Identität gefunden. Auf einer Erkennungsmarke ist mit
Hilfe der Lupe zu lesen: ,,Eugen Hilzinger, geboren 2. 1. (?) 1897, Tuttllngen, 3 EMG-Komp. XIII.”’




Het laatste geheim van de Mont Cornillet is dat van de plunderaars.
Alle vrome praatjes van gravende souvenirjagers ten spijt, hier blijkt hun waardeloze, criminele mentaliteit.
Ik hoop dat dit forum scherp stelling blijft nemen tegen deze praktijk en tegen de handel in op deze wijze verworven materialen.
Naar boven
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 02 Okt 2006 0:36    Onderwerp: De begraafplaats voor de Wurttembergers van Mont Cornillet Reageer met quote

Le cimetière militaire allemand de Warmeriville ( Marne )

--------------------------------------------------------------------------------
Lors des bombardements des tranchées-galeries du Mont-Cornet le 20 mai 1917 414 soldats allemands
de la 242ème division d'infanterie du Wurtemberg furent enterrés vivants sous les décombres.
Les restes des soldats rassemblés entre 1974-75 reposent dans ce cimetière




Le cimetière militaire allemand de Warmeriville implanté derrière le cimetière civil de ce bourg, est situé à 18 kilomètres
au Nord-Est de Reims.

3151 soldats allemands tués au cours de la 1ère guerre mondiale y ont été inhumés :
- 2 658 en sépultures individuelles,
- 493 en ossuaire.

La grande croix métallique



Les sépultures individuelles







L'ossuaire





Parmi ces restes mortels se trouvent ceux du commandant CHAMPEL Paul Adolphe du 48ème Régiment d'infanterie
mort pour la France le 16 mai 1917 au Mont Cornillet et ceux d'un militaire français inconnu mort pour la France





Lors des bombardements des tranchées-galeries du Mont-Cornet le 20 mai 1917
414 soldats allemands de la 242ème division d'infanterie du Wurtemberg furent enterrés vivants sous les décombres.
Les restes des soldats rassemblés entre 1974-75 reposent dans ce cimetière.


Historique

Le cimetière militaire allemand de Warmeriville a été créé pendant la 1ère guerre mondiale par les troupes allemandes.

Il a été agrandi par les autorités françaises après la 1ère guerre mondiale.

Il a été aménagé en 1969 par l'Association pour l'entretien des cimetières allemands qui a fait remplacer les croix de bois
par des croix de pierre.
Naar boven
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 02 Okt 2006 11:52    Onderwerp: De Zouvenop de Mont Cornillet Reageer met quote

LES ZOUAVES AU CORNILLET

Extrait de "La terre de France reconquise", Henri Bordeaux

Notre attaque du 20 mai, du Mont Cornillet au Téton, est menée par des régiments appartenant aux division Joba, Ferradini, Aldebert.
Elle se déclenche à 16 Heures Vingt-cinq , par un très beau temps.
Les objectifs sont atteints au nord du Téton et du Casque et au nord-est du Mont-Haut.
Sur les pentes nord-ouest du Mont-Haut et au Mont Blond, notre progression est arrêtée par des barrages de mitrailleuses et d'artillerie.
Le mont Cornillet est enlevé par le 1er zouaves, qui atteint l'entrée des souterrains.
Cette fois le tunnel est entre nos mains.
L'action du 1er zouaves au Mont Cornillet peut aisément être présentée à part.
Elle est un des épisodes les plus fameux de la bataille de Moronvilliers et son récit est digne de clore cet Historique bien incomplet,
qui n'a pu que résumer à larges traits l'ensemble complexe de cette difficile conquête.

Les Zouaves au Cornillet

Le passé du 1er zouaves est un des plus riches et des plus beaux de la guerre.
Il fait ses débuts, sous les ordres du lieutenant-colonel Heude, dans la bataille de Charleroi.
Il se bat successivement à Clermont (Belgique), Ribemont (Aisne), Villers-le-Sec (Aisne), Montmirail (Marne).
Après la Marne, il prend part, avec la 1re armée, aux combats de la Ferme du Godat où il perd son colonel et de nombreux officiers.
Au plateau de Craonne, il défend pendant sept jours avec acharnement la ferme de la Creute et le bois de la Vallée-Foulon
(19 octobre au 26 novembre 1914), ce qui lui vaut une citation du général de Maud'huy, commandant alors le 18e corps d'armée,
auquel il est rattaché.

De l'Aisne, à la fin d'octobre, il est transporté en Belgique ; à peine débarqués, ses bataillons sont jetés inopinément dans la mêlée
sur les bords de l'Yser.
La tâche est rude, mais il maintient intact, sous le commandement du colonel de Grandrut, le secteur qu'il a pour mission de garder.
Ici se place cet épisode à la d'Assas qu'une citation à l'ordre de l’Armée (19 novembre 1914) a rendu célèbre et dont le héros est demeuré inconnu.
Le 12 novembre (1914), à cinq heures, une colonne allemande se portait à l'attaque du pont de Die Gratche, défendu par le 1er zouaves,
en poussant devant elle des zouaves prisonniers et en criant : « Deuxième bataillon, « cessez le feu ! »
Un instant nos soldats et leurs mitrailleuses interrompent leur tir, lorsque des rangs allemands part ce cri poussé par un des zouaves prisonniers
« Tirez donc, au nom de Dieu ! »
Une décharge générale part alors de nos rangs, couche à terre les assaillants et l'héroïque soldat dont le dévouement avait permis aux nôtres
de déjouer une ruse.
Si le nom de ce brave reste inconnu, du moins le 1er zouaves gardera-t-il le souvenir de son sacrifice qui honore le régiment à l'égal du
plus beau fait d'armes de sa glorieuse histoire. Honneur à sa mémoire ! » ,Signé : D’URBAL
Du 10 au 24 décembre (1914), le régiment est appelé à participer à la défense d'Ypres, puis il va tenir les tranchées de Nieuport à la mer.
« Appelés depuis le mois de février, dit le général Rouquerol, commandant le groupement de Nieuport, dans l'ordre général qu'il adresse
à ce régiment quand celui-ci sera appelé à d'autres destinées, à la garde d'un secteur difficile, les zouaves ont montré particulièrement dans
l'attaque du 9 mai et dans le coup de main du 11 juin, par leur bravoure, leur endurance, leur solidité et leur belle tenue sous le feu,
qu'ils étaient dignes de leurs glorieuses traditions. »
Verdun va vérifier mieux encore cette bravoure, cette endurance, cette solidité.
Le 11 mars (1916), le régiment, sous les ordres du colonel Rolland, est amené sur la rive gauche de la Meuse alors menacée.
La ligne Béthincourt-le Mort-Homme-Cumières est alors le théâtre de sanglants combats dont le 1er zouaves a sa part glorieuse.
Quelques mois plus tard (octobre et novembre 1916), il s'illustre au cours de la bataille de la Somme dans l'enlèvement du bois de Chaulnes,
du Pressoir et du bois Kratz.
Il est cité à l'ordre de l'armée en ces termes
Le 21 octobre 1916, après avoir tenu plusieurs jours, sous le bombardement meurtrier et continu et dans des conditions atmosphériques
extrêmement pénibles, a coopéré à l'attaque du bols de Chaulnes avec un allant superbe et dans un ordre parfait, atteignant rapidement
l'objectif fixé. Le 7 novembre 1916, chargé, sous les ordres du colonel Rolland, d'enlever Pressoir et le bois Kratz, s'est acquitté de
la façon la plus brillante de sa mission, après une lutte très vive à la grenade et en dépit d'une violente tempête de vent et de pluie.


Au Mont Cornillet

Tel est le passé du régiment qui aura l'honneur, sous le commandement du lieutenant-colonel Poirel, de prendre le sommet du Cornillet
et de s'emparer du tunnel.
Pour l'attaque du 20 mai, deux bataillons sont accolés, en première ligne, à droite le bataillon Simondet, à gauche le bataillon Mare ;
le 3e bataillon (Alessandri) est en réserve de régiment. La compagnie du génie 15-12 est mise à la disposition du colonel. L'attention de tous a
été particulièrement attirée sur la couverture des flancs et le nettoyage de la position. Les troupes sont mises en place dans la nuit du 19 au 20 mai :
les compagnies de première ligne placées dans la première ligne, les unités de deuxième ligne dans la tranchée de doublement.
Ce dispositif a pu être réalisé sans pertes sensibles, malgré un puissant bombardement.

Pendant toute la journée du 20, l'artillerie ennemie exécute un violent tir de contre-préparation qui ne cause que de faibles dégâts,
grâce à la profondeur et l'étroitesse des tranchées transformées en ligne de départ.

Notre préparation d'artillerie commence dès le jour à une cadence lente qui va en s'accentuant pour atteindre le maximum d'effet vers midi.
Dans l'après-midi, vers une heure, un Allemand se rend; il semble affolé, il prétend que toute la garnison du tunnel est asphyxiée par les gaz
et qu'elle va se rendre.
Vers deux heures, un détachement d'une trentaine d'Allemands appartenant au 476e régiment, conduit
par un sous-officier porteur d'un drapeau blanc, se rend également, disant que la situation des occupants du tunnel est intenable.


A quatre heures et demie, l'attaque se déclenche sous un soleil radieux.
Les zouaves sont partis clans un ordre parfait.
Cependant, le barrage de l'artillerie et des mitrailleuses ennemies est difficile à franchir.
II faut, pour atteindre la crête, gravir sous le feu une pente de 200 mètres, briser de nombreuses résistances locales,
mitrailleuses dans des trous d'obus, blockhaus non détruits, et cependant la crête est franchie.
Maintenant l'obstacle ne vient pas de face, il n'y a pour ainsi dire plus d'infanterie allemande mais du côté du mont Blond,
où sont des mitrailleuses et surtout des barrages d'artillerie, car l'ennemi ne doute pas de sa défaite et déjà il écrase le sommet de ses obus.
Sans doute croit-il pouvoir encore protéger les entrées de son tunnel et sauver la garnison.
Les zouaves descendent les pentes nord ; le terrain est bien plus bouleversé de ce côté que du côté sud.
Ce bouleversement, par la gymnastique qu'il exige, est un obstacle à la rapidité de la progression.
La compagnie du génie marche avec les fantassins, transportant ses appareils pour nettoyer les abris et le tunnel.
La difficulté est de trouver les entrées, car elles ont été obstruées par le bombardement.

La réaction de l'artillerie allemande ne s'exerce que sur le sommet. L'ennemi croit sans doute que le tunnel est encore en sa possession.
Donc, sur le versant nord, on est beaucoup moins marmité. On tue ou l'on capture les groupes qui se défendent encore dans les trous d'obus.
Une compagnie s'élance même à la poursuite de quelques Boches qui s'enfuient et qui l'entraînent bien au delà de l'objectif assigné,
jusque vers Nauroy.
Dans la nuit, on fixe la ligne en réunissant entre eux des trous d'obus.
Les chefs de bataillon ont installé leur poste de commandement au delà de la crête, sur le versant nord,
dans des trous vaguement aménagés en abris.
Vers le milieu de la nuit, des ombres cherchent à traverser nos lignes.

On les arrête. Nul doute: il y a encore des Allemands vivants dans le tunnel. Mais où sont donc les entrées?

Au petit jour, deux Boches qui cherchent à fuir nous font enfin découvrir l’entrée principale qui n'est pas bouchée.
Le capitaine Legras et le Lieutenant Crocher viennent la vérifier : ils la trouvent comblée par l’amoncellement des cadavres
sur plusieurs épaisseurs.
Un obus de 400 est tombé, le 20 dans la matinée sur la cheminée d’aération de la galerie est, a fait effondrer le carrefour de la galerie
transversale et écrasé la chambre où se tenaient les deux chefs de bataillon.
De plus, un grand nombre d'obus spéciaux ont été tirés sur les entrées.
La garnison presque tout entière a péri asphyxiée.
Les Aides-Majors Forestier et Lumière, malgré l'horreur du spectacle, l'odeur et le danger, pénètrent à l'intérieur par une fente
et en passant sur un matelas de cadavres dont les attitudes et les poses permettent aisément de reconstituer la scène d'épouvante.

