Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hťt WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privť berichten te bekijkenLog in om je privť berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

Slaapwandelaars,en de 'Andere waarheid' van Andriessen

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Boeken en recensies Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Andriessen



Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 785
Woonplaats: Akersloot gem.Castricum

BerichtGeplaatst: 09 Apr 2013 15:41    Onderwerp: Slaapwandelaars,en de 'Andere waarheid' van Andriessen Reageer met quote

In de NRC van vrijdag 5 april staat een recentie over het boek ďSlaapwandelaarsĒ(2012) van de Australische historicus Christopher Clark waarin hij o.a de rol beschrijft van ďDe Zwarte handĒ, het geheime Servische genootschap dat betrokken was bij de moord op de Oostenrijk-Hongaarse aartshertog Franz Ferdinand op 28 juni 1914. In mijn boek ďDe andere waarheidĒ (1998) beschreef ik die rol reeds uitgebreid en kwam reeds toen tot de zelfde conclusies.
Hier volgt het desbetreffende deel uit mijn boek:

ServiŽ, willig werktuig van de grote mogendheden
ServiŽ, een van die landen op de Balkan,die zich na jarenlange strijd hadden ontworsteld aan de Turkse heerschappij, was in de 19e en begin 20e eeuw nogal eens in het nieuws en wist ook in onze jaren weer alle aandacht op zich te vestigen.
Onze generatie heeft ServiŽ leren kennen tijdens de ĎBosnische crisisí in de negentiger jaren en automatisch kwam daarbij de herinnering op aan de tijd, toen dat zelfde ServiŽ zo omstreeks de eeuwwisseling de wereld in beroering bracht, als notaire troublemaker te boek stond en in 1914 uiteindelijk de aanleiding werd tot de ĎEerste Wereldoorlogí.
Was ServiŽ echter wel de grote onruststoker zoals destijds wel werd beweerd?
In 1919 rapporteerde een door de geallieerden samengestelde ĎCommissie onderzoek schuldvraagí inzake de verantwoordelijkheid van ServiŽ voor de aanslag op de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger in 1914, dat:

Ďde misdaad, uitgevoerd door een Oostenrijk-Hongaars onderdaan op Oostenrijk-Hongaars grondgebied,in geen geval ServiŽ kon compromitteren en dat de oorlog was ontstaan als gevolg van een door Oostenrijk-Hongarije vooropgesteld plan, het kleine dappere ServiŽ te vernietigení.

En in 1920 verklaarde dr Slavko Gronitch, Servisch ambassadeur in de Verenigde Staten, dat:

Ďrecentelijk de meest positieve bewijzen openbaar zijn geworden waaruit blijkt dat Oostenrijk-Hongarije en Duitsland ten tijde van het Oostenrijk-Hongaarse ultimatum aan ServiŽ, reeds de monsterlijke beslissing genomen hadden dat, wat het Servische antwoord ook zou zijn, zij het de oorlog zouden verklarení.*1
en in 1982 schreef Milo Dor in ĎDer letzte Sontagí dat ten tijde van de afloop van het ultimatum aan ServiŽ, de bewijzen dat de moord door Serviers was gepleegd, nog steeds niet waren aangetoond.*2.

Het zijn slechts drie verklaringen uit een reeks van zeer vele, die allen de onschuld en de tragiek van het kleine dappere Servische volk beschrijven en die vergelijkingen doen opwellen met het evenzo tragische lot van Nederland toen het in 1940 door de Duitse overweldigers onverwacht en onverdiend werd aangevallen en bezet.
Thans, bijna een eeuw later, blijkt deze vergelijking echter de toets van een critisch historisch onderzoek niet te kunnen doorstaan en dringt de vraag zich op of ook ServiŽ niet gevoegd dient te worden bij de rij van landen die, hun handen steeds in onschuld wassende, in werkelijkheid de mede- veroorzakers waren van het wereldconflict dat tussen 1914 en 1918 werd uitgevochten..
Om daarover wat meer duidelijkheid te krijgen is het noodzakelijk eerst wat dieper op de geschiedenis van ServiŽ in te gaan
Wat was het geval?

