Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hťt WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privť berichten te bekijkenLog in om je privť berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Virginia Cowles - De 'Kaiser'

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Boeken en recensies Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
louis



Geregistreerd op: 6-10-2009
Berichten: 339
Woonplaats: Leiden

BerichtGeplaatst: 12 Apr 2016 7:40    Onderwerp: Virginia Cowles - De 'Kaiser' Reageer met quote

Ik heb weer een boekje gelezen dat voor dit forum relevant zou kunnen zijn, t.w. "De 'Kaiser' - Het leven van Wilhelm II van Duitsland" van Virginia Cowles. Dit boek stamt alweer uit 1964. Het is een vertaling uit het Engels en telt ca 390 pagina's. Ik las de hardcover uitgave.

Dit boek stamt dus nog uit de periode relatief kort na de tweede wereldoorlog, toen bij de Engelsen het vijandbeeld van de Duitsers er nog goed in zat. De geschiedenis van vůůr WO2 lijkt steeds te worden gezien in het licht van de nazi-misdragingen van WO2. Ik had mij dan ook op het ergste voorbereid. En dit boek voldoet op dit punt volledig aan de verwachtingen: het staat vol met stereotyperingen jegens Duitsers (Pruissen met name natuurlijk). Zo merkt het boek op pagina 114 op dat Wilhelm II "innerlijk een Pruis" was, en de context maakt duidelijk dat dit als iets negatiefs is bedoeld. Over Eulenberg (die eigenlijk als enige Duitser er positief vanaf komt, hij was dan ook geen Pruis) meldt het boek op pagina 205:

Quote:
Eulenberg had gevoel voor schoonheid en een edelmoedige geest, eigenschappen die toen in Duitsland zelden werden aangetroffen.


Het boek is sterk vanuit de Engelse invalshoek geschreven. Opvallend is dan ook niet dat dit boek, bijvoorbeeld, waar het Wilhelm's ouders bespreekt, focust op zijn (Engelse) moeder in plaats van op zijn (Duitse) vader. Dit is een bepaald vreemde keuze, aangezien Wilhelm zijn hoedanigheid van troonopvolger (dus de reden dat er Łberhaupt een boek aan hem wordt geweid) aan zijn vader ontleende, niet aan zijn moeder, En zijn moeder wordt in dit boek zo ongeveer heilig verklaard. Eigenlijk wordt alles wat uit Engeland kwam in dit boek aan de lezer als de maatstaf wordt voorgehouden waaraan alles in Duitsland wordt afgemeten. Alle Engelsen die in dit boek aan de orde komen zijn dan ook OK (alleen op prins Edward en minister Grey wordt wat enige milde kritiek geuit).

Maar goed, daar is nog wel doorheen te lezen. Storender vond ik, naast de reeds genoemde stereotyperingen, de stelligheid waarmee volstrekt subjectieve zaken als feiten worden gepresenteerd. Holstein wordt "een uitgekookt en kwaadaardig ambtenaar" genoemd (pagina 51 - dit NB in de allereerste keer dat hij in dit boek aan de orde komt), hij had "abnormale geest" (pagina 98) en "geen logisch denkend mens. Hij was een psychopaat" (pagina 126), Herbert von Bismarck "slecht gemanierd" (pagina 48), Wilhelm's vrouw 'vervelend, vroom en slaafs' (pagina 70), Hintzpeter (Wilhelms leermeester) een "idioot", en dit soort zaken wordt meestal in bijzinnen min of meer terloops toegevoegd, alsof het hier feiten betreft (en vrijwel altijd zonder enige onderbouwing). Het zijn echter onmiskenbaar waardeoordelen. Ik vond dit volstrekt ongepast in een geschiedenisboek: dat hoort beschrijvend te zijn en hoort waardeoordelen duidelijk te onderbouwen (of die aan de lezer over te laten), dit ondanks het feit dat over vele van die waardeoordelen best wel iets te zeggen is. Vergelijk dit eens met de meesterlijke manier waarop bijvoorbeeld Robert Massie Holstein beschrijft in "Dreadnought".