Tous sont équipés, harnachés, armés du fusil ou pourvus du sac de grenades, prêts à sortir pour une contre-attaque ;
cependant ils ont dû se précipiter vers les issues quand ils ont senti l'asphyxie venir, et ils les ont eux-mêmes bouchées par leur agglomération.

Leurs traits crispés, leurs corps piétinés indiquent la lutte violente pour l'air et pour la vie.

Plus loin dans la galerie, les cadavres sont moins entassés.
Voici le poste de secours : un capitaine du 476e, la tunique déboutonnée, a les deux jambes brisées placées dans des gouttières ;
au carrefour, des infirmiers sont écrasés par les poutres effondrées.
C'est un des pires spectacles de la guerre, une horreur sans nom.

Cependant, les deux. médecins, dans cette cohue de morts, trouvent un vivant qu'ils ramèneront au jour.

Ils continuent leur lugubre visite. La galerie qu'ils suivent est maintenant cloisonnée par des couvertures.
En soulevant l'une d'elles, ils trouvent sur un banc des bougies récemment allumées.

Il y a encore des vivants dans ce souterrain.
Cependant d'autres explorations ne feront plus rien découvrir.
Le colonel Poirel viendra lui-même inspecter les lieux, les officiers du génie y viendront, et le capitaine Texier, de l'état-major de la division Joba,
y sera envoyé en mission spéciale, accompagné de l'aide-major Lumière et de l’aumônier Carrere qui tous deux, y ont déjà pénétrés plusieurs fois.
Les travaux de déblaiement, d’assainissement et de remise en état seront entrepris immédiatement.

Les 21, 22, 23 mai, l'ennemi écrase nos positions conquises de ses obus lourds.
Il tente des contre-attaques qui sont brisées et qui lui coûtent des pertes considérables.
Le commandant Simondet, qui a installé son poste de commandement à l'une des entrées du tunnel, voit cette entrée bouchée par un obus qui,
pour comble met le feu à un dépôt de cartouches.
Le voilà enfermé avec ses téléphonistes et ses agents de liaison dans une prison en feu.


Dans la fumée, il aperçoit un trou de lumière. Il a trouvé une issue, il fait sortir son monde et il sort lui-même.
Cependant il est blessé et il doit passer son commandement au capitaine Canavy.
Tandis qu'il panse son chef de bataillon dans un trou d'obus, l'aide-major Forestier l'entend exprimer des craintes au sujet de son personnel
de liaison.

Tous ont-ils pu quitter la galerie incendiée? Aucun blessé n'est-il resté au fond?
Le major Forestier achève le pansement, puis, malgré le tir des artilleurs boches qui, ayant vu la fumée de l'explosion,
s'acharnent sur l'entrée du tunnel, il pénètre une fois de plus dans le couloir sinistre et, quand il revient, il affirme tranquillement
qu'il ne reste personne de chez nous dans le tunnel.

Quant aux zouaves, il en faudrait beaucoup citer. Mouillard, par exemple, qui, blessé â mort, déclare que c'est très bien de mourir pour la France,
et Galmiche, qui brave la douleur de ses blessures en demandant qu'on ne s'occupe pas de lui, puisqu'il meurt pour son pays;
et le mitrailleur Thénier qui, debout sur le parapet, surveille une contre-attaque en marche et qui répond au sergent qui lui ordonnait la prudence :
« J'aime mieux mourir debout que couché ».

Le succès du 20 mai tient pour une bonne part à la mise hors de cause avant tout combat de la garnison du tunnel.
L'ennemi, pour résister sur les crêtes, avait placé presque tous ses effectifs en première ligne à moins de 500 mètres de la ligne de feu.
Il comptait pour ses contre-attaques immédiates sur ses réserves entassées dans le tunnel : ainsi avait-il résisté les 30 avril et 4 mai.
Or, le 20 mai, le bombardement avait provoqué l’effondrement intérieur du tunnel, l'obstruction des entrées, l'asphyxie de la garnison.
Pas un homme des deux bataillons engloutis dans le tunnel n'a pu intervenir. La valeur du 1er zouaves, aidé à droite et à gauche par les tirailleurs
et les zouaves de la division, a assuré la victoire.

Après la prise du Cornillet, le général Joba a pu adresser légitimement à sa division cet ordre du jour

Appelée en Champagne pour vaincre les résistances jusqu'ici opposées à nos armes par la forteresse du Cornillet,
la division a la grande satisfaction de quitter le champ de bataille ayant rempli la mission qui lui avait été confiée.
Dès l'entrée en ligne, sans distinction de grade, d'arme, d'emploi, les volontés de tous, état-major, troupes, services,
se sont tendues dans une admirable unanimité vers le but commun.
Le Cornillet conquis, tous ont déployé une farouche ténacité à en assurer la possession, malgré la violence inouïe des bombardements.
La discipline et la persistance dans l'effort sont les deux qualités primordiales qui assurent le succès.
Ces qualités, la division les possède.
Le général commandant la division exprime à tous sa reconnaissance pour la collaboration sans limites
qui lui a été offerte et, en même temps, sa fierté d'être à la tête d'une aussi brillante unité.
Il s'incline respectueusement devant les morts qui ont acheté le succès du prix de leur vie et qui ne seront pas oubliés
par leurs frères d'armes.
Après la dure période que nous venons de traverser, la patrie nous demande un nouvel effort. A cet appel, nous répondons :
"Présent".
Naar boven
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 28 Jan 2007 16:17    Onderwerp: Reageer met quote

Het Württembergse Infanterie-Regiment nr. 476 op de Cornillet, mei 1917

Onze divisie was een ‘Eingreifdivision’ en lag achter de troepen die voor Reims en Prosnes gelegerd waren. Wij behoorden tot het 1ste leger. Generaal der infanterie Von Below was onze legeraanvoerder en het hoofdkwartier was in Rethel.
Het was de taak van een Eingreifdivision om ter ondersteuning van één van de in de frontlijn liggende divisies bij een vijandelijke aanval snel van achter naar voren op te trekken, de aanval af te slaan en de vijand in zijn uitgangsstelling terug te dringen.
We moesten dus daar ingrijpen waar de nood aan de man zou zijn.
Met het oog daarop namen Hauptmann Leicht en Ordonnansofficier Leutnant Boelsen van ons regiment op zeker moment contact op met de voor ons liggende 13de Reserve-Divisie om inlichtingen in te winnen over het voornemen om een actie te ondernemen in oostelijke richting.
Ter toelichting zij vermeld dat de voorste linie over de door ons bezette heuvelkam liep, evenwijdig aan en noordelijk van de straatweg van Reims naar St. Menehould en het dal van de Vesle. Het deel van de frontlijn waarvoor onze divisie verantwoordelijk was, strekte zich uit van de Lange Rucken over de Cornilletberg in oostelijke richting tot de Pöhlberg.

In de nacht van 4 op 5 mei (1917) werd het regiment gealarmeerd. Op en om de Cornilletberg werd hevig gevochten. Die gevechten verliepen gunstig voor ons en de toestand van verhoogde paraatheid werd weer opgeheven.
Op 6 mei ontwikkelden zich nieuwe gevechten bij de Cornillet en bij Brimont. Het regiment maakte zich ’s morgens om negen uur gevechtsgereed, voor een inzet in de sector ‘Prosnes’ en was ook voorbereid voor een tegenstoot in de richting van het dorp Nauroy, twee kilometer noordelijk van de Cornillet.
Officieren van de regimentsstaf en van de afzonderlijke compagnieën verkenden gedetailleerd de routes waarlangs we zonder risico’s van achter naar voren het slagveld zouden kunnen bereiken, en de plaatsen waar we ons beschut tegen vijandelijk vuur zouden kunnen opstellen voor de inzet.
Op 7 mei werd het weer rustiger. Het regiment kreeg bevel om een grendelstelling te bouwen, die zich van de weg van Lavannes naar Epoye -ten noorden van Epoye- naar de weg van Epoye naar St. Masmes zou uitstrekken, over een lengte van 1200 meter. Het graafwerk duurde van de avond van 8 mei tot en met de hele volgende nacht.
Toen we ’s morgens weer terug waren in het kamp, lieten zich talrijke vijandelijke vliegers zien boven het kamp Riga. Zij konden daar helaas ongestoord door onze vliegers rondcirkelen. Want onze vliegers, voor zover zij niet bij Le Chatelet uitgeschakeld waren, waren een paar dagen geleden allemaal naar Prosnes gecommandeerd.
In de nacht van 12 op 13 mei was het uitbouwen van de grendelstelling klaar.
Nadat wij al deze dagen ongeduldig op het bevel om op te rukken hadden gewacht en ’s nachts hadden gegraven, kreeg het regiment op 13 mei te horen dat de hele divisie ingezet zou worden. Rechts het 127ste Regiment, daarnaast wij van het 475ste Regiment.
Wij moesten in de nachten van 15 tot 17 mei het 173ste Infanterie-Regiment aflossen op de Cornillet. Wij werden dus opgesteld op de linker vleugel van onze divisie en werden daar ingezet waar het al dagen zeer onrustig was.
Vanuit kamp Riga kon men vanaf een op een kersenboom gebouwde observatiepost de gevechtsterreinen in de omtrek overzien, vele kilometers ver. Hoofdzakelijk aan de linker kant ging het er heet aan toe. Het hele bergmassief was van tijd tot tijd gehuld in fonteinen van rook en stof ten gevolge van inslaande granaten.
Op de kaart lag uiterst links de Lange Rücken, dan de 208 meter hoge Cornillet, het Luginsland en de Hochberg. Voor ons verder naar rechts was het fort Nogent l´Abbesse te zien dat in Duits bezit was, dan de kathedraal van Reims, nog verder naar rechts de zwaar versterkte Brimont, de berg waar omheen de strijd op en neer golfde, en helemaal op de achtergrond de Prouvaisberg.
Leutnant Boelsen, de Ordonnansofficier, begaf zich vóór de aflossing naar de gevechtspost van de Preussische 67ste Infanterie-Brigade om de verantwoordelijkheid voor de sector over te nemen. De mannen belast met het commando van de bataljons en de compagnieën gingen als eerste naar de nieuwe sector om zich te installeren en om het terrein te verkennen.
In de nacht van 14 op 15 mei loste het eerste bataljon (onder leiding van Majoor Wintterlin) het derde bataljon van het 173ste Regiment af aan de “Fleckstraße” en in de kiezelgroeve (”Kiesgrube”), zuidoostelijk van Nauroy. Toen het Iste bataljon daar afgelost was door ons