Voorgeschiedenis
We wenden ons eerst naar de periode waarin ServiŽ nog onder Turks bewind stond, een bewind waartegen de Serven zich met hand en tand hadden verzet maar waarbij de Turkse Sultan steeds de overhand had gehouden.
In 1800 echter brak er, onder leiding van George Petrovitch, een opstand uit tegen de Turkse overheersers.
Petrovitch, die ook de naam Kara George of Zwarte George droeg, slaagde er in 1807 in de Turken uit het noorden van ServiŽ te verdrijven maar in 1812 hernamen de Turken het gehele gebied en nu sloot Kara George een overeenkomst met de Russen die daarop druk gingen uitoefenen op de Turken om ServiŽ minimaal intern bestuur te geven.
De Turken beloofden dit maar in de praktijk kwam er niets van deze beloften terecht en in 1813 was geheel ServiŽ weer volledig onder Turkse controle en moest Kara George naar Hongarije vluchten waar hij echter prompt door de Hongaarse politie werd gearresteerd en gevangen gezet.*3
Teneinde de schijn op te houden en Rusland niet al te veel te prikkelen stelden de Turken nu een nieuwe Servische leider aan welke in hun naam het gebied zou moeten besturen.
Ogenschijnlijk voldeed men daarmede aan de Russische eis om de Serven meer bevoegdheid te geven bij het interne bestuur van het land maar het zal duidelijk zijn dat het hier een Ďschijn bestuuríbetrof en zoals gezegd,de werkelijke touwtjes bleven dus in Turkse handen.
De nieuwe leider droeg de naam Milosh Obrenovitch, een analphabeet, door en door corrupt en vooral ook bekend om z'n wreedheid en onberekenbaarheid. De Turken konden gerust zijn, hun belangen waren bij Milosh in goede handen.
In 1817 gelukte het Kara George echter weer uit Hongarije naar ServiŽ terug te keren. Milosh kwam daarvan al snel op de hoogte en nam geen halve maatregelen. Hij liet Kara George door een zijner trawanten opsporen en vermoorden waarna hij diens afgehouwen hoofd, volgens goed plaatselijk gebruik, naar zijn Turkse meesters zond die dat ongetwijfeld op prijs hebben gesteld en in elk geval van zijn trouw overtuigd zullen zijn geweest.
Toen de Servische Aarts-bisschop Nikitch het aandurfde tegen deze barbaarse daad te protesteren werd ook hij al snel uit de weg geruimd en zo hield Milosh zich de tegenstanders van het lijf en zichzelf in het zadel.
In 1829 echter dwong Rusland de Turkse sultan om de interne onafhankelijkheid van ServiŽ te erkennen en dit werd vastgelegd met het verdrag van Adrianopel.(1829-1830) waarbij Milosh benoemd werd tot erfprins van ServiŽ en Turkije afzag van elke bemoeienis met het interne bestuur van ServiŽ.
Wel bleven er nog Turkse garnizoenen in het land voor de externe verdediging maar zij mochten zich niet meer met het bestuur bemoeien.
Milosh Obrenovitch deed overigens wel enkele pogingen het land op een wat modernere leest te schoeien en in 1833 voerde hij zelfs grote landhervormingen door waarbij voor het eerst in de geschiedenis van ServiŽ de boeren eigenaar werden van het land dat ze bewerkten.
Toch waren Milosh's barbaarse methoden uiteindelijk de oorzaak van zijn val en moest hij afstand doen van zijn troon ten gunste van zijn oudste zoon.
Deze overleed echter reeds binnen enkele dagen om te worden opgevolgd door zijn broer Michael die het tot 1842 uithield alvorens ook hij het veld moest ruimen voor Alexander,een telg uit het rivaliserende Karageorgevitch geslacht.
Alexander had de troon nog niet bestegen of reeds waren de complotten tegen zijn leven aan de orde van de dag.
Toen hij weigerde om ServiŽ te laten deelnemen aan de kant van Rusland in de Krim-oorlog, was het met zijn populariteit, zo hij die al had bezeten, gedaan en het feit dat hij er in 1856 in slaagde van de grootmachten een collectieve garantie te verkrijgen inzake de onafhankelijkheid van zijn land,*4 kon niet verhinderen dat hij twee jaar later moest aftreden en samen met zijn zoon Peter het land moest verlaten.