Dit zien we ook terug in randzaken. Jellico beging in de slag bij Jutland in 1916 "de ene blunder na de andere". Nu kunnen we van dit boek natuurlijk niet verwachten dat de slag tot in detail werd besproken, maar als je zo'n dubieuze stelling poneert, moet je hem m.i. wel onderbouwen, m.i. had de schrijfster zich beter kunnen beperken tot de feiten en de waardeoordelen achterwege kunnen laten waar er geen ruimte was om ze te onderbouwen.

Verder staan er wel wat stellingen in die m.i. kwestieus zijn. Duitsland onder Bismarck was (pagina 45) een:

Quote:
dictatoriaal geregeerde staat, hoewel niet zo efficient als de dictaturen van deze eeuw. Het had iets van de structuur van de moderne totalitaire staat, maar toch vertoonde het systeem menig hiaat.
.

De schrijfster vindt het niet nodig e.e.a. in perspectief te plaatsen (vergelijkingen met staten een eeuw later lijken weinig zinvol, die met die van buurlanden uit die tijd had meer voor de hand gelegen), en de tweede zin lijkt te suggereren dat een strakkere totalitaire staat een streven van Bismarck was. Bismarck had het feitelijk in zijn macht om de Duitse politiek te regelen zoals hij het wilde, hij had dit dan toch ook wel kunnen regelen? Pas later in het boek komt ter sprake dat het parlement echt wel wat te zeggen had (het hield bijvoorbeeld Wilhelm's gewenste vlootuitbreiding geruime tijd tegen), en ook de persvrijheid was behoorlijk groot. Wilhelm kreeg er vaak hard van langs in de pers, dit zou in een dictatuur natuurlijk niet toegestaan zijn geweest. Op pagina 102 beschrijft het boek een voorval: "Toen een krant zich onheus over hem uitliet beval hij de pers tot stilstand te brengen". Dit suggereert (1) dat Wilhelm de macht had om een krant te verbieden en (2) dat zijn 'bevel' ook was uitgevoerd. Bovendien laat het de vele aanvallen op Wilhelm in de pers in dit verband geheel onbesproken (rond de bespreking van het Daily Telegraph interview later in het boek komen ze natuurlijk wel aan de orde). Het komt mij dan ook voor dat dit weer zo'n typisch voorbeeld was van grootspraak. Wilhelm was immers een 'grote mond, klein hartje'-type.

Ook lezen we op pagina 226 dat het feit dat de Engelsen de Dreadnought ontwikkelden en bouwden

Quote:
een verschrikkelijke fout [was], want de Britse admiraliteit had verklaard dat daardoor alle andere slagschepen verouderd waren. Indien dat het geval was, lagen Duitsland en Engeland nek aan nek in de race en was de Britse suprematie voltooid verleden tijd.


Echter, niet alleen is er van een "nek aan nek race" nooit sprake geweest, maar bovendien is de vraag wat de Britten dan hadden moeten doen. Wachten tot een ander land een vergelijkbaar slagschip ontwikkelde en dan op een *achterstand* beginnen lijkt mij niet echt slim. Dit een 'fout' te noemen lijkt mij dan ook al redelijk kwestieus, laat staan een 'verschrikkelijke' fout.

Vooral in de eerste helft van dit boek is vrijwel alles negatief over Wilhelm, hij lijkt geen goede eigenschappen te hebben gehad en lijkt nauwelijks een frissere persoonlijkheid dan Hitler. Op pagina 47 lees ik:

Quote:
De waarheid was dat Wilhelm niet van zijn moeder hield. Nooit had hij haar symphatiek gevonden en met het ouder worden, werd zijn critiek scherper. Wat bepaalde eigenschappen betreft, leken zij te veel op elkaar om zich tot elkaar aangetrokken te kunnen voelen. Beiden waren dogmatisch, impulsief en eigengereid, maar terwijl de Prinses innerlijk loyaal was en haar hart medelijden kon opbrengen, bleek Wilhelm keihard en onverzettelijk. (...) Wat hij het meest in haar afkeurde, was de eigenschap die zij ook in hem zo verafschuwde: ze wist alles beter.