IIde bataljon, rukte het zelf de volgende nacht op naar stellingen op de Cornillet om daar het IIde bataljon van het 173ste Regiment af te lossen.
In de nacht van 16 op 17 mei werd het IIde bataljon (onder leiding van Hauptmann Graf von Rambaldi) aan de Fleckstraße en in de kiezelgroeve door het IIIde bataljon (onder leiding van Hauptmann Winter) afgelost en rukte eveneens op naar stellingen op de Cornillet ter aflossing van het Iste bataljon van het173ste.
De bataljons rukte compagniegewijze op terwijl het terrein gedurende de nachten onder
hevig vuur lag. De aflossingen waren pas voltooid tegen het aanbreken van de dag en hadden ondanks het hevige vijandelijke vuur niet veel verliezen gekost. Veel granaten drongen zonder te exploderen diep in de door de regen zacht geworden bodem.
De bevelhebber van het regiment, Major Diez, kwam op 17 mei ‘s morgens om 8 uur aan bij de regimentsgevechtspost in de kiezelgroeve en nam het bevel over de sector ‘X b’ over. Als regimentsreserve lagen in de kiezelgroeve de 10de compagnie (Oberleutnant Huber) en de 8ste compagnie(Leutnant Heinzelmann).
Vanaf 1 uur in de nacht van 15 mei moesten we voortdurend rekening houden met een vijandelijke aanval. Het gehele regiment was in staat van verhoogde paraatheid.
Bij het aanbreken van de dag op 17 mei had het hele regiment de bedoelde posities ingenomen. In de voorste lijn lagen vier compagnieën, rechts het IIde bataljon, links het Iste.
Van een goede geprepareerde stelling was eigenlijk geen sprake; het was meer een verzameling granaattrechters die hier en daar met elkaar verbonden waren. Een normale bezetting was niet mogelijk. Overdag lagen er in de granaattrechters op de berghelling van iedere compagnie drie groepen manschappen en een officier. De rest zat in een nabijgelegen tunnelcomplex halverwege de noordhelling van de berg. Hauptmann Deuschle, de aanvoerder van de 6de compagnie karakteriseerde de zogenaamde stelling als “een steeds weer omgewoeld maanlandschap met van die trechters”. Ook die trechters boden geen beschutting tegen granaten van zelfs kleine kalibers. Hij schreef: “De stelling was niet zeer lang maar uiterst ongerieflijk met verschillende vooruitspringende hoeken aan weerszijden geflankeerd door dichtbijgelegen vijanden. De Fransen, in dit geval krachtige koloniale troepen, lagen op de rechter vleugel ongeveer 100 meter van ons vandaan, in het midden niet meer dan 50 meter en aan de linker kant was de afstand maar 25 meter.”
De tunnel was een oude mijn van de Fransen in de krijtberg en bestond uit drie gangen. Het ‘dak’ (of de ‘bovendekking’) van die tunnelgangen was een 17 meter dikke laag van krijtgesteente. Naarmate de stellingenoorlog langer duurde was het aantrekkelijker geworden om in dit soort mijnen dekking te zoeken, oude gangen uit te breiden en daarbij nieuwe onderkomens te graven die men ‘mijnkazernes’ noemde. De aanvoerders hadden daar hun troepen en voorraden en in uitgebreide gangenstelsels zelfs hun hele compagnie bijeen en vast in de hand. De dikke dekkingslaag leek sterk genoeg om iedere vijandelijke beschieting te kunnen trotseren.
In rustige tijden boden deze diepe mijnen en gangen een goed en doelmatig onderkomen, ook wanneer de vijand de stelling beschoot met granaten van slechts licht en middelzwaar kaliber. Veel van deze onderaardse onderkomens hebben ook zware en zelfs de zwaarste kalibers weerstaan. Maar aan het verblijf hier waren ook risico’s verbonden. Die risico’s betroffen de toegangen en de luchtschachten. Het was van levensbelang dat die goed zouden blijven functioneren. Als een luchtschacht door een zware granaat getroffen werd en de toegangen zouden in puin geschoten worden of met gas bestookt, dan zou het lot van de mannen in de tunnel direct bedreigd worden. Menige tunnel is dan ook een graf voor velen geworden. Ook de Cornillet.

[URL=http://imageshack.us]
[/URL]


Het tunnelsysteem was zo ongeveer als op de tekening aangegeven, aangelegd. Gang B (ongeveer 120 meter) was 20 meter langer dan de beide parallelgangen A en C (ongeveer 100 meter). Luchttoevoer kreeg de tunnel door de beide luchtschachten en door een uit pijpen en buizen bestaande ventilatie-installatie. De deklaag boven de middelste gang was volgens een nauwkeurige meting 17 meter, bij de ingang (B) ongeveer 10 meter. De gangen waren ongeveer 2 meter hoog en 2 meter breed. Een levensmiddelendepot was bij de overname door ons regiment nog rijkelijk gevuld, maar het ontbrak daarentegen geheel aan dranken. Er was niks drinkbaars meer. Het vorige, vertrokken regiment had zelfs de ijzeren voorraad verbruikt en niet aangevuld. Ook de verlichting was gebrekkig omdat de lucht natuurlijk maar weinig zuurstof bevatte.
De toegang C was bij de laatste grote aanval van de Fransen geruïneerd en nog niet helemaal hersteld. Er lagen nog 20 lijken (kolendampvergiftiging) in deze gang. De ingangen C en A waren in tact, maar de deklaag was door de voortdurende zware beschietingen al zwaar beschadigd. Bij de ingangen hing een vreselijke stank, omdat de tunnelbezetting gedwongen was hier haar behoeften te doen.
In een Frans bericht dat in juli 1917 in ons bezit kwam, wordt de Cornillet als volgt beschreven: “Dreigend ligt onze stelling tegenover de berg Cornillet waarin de Duitsers onder de naam ‘de tunnel van Cornillet’ een bekende en gevreesde stelling hebben ingebouwd. De berg lijkt een reusachtige draak die zich loom heeft uitgestrekt maar die elk moment gereed is zich uit te rekken en op te richten in een vreselijke toorn om vuur om dood en verderf te slingeren naar hen die het wagen hem te benaderen. De diep ingebouwde stelling schijnt onbenaderbaar en niet in te nemen, beschut en gedekt door de huizenhoog over elkaar liggende krijtlagen die tezamen de berg vormen. Binnenin de berg verloopt het leven door drie brede , ruime hoofdaderen met vele tunnels en gangen. Door vernuftig ingebouwde luchtschachten komt de buitenlucht tot in deze onderaardse wereld.
Zo lag de berg voor ons op 17 mei. Onze aanvoerders kenden zijn sterkte en zij wisten hoe gevaarlijk en dodelijk deze stelling voor onze aanvallende troepen in de slag zou zijn. Het monster moest tegen elke prijs onschadelijk gemaakt worden.”
Een later opgevangen Frans radiobericht uit Lyon zei: “De Cornillet beheerst in de Champagne de vlakte tussen de versterkingen van Moronvillers en de hoogten van Berru. Uit een oogpunt van verdediging was het een versterking van de eerste orde.”
In deze tunnel bevonden zich dus twee bataljonscommandanten, Majoor Wintterlin, die de bevelvoerder voor de hele Cornillet was, en Hauptmann Graf von Rambaldi, en die delen van de compagnieën die niet in de granaattrechters lagen.
Hauptmann Deuschle, die op 17 mei bij het aanbreken van de dag met zijn 6de compagnie de tunnel betrok, schreef: “Officieren en manschappen lagen langs de gangwanden. In de tunnel bevond zich de gevechtspost voor twee bataljonsstaven, daarnaast een lucht- en lichtschacht, een ruimte die dienst deed als hospitaal, een munitiedepot, een levensmiddelendepot, een onderkomen voor Hauptmann Süß en mij en twee stations voor de radioverbindingen. Een andere lucht- en lichtschacht die tegelijk dienst deed als waarnemingspost, bevond zich in gang 3 (A). We moesten de tunnel eerst uitmesten, want alle gangen lagen vol puin, oude wapens, lompen. Het wemelde er van luizen en vlooien.”
De compagnieën waren bij het Iste en het IIde bataljon met 90 man present in die stelling, overeenkomstig het regimentsbevel. Zij werden echter al op de eerste avond tot 60 man teruggebracht op initiatief van Major Wintterlin, omdat hij bij het betrekken van de tunnel al dadelijk de risico’s van deze onderaardse kazerne doorzien had en omdat hij het dringend geboden achtte dat er sterke reserves buiten het gevechtsterrein opgesteld zouden zijn.
Echter bruikbare loopgraven in de eerste en tweede linie ter verdediging en als onderkomen voor de troepen waren er niet. En in deze dringende toestand konden dergelijke loopgraven ook niet gemaakt worden. De vijand zou steeds met hulp van zijn superieure vliegers zulke pogingen door zijn zware artillerie in de kiem gesmoord hebben. Zo was de gehele bezetting van de stelling op de tunnel aangewezen, met uitzondering van de geringe krachten in de granaattrechters. Andere voorzieningen om als onderkomen te dienen voor de reserves, waren niet voorhanden. En voor het lot van de tunnel hing ook het lot van de stelling en de bezetting van de stelling af.
Major Wintterlin en de tunnelcommandant Hauptmann Süß, aanvoerder van de 2de compagnie, waren er zich heel goed van bewust dat de toestroom van frisse lucht van boven naar beneden gepompt werd door de beide schachten en dat het openhouden van de drie tunnelingangen van het allergrootste belang was voor het leven van de bezetting. Zij hadden dan ook verordonneerd dat de drie ventilatoren waarmee de benauwende, gebruikte lucht uit de diepte naar boven en frisse lucht van boven naar beneden, ononderbroken in werking moesten zijn. Er werd een vaste commissie onder leiding van de Ingenieur-officier Oberleutnant Frick en Leutnant Mayer ingezet die ononderbroken de tunnel moest nalopen en de toestand inspecteren. Hauptmann Süß had opdracht gegeven dat er, wanneer er brand woedde op de berg boven de mijngangen of in de nabijheid, door op de bodem gezette kaarsen vastgesteld kon worden of er kolendamp binnendrong en dat dan de ‘slechtweerdeuren’ zoveel mogelijk gesloten moesten worden. Deze deuren waren bij het betrekken van de tunnel nog niet voorhanden maar zijn dadelijk daarna aangebracht en moesten intussen vanwege het afdammen van gedeelten van de tunnel, vervangen worden.
Het kolendampgas is reukloos en daardoor veel gevaarlijker dan de strijdgassen, Bij het ruiken van de zoetige geur moet iedereen dadelijk zijn onafscheidelijke metgezel, het gasmasker, opzetten. Vaste gasposten stonden bij de drie ingangen die bij de eerste waarneming van strijdgas de natte ‘valdoeken’ moesten laten zakken. Een reddingsgroep bestaande uit een officier, twee onderofficieren en 20 manschappen waren voortdurend paraat. Deze mensen mochten niet voor een andere dienst ingeschakeld worden.
Elke onnodige beweging in de tunnel moest achterwege blijven.
De bezetting in de tunnel heeft al deze verordeningen goed gehoorzaamd. Zij vond spoedig de weg in deze onderaardse kazerne en schikte zich naar de omstandigheden.
Een zware taak hadden de troepen die voor de bevoorrading moesten zorgen, de dragers, die de bezetting op de berg moesten voorzien van water, verzorging en munitie.
Het regiment had Leutnant Lempp belast met de verantwoordelijkheid voor de bevoorrading en van iedere compagnie één officier en 60 manschappen als dragersgroep aangewezen, omdat de buitengewoon zware omstandigheden een dergelijke sterkte vereiste.
De legerbagage (tros) lag in St. Loup , 25 kilometer noordelijk van de berg. De gevechtsbagage lag in Heutrégiville –Vendreté, ongeveer 12 kilometer van de berg. De officieren die belast waren met de verzorging haalden mineraalwater uit Tagnon en Juniville en de aanvulling van de ijzeren rantsoenen kwam uit Le Chatelet.
De dragersgroepen lagen in het Kaiserlager ten noorden van Selles in het dal van Suippe, 15 kilometer van de berg.
Een onderkomen dichterbij was door de voortdurende beschieting van het achterland niet mogelijk. De mobiele veldkeukens gingen niet verder dan het zogenoemde Rheinlager. Van daar was het nog zes kilometer naar de stelling. Maar wat voor kilometers! Vanwege de onhandige lasten die zij moesten dragen waren de dragers tamelijk weerloos; elk paar droeg een ketel met 25 liter, anderen droegen brood in zeilen, conserven, mineraalwater, munitie en mijnen voor onze lichte mijnenwerpers. Reeds in het traject naar de Kiesgrube (kiezelgroeve) leden de dragers verliezen. In de kiezelgroeve, die een geliefd doelwit van de vijandelijke artillerie was omdat de omwalling een aantrekkelijk richtpunt was, hielden de dragers een rust en verzamelpause alvorens zij aan het laatste, het zwaarste en gevaarlijkste deel van de tocht begonnen. Het stuk van de kiezelgroeve naar de tunnelingang lag onder voortdurend spervuur van de Fransen. ’s Nachts werd het artillerievuur zich juist vóór de tunnelingang verhevigd –en hier en daar soms ook overdag- tot een ondoordringbare gordijn van granaatvuur, waar men doorheen moest als men tenminste de tunnel in wilde.
Het regiment had ’s nachts in de periode van 16 tot 20 mei regelmatig verliezen van 20 tot 25 man -doden en gewonden- onder de dragers. De gewonden werden meestal in de verbandplaats van het regiment in de kiezelgroeve verzorgd door de regimentsarts , stafarts dr. Schefold, die in deze nachten geen ogenblik rust had.
Dat het begeleiden van de dragers in dit helse vuur alleen was weggelegd door bijzonder energieke officieren, hoeft geen betoog. Twee derde van de aangedragen goederen kwam niet aan, zowel omdat er dragers gewond werden of sneuvelden, als ook omdat een deel van de