Zijn opvolger werd de ons inmiddels bekende Milosh Obrenovitch die, na te zijn terugkeerd, zijn oude bewind van intimidatie, corruptie en willekeur weer vrolijk oppakte alsof hij nimmer was weggeweest.
Ook nu weer zou dat echter van korte duur zijn want reeds twee jaar later, in 1860, stierf Milosh waarop zijn zoon Michael voor de tweede keer de troon besteeg.
Het was deze Michael die reeds een jaar later voor het eerst democratische verkiezingen invoerde en een geregeld leger oprichtte van 150.000 man.*5 en er in 1867 in slaagde, met steun van Oostenrijk-Hongarije, ook de laatste Turkse garnizoenen uit ServiŽ te doen vertrekken
Michael slaagde er voorts in met het ĎBulgaarse Vrijheidscomiteí een soort verbond te sluiten waarbij werd afgesproken dat
zodra ook Bulgarije onafhankelijk zou zijn geworden en zich van het Turkse juk zou hebben bevrijd, de twee landen zich zouden verenigen onder zijn soevereiniteit.
Michael streefde met zijn buitenlandse politiek duidelijk de vereniging van alle Slavische volkeren na en als zodanig was hij eigenlijk de eerste practische uitvoerder en grondlegger van de ĎGroot ServiŽí gedachte.
Ook Michael Obrenovitch zou het echter niet lang maken want traditie getrouw werd hij, het was 10 juni 1868, tijdens een wandeling in het stadspark vermoord, mogelijk door een der leden van het geslacht Karageorgevitch alhoewel dat nimmer is bewezen.
Michael nu, werd opgevolgd door zijn 14-jarige neef Milan, welke, nadat hij oud genoeg was geworden om de troon te bestijgen, al heel snel onder invloed van Oostenrijk-Hongarije kwam te staan.
Oostenrijk-Hongarije, dat er alle belang bij had om haar invloed in de Balkan zo groot mogelijk te houden, onder meer om een tegenwicht te vormen tegen de Russische aspiraties in dat gebied, wenste geen sterk zelfstandig ServiŽ en probeerde dat land dan ook op vreedzame wijze te annexeren.
Koning Milan, die er maar op los leefde en zeer grote schulden maakte welke steeds door Oostenrijk-Hongarije werden gefinancierd, was daardoor een gemakkelijke prooi en de Oostenrijk-Hongaarse invloed op ServiŽ in de jaren van zijn bewind was dan ook manifest, vooral ook op economisch gebied.
Milan liep geheel aan de leiband van Oostenrijk-Hongarije en dacht er niet aan zijn positie in de waagschaal te stellen door zich tegen zijn Ďmeestersí te verzetten.
Dat bleek bijvoorbeeld duidelijk in 1875 toen er in het door Turkije bestuurde BosniŽ-Hercegovina een revolte uitbrak.
De Servische minister van Buitenlandse Zaken, Ristitch, was van mening dat dit de kans voor ServiŽ was om haar ideaal,een ĎGroot ServiŽí, te realiseren en stelde Milan voor deze twee provincies, waarvan het overgrote deel van de bevolking Servisch was,binnen te trekken om de Turken te helpen verdrijven. Op deze wijze dacht hij tevens een stap dichter bij het verkrijgen van een eigen haven aan de Adriatische Zee te komen en tegelijkertijd te voorkomen dat Oostenrijk-Hongarije BosniŽ zou bezetten, immers daardoor zouden er zowel aan haar Noord- als aan haar Westgrens Oostenrijk-Hongaarse troepen komen te liggen en dat was wel het laatste wat hij wilde.Ook de kans op een haven zou dan welhaast voor goed verkeken zijn.
Ristitch begreep natuurlijk wel dat zo'n actie zeker op verzet zou stuiten van de grootmachten, maar hij was bereid de gok te nemen en ging van de gedachte uit dat als de Servische troepen eenmaal BosniŽ-Hercegovina hadden bezet, ze daar niet gemakkelijk meer uit te krijgen zouden zijn.
Koning Milan, begrijpende dat Oostenrijk-Hongarije hem zo'n actie niet in dank zou afnemen, aarzelde echter zijn toestemming te geven en toen hij eindelijk, in 1876, onder zeer grote druk kon worden overgehaald was het reeds te laat.
In dat jaar namelijk stelden de Russische tsaar en de Oostenrijk-Hongaarse keizer in onderlinge afspraak hun invloedsferen in de Balkan vast waarbij Rusland zich op het Oosten en Oostenrijk-Hongarije zich op het Westen (op ServiŽ dus) gingen richten waardoor de Russische belangstelling voor de Serven uiteraard aanzienlijk verminderde.*6
Milan, die het gunstige moment derhalve had laten passeren, gaf nu, om zijn gezicht te redden, toch het sein tot de aanval maar dat kwam hem duur te staan.
De Turken sloegen hard terug en drongen al snel ServiŽ binnen en nu was het Rusland dat ingreep,(oktober 1876), en de Turken dwong vrede te sluiten op straffe van oorlog.
Tijdens de daartoe gehouden conferentie van Constantinopel
moest Turkije nu tevens beloven dat het hervormingen zou doorvoeren ten behoeve van de Christenen in haar eigen land maar toen in 1877 bleek dat ook daar niets van terecht kwam en ook de Bulgaren weer in opstand kwamen, besloot Rusland, met hulp van RoemeniŽ en ServiŽ, Turkije de oorlog te verklaren.
Het was duidelijk dat Turkije in deze oorlog het onderspit moest delven en op 3 maart 1878 tekende het dan ook het beruchte verdrag van San Stefano waarbij het grote stukken van haar grondgebied aan de overwinnaars moest prijsgeven.