Wilhelm was "onverzettelijk" en wist alles beter? Dit boek maakt, net als andere boeken, duidelijk dat Wilhelm zich snel van liet meeslepen en makkelijk door anderen voor hun karretje gespannen kon worden, dat lijkt mij het tegendeel van onverzettelijk en alles beter weten. Hij was ook nog eens "keihard". Toen ik dit las vroeg ik mij af hoe de schrijfster dat met Wilhelm's sociale politiek zou kunnen rijmen. Dat blijkt op pagina 84: toen Wilhelm zijn sociale hervormingen in 1889 presenteerde, gaf hij daarbij de (volgens de schrijfster) "nobele maar twijfelachtige" wens te kennen als de keizer van de armen te boek te staan. Dit paste geheel in zijn wens een keizer van het volk te zijn, dus waarom dit twijfelachtig zou zijn? De schrijfster laat het ononderbouwd.

Overigens is dit de enige plaats in dit boek waar iets van binnenlands beleid doorschemert. Een goed voorbeeld vinden we op pagina 184 waar de vraag "wie regeerde er in Berlijn" wordt besproken: het antwoord zegt alleen iets over buitenlands beleid. Kennelijk is er in de visie van de schrijfster geen ander soort beleid? Kanseliers als Caprivi en Hohenlohe, die het buitenlands beleid grotendeels aan hun vakministers overlieten, worden dan ook slechts enkele malen in dit boek vermeld, terwijl hun opvolger Von BŁlow (die zich wel met het buitenlands beleid bemoeide) in vergelijking heel veel meer aandacht krijgt. Duitsland groeide onder Wilhelm's regeerperiode uit tot een economisch zwaargewicht, Me dunkt dat er toch wel iets te vertellen moet zijn over het beleid dat daartoe had geleid. Als Wilhelm daar niet aan zou hebben bijgedragen, had het voor de hand gelegen dat te vermelden en te onderbouwen.

Waar dit boek over buitenlands beleid spreekt, gaat het in de praktijk voornamelijk over het beleid jegens Engeland, een beetje over het beleid jegens Rusland. Andere landen komen slechts ter sprake als het echt noodzakelijk is, die zijn kennelijk minder belangrijk.

Hoe dan ook spreekt het vanzelf dat Wilhelm in dit boek in het buitenlands beleid geen goed kon doen. Toen Bismarck aftrad was het herverzekeringsverdrag met Rusland bijna verlopen. Holstein overtuigde Wilhelm er (via via - ze spraken eigenlijk nooit direct) van het verdrag niet te verlengen, met als argument (pagina 90) dat het in strijd was met de bestaande verdragsverplichtingen jegens Oostenrijk-Hongarije, en waneer dit bekend zou worden (wat zou gebeuren als er een "woedende Bismarck rondliep"), dat de internationals betrekkingen alleen maar zou schaden. Alleszins redelijke argumenten, lijkt mij, maar het boek vervolgt: "Voor de Keizer waren deze abjecte argumenten voldoende". Wat er abject aan zou zijn blijft volstrekt in het duister.

Een ander voorbeeld vinden we op pagina 131. Het zogeheten Krugertelegram van Wilhelm "veroorzaakte een breuk in de Engels-Duitse betrekkingen die nooit meer volledig is geheeld". Nog los van de overdrijving (het was een detail in de geschiedenis, en viel in het niet bij andere geschillen in de wereldpolitiek van destijds, onduidelijk is waarom dit na een paar dagen niet overgewaaid zou zijn): onbesproken blijft waarom die breuk dan kennelijk aan Wilhelm toegerekend moet worden. M.i, ligt het meer voor de hand de Engelsen overdreven fijngevoeligheid te verwijten. Schokkend kan de inhoud van het telegram immers bepaald niet genoemd worden.