lasten bij het uitwijken voor het vijandelijk vuur weggegooid werd.
Door al deze oorzaken was het ook volstrekt gerechtvaardigd dat het dragerkorps goed bemand was. Overigens konden der dragers ook niet iedere dag de dertig inspannende kilometers heen en terug afleggen. Het reservebataljon, het IIIde dat aan de “Fleckstraße” lag, werd eveneens opgeroepen voor de bevoorrading van de tunnel (‘dragersdienst’ ), maar was zo in beslag genomen door het uitbouwen van het eigen onderkomen
dat het niet kwam tot een wezenlijke verlichting voor de groep dragers.
Op de tweede dag kregen wij buitgemaakte Russische paarden voor de dragers, zogeheten Panjes, met zadeltassen. Het waren mooie, levendige, taaie en uiterst gewillige dieren. Terwijl het langeafstandsgeschut donderde bleven zij rustig en betrouwbaar. Zij waren op z’n minst bruikbaar tot aan het Rheinlager, maar verder gingen zij niet. De uitvoering van hun taak vroeg het uiterste van de energie van alle met de bevoorrading belaste officieren, vooral van de officieren logistiek. Daarbij heeft menige dappere man zijn leven gegeven.
De tunnel- en bergbezetting leed in deze dagen zeer sterk onder de voor een goede verzorging ongunstige omstandigheden. Het eten, wanneer het überhaupt kwam, kwam zeer laat en was dan te weinig en bijna niet te genieten. De bergbezetting was er bijzonder slecht aan toe, daar overdag niemand zich in de voorste linie op de berg kon laten zien en ’s nachts het vinden van de schuilplaatsen van de verdedigers zeer moeilijk was vanwege de zich onder de voortdurende beschietingen zich steeds wijzigende karakteristiek van de ‘zee’ van krijttrechters. De officieren die zich in dit voortdurende wijzigende landschap moesten oriënteren slaagden er pas na urenlange omzwervingen in de stelling te vinden die zij met hun manschappen moesten bezetten.
Nog hachelijker was de toestand ten aanzien van het drinkwater. Het vertrokken, afgeloste regiment had de hele ijzeren voorraad drinken opgemaakt. Men moest dus niet alleen voorzien in de dagelijkse behoefte, die in de muffe atmosfeer van de tunnel groot was, maar ook de ijzeren voorraad aan dranken op peil brengen. Het is tegen de prijs van grote verliezen uiteindelijk gelukt om van enkele duizenden flessen spuitwater er een paar honderd in de tunnel te krijgen.
Alle moeite werd echter rijkelijk beloond door de dankbare vreugde van de kameraden in de berg. Zodra de dragers bij de tunnel waren aangekomen moesten zij, zonder zich al te lang bij de ingangen te hoeven ophouden, via de kortste weg afdalen naar de compagnieën in de tunnels. Voor dat doel stonden er mannen klaar om de weg te wijzen. Elk geschreeuw en iedere onrust moest vermeden worden.
Hier moest ook aan het inzetten van een mijnenwerper worden gedacht. De situatie die Leutnant Kalbfell als verkenner van de stelling op de Cornillet aantrof, zo erbarmelijk als maar denkbaar is. Onze voorgangers hadden in de buurt van de tunnelingangen zes lichte mijnenwerpers in positie gebracht, maar zij waren toen we aankwamen allen volkomen aan barrels geschoten. Daarop hebben wij vijf mijnenwerpers in werking gesteld, waarvoor de munitie met oneindige moeite gedurende de nachten aangebracht moest worden. Met het eerste bataljon werden ook zijn mijnenwerper-afdelingen onder leiding van Leutnant Diemer in de tunnel ondergebracht.
De beide andere mijnenwerper-afdelingen waren in reserve en moesten verzorging en munitie voor hun kameraden halen en brengen. Die taak werd met volle overgave uitgevoerd. Major Wintterlin had de mijnenwerpers na kort inschieten verdere activiteit verboden. Hij meende dat als wij ons rustig zouden houden, het zware vijandelijke vuur zou afnemen. Deze veronderstelling bleek onjuist. De tegenstander bereidde juist een grote nieuwe aanval voor en liet, toen die losbarstte, onze mijnenwerpers niet meer aan bod komen. De top van de berg werd helemaal overstelpt met razend vuur. Alle mijnenwerpers werden vernietigd, Leutnant Diemer werd uitgeschakeld door een gasgranaat (“gaskrank”). Zijn ordonnans, de musketier (toevalligerwijs ook genaamd) Diemer van de mijnenwerper-afdeling van het 1ste bataljon, moet hier speciaal worden genoemd. Hij heeft, hoewel hij ernstig getroffen was door het gifgas, berichten over de stand van zaken in de eerste linie van Hauptmann Süß overgebracht naar de regimentsstaf.
De hele Cornillet lag voortdurend onder hevig vuur van de tegenstanders. Van de bossen was niets over. Het was één woestenij daar op de witte bodem van de Champagne. De berg beheerste de gehele omgeving van de hoogten van Berru tot aan de versterkingen van Moronvillers. Die positie stelde in staat om zowel ver naar voren als naar achteren te kijken.
Het bezit van de berg was dan ook voor de Fransen even begerenswaard als voor ons. De twee vijandelijke aanvallen op 17 en 30 april waren tevergeefs geweest. Nadien hebben we een aantal kleinere maar niet minder krachtige vijandelijke pogingen om de berg te veroveren afgeslagen. De vijand heeft de tunnelingangen en de kiezelgroeve belegd met steeds intensiever vuur. De toestand werd met de dag ernstiger en van uur tot uur moesten we rekening houden met een grootschalige aanval.
Daarbij had de hogere legerleiding weliswaar het gevoel dat de bezetting van de berg te zwak was maar versterkingen zouden bij het ontbreken van bruikbare loopgraven en schuilplaatsen in de voorste linie dadelijk ten prooi vallen aan het vernietigend vuur van de vijand. De tunnel zou ruimte hebben geboden. Maar zolang er maar drie uitgangen voorhanden waren voor het snel inzetten van de manschappen wanneer de gevechten dat vereisten, was het maar de vraag of het zo effectief was om nog maar naar achteren in de tunnel troepen op te stellen die alsdan naar voren zouden moeten komen. Bovendien namen de risico’s van het verblijf in de tunnel toe naarmate er meer mensen bivakkeerden.
De leiding van de divisie verordonneerde nu dat er drie nieuwe ingangen gebouwd moesten worden en dat er nieuwe gangen naast de tunnel gegraven moesten worden om aparte afgescheiden afdelingen te kunnen herbergen. En er moest een verbindinggang naar achteren gebouwd worden.
De hele noordhelling van de berg was door vijandelijk artillerievuur dermate doorploegd en verwoest dat graafwerkzaamheden tot diep onder de oppervlakte geen steek hadden gehouden. Voor er iets had kunnen gebeuren had de vijand de aanval geopend.
Intussen moet hier iets worden verteld over de manier waarop het berichtenverkeer binnen het regiment en naar het achterland verliep. De verbindingen waren slecht en moeten onder ongunstige condities gehandhaafd worden. Naar voren en naar de voorste linie was men aangewezen op ordonnansen en berichtenhonden (Meldehunde) . Het was onmogelijk om een telefoonverbinding te leggen. Een lichtverbinding was evenmin direct noch indirect te maken. De tunnelcommandant had een lichtverbinding met de lichtseinpost (Blinkstelle) “Mond” van de divisie. Die werkte betrouwbaar tot zij op 20 mei vernietigd werd, en hij had een ‘aardtelefoonapparaat’ (Erdtelephonapparat) dat overigens nooit gefunctioneerd heeft, en postduiven. Zeer dikwijls kreeg het regiment de berichten evenwel via Mond waarmee de commandopost van het regiment van tijd tot tijd een telefoonverbinding intact kon houden.
Naar het hoofdkwartier van de brigade liep een keten of beter een estafette van ordonnansen te voet die zich zoveel mogelijk door ingesneden dalletjes haastten die overigens hevig beschoten werden. Al met al nam het overbrengen van een bericht enkele uren.
Nadat de vijand op 17 mei het hele gebied tussen de berg en de kiezelgroeve onder storingsvuur gehouden had en er ‘s middags aan deze en aan gene kant een levendige activiteit van vliegtuigen waargenomen was, nam het artillerievuur in de nacht zo in hevigheid toe dat de troepen die de voorraden moesten aandragen te kampen kregen met de grootste moeilijkheden.
Op 18 mei, bij het aanbreken van de dag, bereikte het bombardement zijn hoogtepunt . Er werd met zwaar kaliber geschoten op de tunnel en op de kiezelgroeve. Maar ons eigen vuur had een goed effect, want kennelijk verhinderde het de ontwikkeling van de verwachte vijandelijke aanval. De bezetting van de tunnel, het IIIde bataljon aan de Fleckstraße en de 8ste en de 10de compagnie in de kiezelgroeve waren in de hoogste staat van paraatheid. Het i9ntensieve vuur hield de hele dag aan. Het stortregende granaten van een zwaar kaliber tot 28 centimeter en zware mijnen op de berg. Een bunker op de linker vleugel van de stelling van het IIde bataljon werd geheel aan flarden geschoten. De vijandelijke vliegers scheerden ongeëvenaard laag over onze in rook en stof gehulde stelling en stuurden de zware vijandelijke projectielen op de tunnelingangen met als gevolg dat ingang twee en drie gedeeltelijk bedolven werden. De vijand wist dat zij de levensaderen waren voor de bezetting daarbinnen. Na uren zwoegen lukte het ons de ingangen weer vrij te maken. Onze eigen gevechtsvliegers konden de Fransen maar weinig in de weg leggen laat staan schade toebrengen. De Fransen vliegers bleven de hele nacht van 18 op 19 mei in de lucht. Het was weer een zeer spannende nacht; weer hadden de troepen die voorraden moesten brengen grote verliezen. Tegen de morgen van 19 mei verflauwde het vijandelijk artillerievuur eindelijk iets, maar won ’s middags wederom aan intensiteit en zwaarte tot het niveau van gisteren. Er was weer een zeer opwindende activiteit van heen en weer zwiepende vijandelijke vliegtuigen. En nog eenmaal hield onze artillerie met vernietigend spervuur een vijandelijke aanval op.
Zo hebben deze dagen en nachten zowel lichamelijk als psychisch een hoge tol geëist van ons regiment. In de nacht van 19 op 20 mei was het vuur van een niet eerder vertoonde, buitengewone hevigheid. De zwaarste kalibers, gasgranaten, een ware stortvloed van exploderende munitie van alle slag en soort raasde over de berg en het gebied erachter, tot in de morgen een licht verflauwen merkbaar was. Maar de betrekkelijke rust op deze zondagmorgen was van korte duur en bedrieglijk. De stemming van de troepen was goed en vol vertrouwen. Officieren en manschappen deelden de gevaren van deze geweldige strijd in trouwe kameraadschap met elkaar. De verbinding tussen de berg en de commandopost van het regiment in de kiezelgroeve bleef door lopers en honden intact. Nauwgezet en plichtsgetrouw brachten deze dappere mensen en wakkere honden zelfs onder het zwaarste artillerievuur hun berichten over. In de voormiddag is één van de beide honden gewond geraakt en kon niet meer worden ingezet, terwijl de andere met zijn laatste bericht tot aan de ingang van de onderaardse tunnel kwam en zich dan weer heeft omgekeerd – de hondengeleider aan deze kant (“Gegenführer”) die zijn bericht zou moeten aannemen was bedolven, dood. Wat was er gebeurd ?

’s Morgens om 7.30 begon de zware beschieting van de berg. Die de gehele dag ononderbroken aanhield. Tot de vijand ’s middags om 3.30 tot de aanval overging. Deze aanval bracht hem de Cornillet in bezit. De zwakke bezetting van de granaattrechters was vermalen, versuft, uitgeput en wie nog in leven was gemakkelijk overmeesterd.
De bezetting van de tunnel was door voltreffers en kolendampvergiftiging vernietigd.
Wij laten hier het bericht van de Fransen spreken zoals ons dat later onder ogen kwam:

“De Franse artillerievoorbereiding verwoestte de gehele infrastructuur van de vijandelijke verdediging. Geen enkele machinegeweerpost kon zich handhaven. Het op de tunnel gerichte artillerievuur was van de allergrootste intensiteit geweest. Vooral in de nacht van 19 op 20 mei richtten de Fransen een groot aantal speciale granaten naar de tunnelingangen. De meeste Duitsers vielen ten offer aan
vergiftiging door gas. Een zware granaat drong nadat vroeg in de
morgen van 20 mei de beschieting van de tunnel met zware granaten was begonnen, door een ventilatieschacht en verwoestte de dwarsverbindingen de ruimte waarin zich twee bataljonscommandanten bevonden. Een deel van het garnizoen vond de verstikkingsdood; de ingangen waren halverwege verstopt. De hoofdtoegang lag in puin, in de beide zijgangen lagen stapels lijken. De Duitse reservetroepen in de tunnel waren verloren nog vóór zij een tegenactie konden ondernemen. Enkele samengeraapte afdelingen werden teruggeslagen.“

En toch had de daadkrachtige en voorzichtige commandant van de Cornillet, Major Wintterlin, zoals we gezien hebben, alle naar menselijke maatstaven mogelijke maatregelen genomen om de veiligheid van zijn mensen te verzekeren en om de redding van de bezetting bij een vijandelijke aanval mogelijk te maken.
Om 8 uur meldde hij nog aan de commandopost van het regiment dat de bevoorrading voor de persoonlijke verzorging van de manschappen goed verliep maar dat hij dringend behoefte had aan luchtsteun om de vijandelijke vliegers weg te houden. Want met hun artilleriewaarnemingen gaven zij bekwaam en trefzeker richting aan het vijandelijke vuur op de tunnelingangen en de luchtschachten. Kort na 8 uur sloeg een zware granaat, kaliber 38 centimeter, direct naast de belangrijkste ventilatieschacht door, in de tunnel. Om 9 uur meldde een aantal gewonden en slachtoffers van gifgas dat er een tweede zware granaat door de tweede luchtschacht doorgeslagen was en dat vele manschappen, ook Major Wintterlin en Hauptmann Graf von Rambaldi, bedolven waren. Deze officieren hadden zich na de eerste inslag met hun kameraden waaronder ook de mijningenieurs, verzameld bij de dwarsverbinding naar parallelgang A. Juist daar boorde zich de tweede granaat door de bergwand waardoor de 15 zich daar bevindende officieren begraven werden onder het puin. Men heeft nooit meer iets van hen gezien of gehoord.
Hauptmann Süß die niet bij Major Wintterlin’s groep was, nam het commando in de tunnel over. Hij liet dadelijk met opruimwerkzaamheden beginnen die met hulp van 60 pioniers die intussen kans gezien hadden de tunnel binnen te komen, energiek ter hand genomen werden.
Om 10 uur en tegen de middag meldde hij dat hij de verdwaasde manschappen zoveel mogelijk weer in de hand gekregen had en dat parallelgang C waar kolendamp was vastgesteld, afgedamd was. Nog steeds schiet de Franse artillerie met twee batterijen tegelijk op afzonderlijke mikpunten van het tunnelcomplex. Vliegers geven met duikvluchten de te beschieten posities aan. De Hauptmann vraagt nogmaals dringend om actie tegen deze vliegers. URL=http://imageshack.us][/URL]
Bij het begin van de zware beschietingen had de leiding van het regiment het IIIde bataljon dat aan de Fleckstraße lag, bevolen zich gevechtsgereed te maken. Om 9.30 uur werd het bevel gegeven dat de regimentsreserve, namelijk de 8ste compagnie onder leiding van Leutnant Heinzelmann en de 10de compagnie onder leiding van Oberleutnant Huber, dadelijk met twee machinegeweren naar het ‘granaatbosje’ (het struikgewas op de noordoosthelling van de berg) moesten oprukken en zich klaar
moesten maken voor een tegenaanval in de richting van de tunnel voor het geval er een stormaanval op het tunnelcomplex zelf ondernomen zou worden: de 8ste compagnie rechts, de 10de links en dat alles onder leiding van Oberleutnant Huber.
Vervolgens heeft het regiment alles wat zich nog achter het front bevond, naar voren gehaald om te worden ingezet op het slagveld: de dragercommando’s, de drie machinegeweergroepen uit Selles, niet ingezette mijnenwerpers, infanteriepatronenwagen en zo meer. De zware doorslagen in de tunnel in aanmerking genomen en het gifgas dat in de tunnel slachtoffers eiste, beval de leiding van het regiment rond het middaguur dat de infanterie zich uit de tunnel moest terugtrekken en zich moest verdelen over de trechters en wat er nog over was van de westelijke grendelstelling (feitelijk een loopgraaf die van de Cornillet liep in noordwestelijke richting naar het ‘haviksbos’). Onder de blote hemel onder vuur liggen bleek altijd nog beter te verdragen dan het verblijf in de hel van de tunnel. Alleen de mannen die bezig waren met reddingsactiviteiten moesten in de tunnel blijven. Daar trok de arts dr. Nagel zich met alles wat hij had het lot aan van hen die gewond waren en bedolven onder het puin van de berg. Tegen 3 uur meldde Hauptmann Süß dat het gas, met name de kolendamp, toenam. Hij vroeg bij herhaling om bescherming tegen de activiteit van de vijandelijke vliegers en om een officier van de regimentsstaf. De commandant zond Hauptmann Wild, bevelvoerder over de 12de compagnie, naar de tunnel; de compagnie zou bij het invallen van de duisternis volgen. Maar Hauptmann Wild raakte onderweg gewond en kon niet verder naar voren. Daarom ging regiments- en stafarts dr. Schefold.
Tegen 5 uur meldde Hautpmann Süß via een berichtenhond dat alle drie ingangen nu bedolven waren en dat de toestand nu zeer gevaarlijk en dreigend was. Het bevel van de leiding van het regiment de tunnel te ontruimen en het bericht dat de 12de compagnie in aantocht was hebben Hauptmann Süß niet meer bereikt .
Zoals hierboven al vermeld kon de laatste berichtenhond niet meer tot in de tunnel doordringen. Van Hauptmann Süß en de zijnen heeft men niets meer gezien of gehoord…

Om ongeveer 5 uur verscheen de commandant van het regiment met zijn staf aan de Fleckstraße. De commandant van het IIIde bataljon, Hauptmann Winter, werd opgedragen zich met de 11de en de 12de compagnie gereed te maken en met alle nog beschikbare machinegeweren aan te treden voor de tegenstoot om ten minste het verder oprukken van de vijand te verhinderen.
De machinegeweerofficier Hauptmann Leicht wilde persoonlijk twee machinegeweren in stelling brengen. Hij werd gewond en is na een paar dagen aan zijn verwondingen gestorven.
Op hetzelfde moment kwam de melding van Oberleutnant Huber binnen (10de compagnie) dat de vijand in colonnes over de Cornillet optrok. Men hoorde inderdaad geweervuur en mitrailleurvuur uit die richting, halflinks van voren. Het werd nu druk aan de Fleckstraße met de mannen van de 8ste en de 10de compagnie die voor de tegenstoot aangetreden waren. De commandant van het regiment sprak persoonlijk de zich hier ook verzamelde, ook uit elkaar geslagen troepen toe: “Allemaal naar het front van de Galgenberg! Richting Cornillet! Voorwaarts, mars!”. Hij zond de ordonnansofficier , Leutnant Boelsen, naar het hoofdkwartier van de brigade om daar uiteen te zetten hoe de situatie zich hier ontwikkeld had en te melden dat de gevechtscapaciteit van het regiment sterk geleden had en dat niet meer gerekend kon worden op de gevechtskracht van de tunnelbezetting. Met het oog daarop wenste de commandant dat de 1ste en de 3de compagnie van het 475ste regiment beschikbaar zou zijn voor het bezetten van de noordelijke helling van de Galgenberg.