Toen de Engelsen pogingen deden om de Duitsers hun vlootbouw te laten beperken, was Wilhelm daar tegen: hij wilde (pagina 229) een vloot die sterk genoeg was

Quote:
om hem te bevrijden van de noodzaak met Englands welwillendheid rekening te moeten houden. Wat hij evenwel niet begreep, was dat een vloot, die het tegen Engeland zou moeten kunnen opnemen, zo sterk diende te zijn, dat hij tevens een bedreiging voor de veiligheid van de Britse eilanden zou kunnen inhouden. De Keizer weigerde eenvoudig begrip voor deze redenering op te brengen, en er ook maar ťven over na te denken dat de andere partij over deze zaak haar eigen mening had.


Twee punten daarover:
- Welk land hield destijds wŤl rekening met de wensen / belangen van andere landen, als daartoe geen noodzaak bestond? Engeland was van alle landen wel het minst bereid om dat te doen, dus het lijkt mij niet realistisch dat Engeland dat begrip wel van anderen verlangt;
- Het was volstrekt normaal om bondgenootschappen aan te gaan, en die vormden per definitie een bedreiging voor de veiligheid van andere landen. Maar een maarregel die de veiligheid van Engeland raakte is onaanvaardbaar en daar moeten andere landen dan kennelijk rekening mee houden?

De Engelsen probeerden de Duitsers ervan de overreden de uitbouw van hun marine te beperken, maar boden eigenlijk niets concreets ter compensatie. Dit boek verwijt de Duitsers wel dat ze doorgingen met bouwen, maar verwijt de Engelsen niet dat ze niets concreets ter compensatie aan de Duitsers boden, dat komt mij vreemd voor. Op pagina 262 lees ik:

Quote:
Voor zijn vertrek had BŁlow Wilhelm overreed een vermindering van het bouwtempo te overwegen, in ruil voor een Engelse garantie, onvoorwaardelijk neutraal te zullen blijven in geval van oorlog. Bethmann-Hollweg trachtte op deze basis te onderhandelen, maar daar zo'n belofte neerkwam op Duitse overheersing van het Europese vasteland, weigerde het Britse ministerie van B.Z. er enige aandacht aan te besteden.


Mij is onduidelijk waarom zo'n belofte zou neerkomen op Duitse overheersing van Europa, de schrijfster brengt het echter wederom als een vaststaand feit. Ik zou denken dat de combinatie van Frankrijk en Rusland enerzijds en Duitsland en Oostenrijk-Hongarije aan de andere, een redelijk evenwicht vormde, en dat juist het ontbreken van Engelse neutraliteit dat zou verstoren.

Tijdens de juli-crisis in 1914 herhaalden de Duitsers het aanbod, en voegden eraan toe geen aanspraken op Frans grondgebied (althans in Europa) te zullen maken in geval van oorlog (pagina 310). Dit voorstel wat volgens de schrijfster voor Grey "het overtuigende bewijs dat Duitsland oorlog wilde" (pagina 311). Tja, wat moet je daar nou op zeggen.

Hoofdstuk 8 begint met de volgende zin (pagina 160): "Het Duitse volk was zo gewend geraakt aan de dramatische aanstellerij van de Keizer, dat het van die 'innemende eigenschap' was gaan houden". Wat een aperte onzin denk ik dan. De schrijfster moet bekennen dat Wilhelm behoorlijk populair was bij het vollk, en moet dat natuurlijk verenigen met de stellling (die uit dit hele boek spreekt) dat hij nauwelijks goede eigenschappen had. Dit soort resultaten is waar je dan op uitkomt, en dat enige logica eraan ontbreekt lijkt niet terzake te doen.