Kijken we naar de tegenstoot van de 8ste en de 10de compagnie. De opbouw had zich in kleine golven tot 11 uur in de voormiddag voltrokken. Beide compagnieën waren zonder ergens beschutting te zoeken in één geconcentreerde inspanning met de aanvoerders van de compagnieën tot in de voorste lijn opgerukt, en in een tweede, even vastberaden inspanning hadden zij zich rechts respectievelijk links positie gekozen. Beide compagnieën konden zich aanvankelijk tamelijk ongehinderd per 2 tot 3 man in de talrijke granaattrechters nestelen. Maar deze opbouw bleef niet onopgemerkt. Tot ongeveer 4.30 uur in de namiddag werden zij dan ook bloot gesteld aan het geweldig vuur van granaten van alle kalibers, ook gasgranaten. Leutnant Heinzelmann, leider van de 8ste compagnie, zegt over deze uren in een brief:
“Ook al waren de verliezen tot nu toe te verdragen, dit waren toch mijn bitterste uren in de gehele oorlog. In mijn granaattrechter zat ik dicht opeen gehurkt met mijn hoornblazer Bertsch en Gefreiter Rutenfranz uit Geislingen, en in de granaattrechter ter linker zijde de leider van de 10de compagnie, Oberleutnant Huber, - zo wachtten wij geduldig tot wij aan de beurt waren …
In onszelf gekeerd, afgesloten van de wereld. Zo nu en dan wierpen we een snelle blik over de rand van de granaattrechter of de rest van de compagnie er nog was. Het was een harde vuurdoop voor onze rekruten. Alleen de gewonden en de mannen die buiten gevecht gesteld waren door het gifgas deden een poging om door het zwaarste artillerievuur de bevrijdende gang te maken naar achteren. Mijn dappere Leutnant Gall was die morgen al vroeg gewond geraakt. Hij is de volgende dag gestorven. Er vallen gewonden uit. Steeds intensiever wordt het artillerievuur. Wij verlangen eigenlijk naar het moment waarop de Fransen zullen aanvallen en het bombardement stopt.
Eindelijk, na vier uren weerklonk de kreet van onze waarnemer: “Daar komen ze!” Daadwerkelijk bewogen zij zich langzaam vooruit over de flanken van de Cornillet, sommigen in tirailleurslinie of in langgerekte colonnes, anderen in dichte drommen zo vlug mogelijk van de berg omlaag klimmend.
Nu iedereen van ons eruit, snel, uit de trechters. En van een afstand van 600 meter schiet elk geweer wat hij kan. De machinegeweren vallen in en hebben al gauw geen munitie meer. Ook wij infanteristen moeten economisch te werk gaan. Steeds klinken dezelfde vermaningen aansporingen: Blijf koelbloedig! Goed richten! Langzaam vuren! Met iedere kogel minstens één Fransoos!
Mijn loop was gloeiend heet geworden. Bij de Fransen bleven aanzienlijke verliezen liggen; hun troepen verspreidden zich. Een groep naderde de tunnel. Omdat zich uit de tunnel niemand mengde in het gevecht en er van ons niemand te zien was daar, was ons duidelijk dat de bezetting van de tunnel door gasvergiftiging niet meer in staat was te vechten en hierdoor misschien al was geliquideerd.
Toch slaagde een paar mannen van de 7de compagnie met Leutnant Weitbrecht er ternauwernood in om uit de tunnel te ontsnappen. Zij voegden zich bij ons. Wij moesten toezien hoe de vijand bij de tunnelingangen de onzen met vlammenwerpers probeerden uit te roken. Zonder zichtbare reactie.
Nu werd het tijd voor de tegenstoot. Ten aanval! Een hard besluit dat wij tweeën, aanvoerders van onze compagnieën, op eigen gezag moesten nemen, maar door één blik waren wij het er dadelijk over eens. Want wij dachten alleen aan onze kameraden in de tunnel en aan het bezit van de berg. Wij sprongen over de granaattrechters in de dichte kogelregen naar voren. Maar het was onmogelijk. De vijand legde een muur van vuur tussen ons en henzelf. Ook met een aanloop was die muur niet te doordringen. We hielden een korte adempauze en vervolgden daarna stap voor stap. Zo zetten we driemaal aan en legden 400 meter af. Intussen waren wij nog maar met vijftien man van beide compagnieën samen: van de 10de compagnie Oberleutnant Huber en enkele manschappen en van de 8ste compagnie ik, mijn hoornist Bertsch en Gefreiter Rutenfranz. De laatste was gewond geraakt. Het was ons duidelijk dat we met deze paar man geen stormloop tegen de Fransen zouden kunnen ondernemen. Wij konden hooguit hun aanval proberen op te houden. Zo’n 40 meter voor ons hielden ze halt; kennelijk vermoedden zij sterkere krachten achter ons.
Nu werd echter het moordende Duitse artillerievuur hervat. Ten slotte konden wij ons onzichtbaar maken in de rook- en stofwolken rookwolken die links en rechts opgeworpen werden door de granaten die aan alle kanten explodeerden. Daardoor konden wij ons langzaam terugtrekken, tot wij verder naar achteren op onze eigen troepen stootten, die gereed stonden om zich in de strijd te werpen. Tamelijk uitgeput werden we in hun midden opgenomen.

Het was tussen 6 en 7 uur ’s avonds toen de commandant van het IIIde bataljon, Hauptmann Winter, meldde dat hij met vier machinegeweren op de Galgenberg positie had gekozen maar dat hij zonder ondersteuning geen tegenstoot naar de Cornillet –die nu in handen van de vijand was- zou kunnen uitvoeren. Het regiment dat ten noorden van de Galgenberg voor de zekerheid nog een zwakke, minimale bezetting had, verlangde vurig naar de aankomst van de 1ste en de 3de compagnie van het 475ste Regiment en het IIde bataljon van het 127ste Regiment onder Hauptmann von Hartlieb dat van links zou moeten komen.
Er was al wel gemeld dat deze troepen in aantocht waren, maar te zien was er nog niets. Het IIIde bataljon had bij zijn opmars op de Fleckstraße, waar het beslist te ver achter de voorste linie opgesteld stond, bij het oprukken dóór het gordijnvuur waarmee de vijand de toegang naar de Cornillet wilde blokkeren, reeds voor de helft van zijn troepen aan gevechtskracht ingeboet. Tot het invallen van de duisternis had het zich tot op 200 meter ten zuiden van de ruïnes van het dorp Nauroy naar voren gewerkt. De commandant van het regiment signaleerde vanuit zijn commandopost die in een granaattrechter op de Galgenberg was, de na 10 uur ’s avonds ter versterking van het IIIde bataljon opduikende groep dragers. Direct daarna verscheen de aanvoerder van de mijnenwerpersgroep, Leutnant Elwert, die het bevel kreeg om met alles wat er van zijn mannen nog te verzamelen was, links van het IIIde bataljon de linie te verlengen en vóór de kiezelgroeve aansluiting te zoeken met het naastgelegen regiment.
Tegen 11 uur ’s nachts verschenen de 1ste en de 3de compagnie van het 475ste Regiment op het slagveld in de eerste lijn. De 1ste compagnie werd toegevoegd aan het IIIde bataljon en moest een gat op de linker vleugel opvullen. De 3de compagnie werd bij de Galgenberg als regimentsreserve achter de hand gehouden, terwijl de 11de compagnie (Leutnant Heim) op de rechter vleugel van het IIIde bataljon ingezet werd. Ook de groep dragers die ongeveer om middernacht onder leiding van Leutnant Federlin het slagveld betraden, werden ter versterking ingeschoven.
Om middernacht meldde Leutnant Elwert aan de regimentsstaf dat het Iste bataljon van het 247ste Regiment links van ons in de buurt van de kiezelgroeve lag, waarop de commandant van het regiment deze officier naar het genoemde bataljon stuurde met het bevel dadelijk aan te treden voor de tegenstoot. Maar dat bevel is nooit bij hert bataljon aangekomen. Leutnant Elwert is onderweg gesneuveld. Een ordonnans bracht een gelijkluidend bevel over naar ons IIIde bataljon. De regimentsstaf wilde door een gezamenlijke tegenaanval van de beide genoemde bataljons in de heldere, klare meinacht de vijand weer terugwerpen. Daarbij rekende men op de ondersteuning van het IIde bataljon van het 127ste Regiment waarvan ons de komst was aangekondigd en dat rechts naast ons IIIde bataljon zou aanvallen. Dat bataljon is uiteindelijk zelfstandig tot de tegenstoot overgegaan en heeft zich in de leemte tussen onze rechter vleugel en het 475ste Regiment geworpen waar het ook verwikkeld raakte in hevige gevechten.
De volgende ochtend tegen 5 uur verscheen het Iste bataljon van het 13de Reserve-Infanterie-Regiment ten tonele, aan de Fleckstraße. Boelsen had deze eenheid onder oneindig moeilijke omstandigheden naar het slagveld geleid. Twee compagnieën bleven daar, aan de Fleckstraße; de beide andere brachten zich in gereedheid bij de zogenoemde oude artilleriestelling.
Om 9 uur in de voormiddag vervoegde de commandant van het 13de Reserve-Infanterie-Regiment, Oberstleutnant von Winterfewld, zich bij Major Diez om het commando over de sector over te nemen. Daarbij kreeg hij ook de beschikking over het IIIde bataljon dat bij Nauroy lag.
De regimentsstaf begaf zich daarop via de commandopost van de brigade naar het legerkamp ten noorden van Selles. Intussen werd uit de resten van het Iste en het IIde bataljon één gecombineerd bataljon samengesteld. Hauptmann Pfitzer kreeg het bevel. Hij was zojuist bij het regiment gearriveerd. Twee dagen later is ook hij gevallen.
Oberleutnant Hofmeister nam daarop het bataljon over dat nog op de avond van de 21e naar een reservestelling ten zuiden van het Rheinlager moest vertrekken.

En de bezetting van de Cornilletberg ? De 20ste mei had laten zien welke grote gevaren er verbonden waren aan het onderbrengen van een sterke bezetting in een ondergronds tunnelcomplex als kazerne die slechts en paar ingangen heeft, ook al is die kazerne nog zo doelmatig gebouwd en ingericht en ook al zijn de nodige voorzorgsmaatregelen genomen.
De op hygiënische gronden noodzakelijke luchtschachten waren net als de in/uitgangen de zwakke plekken. Dat wisten de Fransen heel goed. De Fransen vreesden bovendien een uitbraak uit de tunnel op een onverwacht moment waardoor de strijd in hun nadeel zou worden beslist. Daarom wilden de Fransen de gehele bezetting vernietigen vóór die de kans zou hebben zich aan de gevechten deel te nemen. En daarom legden zij uren- en dagenlang een intensief artillerievuur van de zwaarste kalibers op de tunnel en werd het zwaarste vuur door de goed opgeleide en zeer ervaren Franse vliegers naar de luchtschachten en de tunnelingangen geleid. Zo heeft de Fransman zijn doel bereikt. Zijn granaten drongen door tot in de tunnel via die luchtschachten en kolendamp vulde het inwendige van de berg; de toegangen werden met voltreffers geruïneerd en onbruikbaar gemaakt en waar zich nog openingen bevonden deed het strijdgas zijn werk. Bijna de gehele bezetting , waaronder al dadelijk de bataljonscommandanten, hebben in de tunnel hun leven gelaten zonder in een handgemeen met de Fransen een kans te hebben

Toen de vijand de tunnel die hem nu zonder slag of stoot toeviel, binnendrong, vond hij slechts doden en stervenden.
Nog eenmaal laten wij de Franse rapportage aan het woord over de toestand die in de tunnel aangetroffen werd: “Op 20 mei bedekten wij uit ons zwaarste geschut de heuvel met staal en ijzer. De machtige tegenstander werd erdoor verblind; de uitkijkgaten en observatieposten werden vernietigd. Zware granaten drongen door tot in de diepste mijngangen, ruïneerden de hoofdingangen en spoedig hadden vuur en ijzer als ook het gifgas van de explosieven hun dodelijk werk volbracht. In het reuzenlichaam was alle leven geweken.
Twee artsen die het eerst ter plaatse waren stelden vast dat twee toegangen versperd en bedolven waren door puin en dat men zich desnoods over het puin in de derde ingang een weg naar binnen kan zoeken.
De hoofdingang is ongeveer 3 meter breed en 2½ meter hoog, zorgvuldig gebouwd en met houten balken verstevigd en afgeschot. In het midden een smalspoor en tegen de bovenkant liepen leidingen en buizen voor onder andere de luchttoevoer.
Op de eerste 30 meter lagen weinig lijken, dan een stapel over en door elkaar liggende lichamen. Iets verder in een nis een groot radiostation. Daarnaast liggen vier doden, met hun gezicht naar de aarde gekeerd. Een vijfde zittend op een stoel met op zijn het hoofd nog het gasmasker en in z’n levenloze handen het spreekapparaat, zal geen levensteken meer geven.
Een paar meter verder bij de kruising van de hoofdgang en een dwarsgang is de weg volledig versperd door het puin van de ingestorte gewelf. Daar heeft de tunnel de genadeklap gekregen door een projectiel van zwaar kaliber dat de luchtschacht trof en de commandopost waar zich de beide bataljonscommandanten bevonden vermorzelde, en toen de verstikkkingsdood bracht tot in de verte hoek van de stelling.
De lijken die in de gang aangetroffen werden, dragen alle dezelfde uiterlijke kentekenen van de dood: groot gezichtsoedeem, gesprongen bloedvaten, veroorzaakt door de explosie. Deze mensen hebben niet geleden.
De toegang tot de middelste galerij is door een stapel lijken geheel geblokkeerd. De Duitsewrs die wilden vluchten voor de dood door verstikking , werden bij de uitgang door onze granaten verscheurd. Zij liggen –het zijn bijna allemaal jonge mannen- in vijf lagen over elkaar: meer dan 100 ‘Feldgraue’ in volledige wapenuitrusting, de gasmaskers op het gezicht , een volle tas met handgranaten, de veldflessen gevuld.
Enkelen hebben de bajonet opgestoken. Sommige lijken staan recht overeind. Een gruwelijke aanblik.
Op een draagbaar ligt een officier met beide beden in gipswindsels. Hij werd hierheen in veiligheid gebracht om vervolgens naar achteren gebracht te worden.”

Naar alle waarschijnlijkheid is met de laatstgenoemde officier de bevelvoerder van het IIde bataljon, Hauptmann Graf von Rambaldi, bedoeld. Hij werd als één der eersten na een voltreffer bedolven onder het puin. Met vreselijk veel moeite was het na uren gelukt hem uit te graven. De arts dr. Nagel had zich het lot aangetrokken van degenen die bedolven waren en zoveel mogelijk van hen naar achteren laten brengen.

“Iets verder stonden twee machinegeweren; over de ene lag een Duitser uitgestrekt, de armen bungelden levenloos naar beneden. Patronen, munitiekisten liggen verspreid in het rond.
In de post van de tunnelcommandant, aangegeven met een geschilderd bord, is generlei wanorde. Aan de wand hangt zijn Litewka (uniformjas) en het IJzeren Kruis der Iste Klasse glanst op de veldgrijze stof. In een leren tas zitten enkele documenten, op de tafel ook weer documenten, kaarten, een veldkijker. Een omgevallen stoel getuigt ervan dat de commandant in grote haast probeerde te vluchten, slechts met een revolver bewapend, zonder zich de tijd te gunnen om zijn jas aan te trekken. Zijn lijk ligt waarschijnlijk onder het puin daar niet ver vandaan. Zo dichtbij de plaats waar onze granaat insloeg zal hij wel als één der eersten ten prooi gevallen zijn aan de dood door verstikking.
Het munitiedepot en de voorraadkamer bevat een enorme voorraad handgranaten, conservenblikken en sodawaterflessen. Rechts is een andere gang met het opschrift ‘verbandplaats’. Hier ziet het er slecht uit. Op de matrassen, op de grond, op de draagbaren liggen roerloze soldaten. Daarbij een groot aantal brancardiers, de rode kruisarmbanden om de arm, even bewegingsloos op de grond. Hier heeft de verstikkingsdood zijn werk volbracht.
In de hoofdstunnel is een grote, krachtige ventilator aangebracht die op spierkracht werkt, en iets verder is de verticale luchtschacht. Enkele Duitsers waren hierheen gevlucht in de hoop frisse lucht te vinden voor hun verhitte, brandende longen. Maar de gifgassen van de op de stelling inslaande projectielen waren door de luchtschacht binnengedrongen en hadden de ongelukkigen slechts de dood gebracht. De lucht is nog steeds verpest, men moet terug naar buiten. Maar de hoofduitgang eindigt als een doodlopende steeg. Ook deze toegang is versperd door een stapel lijken en puinhopen. Men moet de tunnel verlaten zoals men erin gekomen is door over de stapels lijken te klimmen, die tot aan het plafond reiken. Over de levenloze lichamen komt men eindelijk in de openlucht en het heldere zonlicht. Het geheim van de tunnel is opgelost.”

Het strekt de vijand tot eer dat hij zich niet luid of protserig beroemd heeft op deze zege. Niet inn een gevecht van man tgen manheeft hij de Cornillet veroverd, maar wij moesten het onderspit delven tegen de overmacht van de vijandelijke strijdmiddelen.
Nu mogen de aantallen voor zichzelf speken:
De compagnieën waren bij het betrekken van de stelling ongeveer 80m – 100 man sterk.
De gevechtskracht van het regiment bestond uit 64 officieren, 2419 manschappen en 28 machinegeweren.
De verliezen in deze dagen door dood, verwonding, ziekte, gasvergiftiging en vermissing bedroegen 39 officieren en 1064 man.
Dit zijn de officieren:

Van het Ie bataljon Kommandeur Major Wintterlin sinds 20 mei vermist
Adjutant Leutnant Mayer sinds 20 mei vermist
van de 1ste compagnie Komp.-Führer Leutnant Kranich op 20 mei gasvergiftiging
Leutnant Ritz op 20 mei gasvergiftiging
van de 2de compagnie Komp.-Führer Hauptmann Süß sinds 20 mei vermist
Leutnant Hempel sinds 20 mei vermist
Leutnant Hahn sinds 20 mei vermist
van de 3de compagnie Komp. Führer Oberleutnant Frick sinds 20 mei vermist
Leutnant Diemer op 20 mei gasvergiftiging
Leutnant W.Bauer sinds 20 mei vermist
Leutnant H. Bauer sinds 20 mei vermist
Leutnant Elwert op 20 mei gesneuveld
van de 4de compagnie Komp.-Führer Leutnant Graser op 20 mei gesneuveld
Leutnant Krafft op 20 mei gasvergiftiging
van het IIe bataljon Kommandeur Hauptmann Graf von Rambaldi sinds 20 mei vermist
Adjutant Leutnant Hammann op 20 mei gasvergiftiging
Verpfleg. Offizier Leutnant Völlm op 23 mei gewond
van de 5de compagnie Komp.-Führer Hauptmann Pfitzer op 23 mei gesneuveld
Leutnant Rick op 23 mei gesneuveld
Leutnant Koch sinds 20 mei vermist
van de 6de compagnie Komp.-Führer Hauptm. Deuschle op 21 mei zwaar gewond
Leutnant Siegrift sinds 20 mei vermist
van de 7de compagnie Komp.-Führer Leutnant Weitbrecht op 20 mei gesneuveld
Leutnant Förster sinds 20 mei vermist
Leutnant Daur op 20 mei gasvergiftiging
Leutnant H. Bertsch sinds 20 mei vermist
van de 8ste compagnie Leutnant Baumann op 23 mei zwaar gewond
Leutnant Gall op 20 mei zwaar gewond en op 22 mei gestorven
van de 9de compagnie Leutnant Hornung sinds 20 mei vermist
Leutnant Storz sinds 20 mei vermist
van de 10de compagnie Komp.-Führer Oberleutnant Huber op 23 mei gewond
van de 11de compagnie Komp.-Führer Leutnant Heim op 23 mei gasvergiftiging
Leutnant Schönherr op 20 mei gewond
Leutnant Straub sinds 20 mei vermist
van de 12de compagnie Komp.-Führer Hauptmann Wild op 20 mei gewond
de stafofficier (M.G.O.) Hauptmann Leicht op 20 mei zwaar gewond en op 24 mei gestorven
van de 1ste M.G. com pagnie Leutnant Schick sinds 20 mei vermist
Leutnant Hoppe sinds 20 mei vermist
van de 2de M.G. compagnie Komp.-Führer Leutnant Seiß op 20 mei gestorven aan gasvergiftiging

Deze aantallen zeggen meer dan woorden. De namen van al die helden die in deze dagen zijn gevallen of door verwondingen en ziekte hun gezondheid verloren hebben, kan de schrijver van deze regels onmogelijk hier alle opvoeren. Verschillende compagnieën hebben al hun onderofficieren en tot driekwart van hun manschappenbestand verloren. Er waren er die nog maar 15 man telden. Van de overlevenden van de 5de compagnie kon de latere compagniebevelvoerder Leutnant Buschle was alleen Gefreiter Bett over om te vertellen over die dagen in mei.
Zijn verhaal: “Ik bevond me me met verschillende kameraden in het deel van de tunnel dat mijn compagnie toegewezen was. Om 3 uur ’s middags werd de middelste in- en uitgang door een voltreffer van zwaar kaliber vernietigd en onbegaanbaar. Om mij heen zag ik verschillende kameraden die onder invloed van het gas hun bezinning verloren. De toestand leek ons tamelijk hopeloos; ik geloofde ook niet meer in een mogelijkheid om nog te ontsnappen. Kort voor 4 uur gaf Hauptmann Süß het bevel: “Wie eruit wil, moet eruit gaan.” Toen ben ik met onderofficier Honold door een klein gat bij zij-ingang 1. naar buiten gekropen. De ingang was bijna helemaal bedolven onder het puin en onbegaanbaar. Van de achtergebleven kameraden Albrecht, Biggör, Gefreiter Distel, Gefreiter Hertling, Ihle, Pfanner, Schwander en Wolff die in mijn buurt waren, heb ik niets meer gehoord. Zij bevinden zich onder degenen die verpletterd zijn onder het puin.
Tot eer en roem van de gevallen helden en de dappere mannen die deze gevechten doorstaan hebben en het leven behouden hebben, zij gezegd:
Uw daden, uw heldenmoed, uw ongeëvenaarde plichtsbetrachting in het aangezicht van een zekere, wrede dood, uw onbevreesdheid en uw trouw zijn bijgeschreven in de roemrijke geschiedenis van het Zwabische volk, dat zijns gelijke niet heeft in de lange duur van de oorlog. Dankbaar gedenkt het vaderland voor immer en altijd deze helden; met eerbied zullen de overlevenden en de komende geslachten zich buigen voor de dit grote heldendom en tot in tot in de verre toekomst de trouw roemen die op de Cornillet met de dood bezegeld is.
Een man van de 9de compagnie wiens naam niet is overgeleverd, heeft zijn emoties over de gebeurtenissen op de Cornillet in een gedicht verwoord:
[URL=http://imageshack.us]
[/URL]

De vijandelijke aanval was met de verovering van de Cornillet uitgeraasd., het artillerievuur nam allengs af en de Fransen zagen ervan af om te proberen hun succes met nieuwe aanvallen in noordelijke richting uit te breiden.
Ons gecombineerd bataljon , onder leiding van Oberleutnant Hofmeister, maakte eerst een nieuwe schans bij een grendelstelling en loste enkele dagen later het IIIde bataljon af dat voor Nauroy lag.
Vervolgens werd het regiment in z’n geheel uit de sector teruggetrokken en op de rechter vleugel van de divisie , bij de Langen Rücken, ingezet.
Hier bleef het regiment zo’n tien dagen .Grote aanvalspogingen werden niet meer ondernomen. De vijandelijke artillerieactiviteit was gering, de infanterie was nog stiller en alleen de vliegers toonden zich even alert als altijd.
Op 31 mei namen de mijnenwerpers van het regiment met ongeveer 700 projectielen deel aan een schijnaanval van het 127ste Regiment. Deze actie met de codenaam ‘paasos’ (Pfingstochse) was gericht tegen de Hochberg. [URL=http://imageshack.us]
[/URL]
De Fransen namen wraak door diezelfde middag de mijnenwerpers te bestoken met 140 granaten van groot kaliber.
Dat herhaalde zich op 2 juni , maar voor het overige bleef de toestand in deze frontsector rustig.
Vervolgens werd het regiment van dit slagveld teruggetrokken uit deze omgeving teruggetrokken en werd toegevoegd aan het bevel van de Gruppe Reims. Het regiment verplaatste zich 15 kilometer naar het westen en legerde zich in een sector iets noordoostelijk van Reims. De commandant van ons regiment nam op 7 juni het bevel over deze sector over.
Onze divisie loste dezer dagen de 4de Infanterie-Divisie af die in een stelling aan weerszijden van de straatweg Rethel – Reims lag. Rechts van ons lag het 475ste regiment, links tegen de hoogte van Berru het 127ste Regiment en wij direct aan de straatweg.
De brigadestaf lag in Caurel, de staf van de
divisie in het Württemberger Lager tussen Suippes en
Retourne.
Nog bloedden alle harten vanwege het verdriet over het lot van de vele dappere kameraden die in de catastrofe op de Cornillet de dood gevonden hebben. In een rustige stelling moesten de wonden geheeld worden door frisse, gezonde, daadkrachtige aanvulling zodat de gaten weer werden opgevuld.