Op dezelfde pagina wordt Von Waldersee geciteerd over Wilhelm's toespraken (die het altijd goed deden bij het publiek van de toespraak maar niet bij de pers - zijn stijl was dat zijn toespraken meer een overdracht van emoties dan een logisch geheel waren zou je kunnen zeggen): "die men niet ernstig neemt, want zijn temperament is bekend'. Dit is een uitspraak uit 1900. Toch neemt dit boek al Wilhelm's uitspraken volstrekt letterlijk, terwijl zelfs destijds algemeen bekend was dat je dat niet moet doen. Geen wonder dat je dan op een volstrekt onjuist beeld uitkomt. Vaak worden zelfs kanttekeningen die hij in de marges van documenten maakte niet beschouwd als louter impulsieve ingevingen, eerste impressies en/of uitingen van gevoelens, maar als beleid..

Dit boek legt de schuld van het uitbreken van de oorlog opvallend genoeg niet alleen bij Duitsland (het had meer kunnen doen om Oostenrijk tegen te houden, maar eigenlijk regeerde er niemand echt in Duitsland), ook niet vooral bij Wilhelm (meer bij Bethmann-Hollweg, die als incompetent wordt weggezet); ook Engeland had meer moeten doen om Rusland tegen te houden. Kritiek op Rusland (die het conflict echt uit de regio haalde) heb ik gemist, terwijl op Oostenrijk wel kritiek wordt uitgeoefend. Dat zal dan wel passen in het beeld van die boek, dat eigenlijk focust op Duitsland en Engeland, denk ik dan maar.

Grappig vond ik in dit verband nog het volgende op pagina 314, over de laatste dagen van de juli-crisis van 1914:

Quote:
Een kundig diplomaat had niet alleen Oostenrijk en Duitslands prestige overeind kunnen houden maar zelfs de situatie voor beide landen kunnen uitbuiten, vanwege de opluchting die er in Frankrijk en Engeland het gevolg van zijn geweest. Integendeel, de Duitse diplomatie faalde op een ellendige en catastrofale manier. Duitsland was door Engeland en Rusland meer dan eens de reddingsboei toegeworpen.


Mij is niet duidelijk wat die reddingsboeien waren, de schrijfster lijkt o.a. te doelen op het feit dat de Russen in eerste *partitieel* mobiliseerden, wat welbeschouwd echter een gotspe is. Alsmede op een Russisch voorstel de zaak aan het Hof van Arbitrage in Den Haag voor te leggen (waar wellicht iets voor te zeggen zou zijn geweest, ware het niet dat het wel erg laat kwam - 1 dag voor de Russische mobilisatie), maar welke 'reddingsboeien' de Engelsen dan toegeworpen zouden hebben is niet duidelijk. Dit wekt toch ook de indruk dat de Duitsers als enige de sleutel tot oplossing in handen hadden, net of het gedrag van de Russen bijvoorbeeld geheel logisch, redelijk en noodzakelijk was.

Na de oorlog wordt Wilhelm verweten (pagina 380): "nog steeds gaf hij iedereen, behalve zichzelf, de schuld van de grote catastrofe". Tja, denk ik dan, hoeveel mensen waren vlak na de oorlog) wel bereid enige schuld bij zichzelf te zoeken voor het uitbreken van de oorlog?

Opvallend vond ik ook nog het volgend op pagina 387 over hoe enige jaren na de oorlog door de geallieerden tegen Wilhelm werd aangekeken:

Quote:
Langzamerhand werd het duidelijk dat, afgezien van de door de Keizer gemaakte fouten, deze monarch geen plannen voor een grote oorlog had beraamd, zelfs niet voor een kleine. In het algemeen had men het tegenovergestelde aangenomen. Hij was daarop geen kwaadaardig of wreed despoot meer,


Ik kreeg het grootste deel bij lezing van dit boek de indruk dat de schrijfster in de jaren voordat dat besef doordrong was blijven hangen.

Al met al kan ik dit boek, hoewel het vlot wegleest, eigenlijk niet ter lezing aanbevelen.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Boeken en recensies Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group