In de ‘mijter’ het verwoeste dorp Nauroy (niet te verwarren met Beine-Nauroy waarin de naam Nauroy voortleeft).

In de noordwest –zuidoost liggende rechthoek links onder ligt de krijtberg, de Cornillet.

De kiezelgroeve ligt (lag) rechts van de weg in de rechtsonder punt van de ‘mijter’; vandaar loopt de goed zichtbare Fleckstraße zuidoostelijk naar het hart van wat nu het ontoegankelijke Camp de Moronvilliers heet.





Naar boven
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 28 Jan 2007 22:18    Onderwerp: regimentsgeschichte IR476 am Mont Cornillet Reageer met quote

Beste Peter,

Dank voor je vertaling van de Wuerttembergers van IR476 op de Mont Cornillet rond 20 mei 1917. Ik dacht dat ik veel over de gebeurtenissen aldaar had, maar dit voegt werkelijk wat toe. Zoals je op de meeting zei: Ik ging me verplaatsen in de mannen aldaar en hoopte vurig dat de honden met berichten het zouden halen. Dat bleek niet het geval. Honderden mannen van rond de 20 sneuvelden op 20 mei 1917 door verstikking.

Dank en samen met Partick Mestdag en Nol heb je de geschiedenis van Konrad Kalau vom Hofe leven ingeblazen. Niet alleen de feiten van het leven van Kalau, maar ook blaartrekkende gebeurtenissen op plaatsen waar Kalau aanwezig was. Kalau vom Hofe sneuvelde op 29 april (op de Mont Cornillet) toen zijn gefechtsstand van het Ie bataljon van het 52e IR door een granaat werd getroffen. Deze gebeurtenis was een opmaat om de zaken op 20 mei te beschrijven. Een vierhonderdvoudig sterven dat pas in 1975 werd afgerond.

Nogmaals dank. Door de onwijsheid van hun dood levend te houden, leren we wellicht iets van deze waanzin.

Ad
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
ironmarc



Geregistreerd op: 27-2-2005
Berichten: 537
Woonplaats: IJsselstein

BerichtGeplaatst: 14 Mrt 2007 9:02    Onderwerp: Reageer met quote

prachtig topic zeg! ga alles uitdraaien en eens rustig doornemen puh
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 14 Mrt 2007 9:49    Onderwerp: Reageer met quote

Brengt me nog op een kleine aanvulling met naspeuringen.

Ik heb geprobeerd een regimentsgesschiedenis van het Infanterie-Regiment von Alvensleben (6.Brandenburgisches) Nr. 52
te pakken te krijgen. Dat is me niet gelukt, maar wel ontving ik van het Deutsches Wehrkundearchiv 2006 een soort brochure
(nr. 34) met platen van uniformen en vaandels uit de periode 1860 tot 1918 van het regiment, met ook enkele tekstbijdragen,
meest in de vorm van lijstjes.
Daarover stelde ik de vraag aan de samenstellers waarom Kalau vom Hofe op het ene lijstje wel genoemd werd en op het
andere niet. Daarop kreeg ik het volgende antwoord:

Verzeihen Sie die späte Beantwortung Ihrer Frage, aber wir mussten selbst noch einmal recherchieren.
Hauptmann Kalau vom Hofe gehörte zum Friedensetat des Infanterie-Regiment "Fürst Leopold von Anhalt-Dessau"
(1.magdeburgisches) Nr.26 und ist in der Ehrenrangliste auch unter diesem Regiment geführt.
Bis Januar 1917 war er nach der Dienstaltersliste der preußichen
Armee 1917 als MG-Kompanieführer in diesem Regiment und ist erst dann zum Infanterie-Regiment Nr.52 gekommen.
Dort ist er am 29.04.1917 auf dem Cornilletberg bei Reims gefallen.
Er war u.a. Inhaber des Kronen-Ordens 4.Klasse mit Schwerter, Eisernes Kreuz 2.Klasse und 1.Klasse, preußsches Militär-
Verdienstkreuz 2.Klasse mit Schwertern.
Leutnant seit 18.05.1901
Oberleutnant 17.05.1910
Hauptmann 05.09.1914

Op zichzelf weet beerensatw die op zoek is naar de geschiedenis van Kalau vom Hofe ook wel in welke regimenten Kalau vom
Hofe gediend heeft, zij het dat hij kennelijk geeerd wordt door zijn oorspronkelijke regiment, het 26ste.
Daarvan, van het 26ste, de regimentsgeschiedenissen te vinden is al helemaal moeilijk. Wolfgang von Vormann heeft er namelijk
over elk Kriegsjahr een geschreven. Ik heb alleen die over 1918 en jammergenoeg die over eerdere jaren niet.
Naar boven
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 14 Mrt 2007 10:21    Onderwerp: Reageer met quote

Eindelijk en heel klein fotootje gevonden van het dodelijk ingewand van de Cornillet.

Naar boven
beerensatw



Geregistreerd op: 19-3-2006
Berichten: 95

BerichtGeplaatst: 18 Mrt 2007 22:52    Onderwerp: info Konrad Kalau vom Hofe Reageer met quote

De informatie over Kalau vom Hofe blijft binnendruppelen. Fantastisch! Het is voor mij compleet nieuw dat Kalau ook het: preußsches Militär Verdienstkreuz 2.Klasse mit Schwertern gekregen heeft. Peter: Heeft jouw man in Duitsland een bron? Mijn bronnen komen niet verder dan EK 1 en 2, Kronen orden 4e Kl. met zwaarden en natuurlijk de Pour le Merite. Deze orde is nieuw.

De foto van binnen in de berg Cornillet is erg leuk. Er was inderdaad een smalspoortje in het stelsel. Dit geeft Peter's vertaling van de Wuerttembergers (IR476) ook aan.

Nol heeft me aan alle regimentsgeschichten van IR26: jaar 1914 tm 1916, IR12 (2 geschichten) en IR52 geholpen. Hiervoor kan ik hem niet genoeg bedanken.

Dat Kalau commandant was van de MG compagnie van IR26 klopte tot 1914, toen Kalau vom Hofe de eerste gewonde officier van dit regiment was. Hij schoot zichzelf bij het onklaarmaken van een wapen in zijn been en moest per ambulance worden afgevoerd. Zo miste hij het begin van WWI. Hij komt pas in januari 1915 weer terug in de regimentsgeschiedenis van IR26. Ondertussen is hij wel Hauptmann geworden.

Dank en groet,

Ad
_________________
Ik zoek info van Hauptmann Kalau vom Hofe. Ieder die gegevens heeft helpt me enorm.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 18 Mrt 2007 23:33    Onderwerp: Reageer met quote

Ik kwam Kalau vom Hofe nog onlangs heel toevallig even tegen. Namelijk in het regelmatig op Ebay opduikende boekje
Hauptmann Willy Lange, geschreven door zijn broer Ernst Lange (1938). Die Willy Lange dient kort in het Infanterie-
Regiment Nr. 26 en daar ontmoet hij Kalau von Hofe.
Ik citeer vertaald: (pagina 120)
"Tijdens de winter van 1915 / 1916 vinden we Willy als commandant van het Iste bataljon van het Infanterie-Regiment Nr. 26,
de in menige slag beproefde kameraden. Wat waren dat een mannen..., de commandanten van de beide andere bataljons
Kalau vom Hofe en Rausch met zijn 'ijzeren' bataljon! Willy voelde zich daar heel goed op z'n plek, maar "natuurlijk heb ik
ondanks alles heimwee naar naar het 27ste ..."

Willy Lange wordt al gauw overgeplaatst naar het Reserve-Infanterie-Regiment 231 en hun wegen kruisen elkaar dus maar
kort en je leest er verder ook niks over.
Naar boven
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 10 Jun 2007 21:45    Onderwerp: Reageer met quote

Philippe aka chatrou51 heeft een Figaro kranten artikel uit 1974
over de ontgraving Van de 300 duitse soldaten in pdf formaat op het net gezet voor wie interesse heeft save target as ....
+ hij wist ons ook te vertellen dat hij daar recentelijk langs is geweest en dat alle tunnel ingangen dichtgegooid zijn

kantenknipsel figaro 1974
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Ernst Friedrich
Gast





BerichtGeplaatst: 03 Aug 2007 11:27    Onderwerp: Reageer met quote

Het drama van de Cornillet.
Ik heb een boekje gevonden waarin verslag gedaan wordt van de reünie van het 476e Infanterie-Regiment
van de Wurttembergers op 23 mei 1937 in Biberach.
Dit regimentstreffen is zowel een feestelijk bijeenkomst van gewaardeerd kameraadschap als een bijeenkomst
van respectvol gedenken van de gesneuvelden in het bijzonder de slachtoffers van het drama in de
tunnels van de Cornillet.

Wel een beetje schokkend is te zien dat op de foto’s prominent Nazi-vlaggen wapperen en dat in bijna alle
toespraken -meer dan obligaat- de Führer wordt geëerd.
Zo is er ook een toespraak van Kreisleiter Müller zegt bijvoorbeeld:
Quote:
“Wij, de NSDAP afdeling Biberach, zijn er trots op juist Biberach gekozen werd als plaats van
samenkomst van dit roemrijk regiment en wij zijn ons ervan bewust dat er geen nationaal-socialisme
zou zijn zonder die geest van het front die in een ijzeren plichts-betrachting tot in de dood zijn
uitdrukking vond en het sterven van die 373 kameraden op 20 mei 1917 in de Cornillet-tunnels geadeld heeft.
Zo zullen frontsoldaten en nationaal-socialisme steeds een eenheid vormen omdat beide dezelfde
essentiële kenmerken hebben: de dappere dienst aan het Duitse volk.
Het is het erfgoed van het front dat in het eeuwige soldatenkarakter van de nationaal-socialistische
beweging voortgezet en vervuld wordt. De offers van de wereldoorlog krijgen pas de hun toekomende
betekenis in dit licht. Etc.”




Het boekje bevat verder vooral het uitvoerige relaas van soldaat Kottmann die het allemaal tenauwernood
heeft overleefd. Mooi verteld doch inhoudelijk niets nieuws. Hij eindigt aldus.



Uit een andere bron nog eens enkele situatieschetsen





Naar boven
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5596
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 10 Dec 2007 21:32    Onderwerp: Reageer met quote

Quote:
Maar dan ben ik omringd door kreten van alarm. Veelvoudig knorgepiep en piepgeknor. D’r rent van alles door elkaar heen, botsend, grauwend


Smile Smile Smile Smile

Machtig Peter wat een durf

@+
Patrick
_________________
Verdun ….papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten war’s, nicht eine Schlacht zu nennen“ Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Price of Glory



Geregistreerd op: 21-9-2007
Berichten: 2310
Woonplaats: Deventer

BerichtGeplaatst: 24 Apr 2009 16:51    Onderwerp: Reageer met quote

Ik vind dat dit topic wel weer eens wat aandacht verdiend, het bevat zo enorm veel interesante en prachtige infoormatie en er zijn een aantal mensen erg druk mee geweest.

Prachtig werk heren !!!
_________________
Wars begin where you will, But they do not end where you please.
"All Wars Arise For The Possesion Of Wealth" (Plato)

http://www.ahwk.fr
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Specifiek Tijden zijn in GMT + 1 uur
Ga naar Pagina 1, 2  Volgende
Pagina 1 van 2

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group