Rusland en de verdeling van de Balkan
Rusland begon daarop direct de verhoudingen in de Balkan in haar voordeel om te zetten. Bulgarije werd enorm vergroot en haar nieuwe grenzen reikten in het oosten tot dicht bij Constantinopel en in het zuiden tot diep in MacedoniŽ.
BosniŽ-Hercegovina werd autonoom en ook ServiŽ en Montenegro profiteerden van de Russische overwinning, uiteraard ten koste van Turkije.
Direct stond de gehele wereld op haar achterste benen, bevreesd als men was dat Rusland nu te machtig zou worden en een te dominante positie in de Balkan zou gaan innemen en nog belangrijker, de kans dat Rusland in het bezit van de Dardanellen en Bosporus zou komen en daardoor rechtstreeks toegang tot de Middellandse Zee, werd aanmerkelijk vergroot en daar was men mordicus op tegen.
Zowel Engeland, Frankrijk, ItaliŽ als Oostenrijk-Hongarije beschouwden die Middellandse Zee als hun eigen achtertuin waarin de Russen niets te zoeken hadden en men besloot dan ook met alle macht te voorkomen dat de Russen daar toegang toe zouden krijgen.
Onder druk van vooral Oostenrijk-Hongarije maar met medewerking van de overige grootmachten, werd Rusland nu min of meer gedwongen deel te nemen aan een internationale conferentie te Berlijn (13 juli 1878) waarbij Duitsland (Bismarck) als Ďbemiddelaarí optrad.
Men eiste nu herziening van het verdrag van Stefano en na een verbeten diplomatieke strijd moest Rusland uiteindelijk toegeven.
Zo kon het gebeuren dat Bulgarije het grootste deel van haar zojuist verkregen gebied weer moest afstaan .
Een deel daarvan werd aan ServiŽ toegekend dat maar liefst vijftig procent groter werd, een ander deel aan RoemeniŽ en geheel MacedoniŽ werd weer aan Turkije teruggegeven. Zuid-Bulgarije werd omgedoopt tot RoemeliŽ en als aparte provincie, onder een Christen gouverneur en met een eigen strijdmacht, bij Turkije gevoegd en tenslotte werd Oostenrijk-Hongarije aangewezen om het bestuur van BosniŽ-Hercegovina op zich te nemen.
Het behoeft geen betoog dat de beslissingen van het Congres zowel in Rusland als in de betrokken landen diepe indruk maakten en als zeer vernederend werden ervaren.
Met name ServiŽ, dat overigens een grote gebiedsuitbreiding onderging, was zeer ongelukkig.
Men had steeds de hoop gehad dat met het verdwijnen van het Europese deel van Turkije, BosniŽ-Hercegovina, waar zoals bekend, miljoenen Slaven woonden, alsnog bij het Servische moederland gevoegd zou worden en deze hoop werd nu de bodem ingeslagen door de beslissing om n.b het vijandige Oostenrijk-Hongarije met het bestuur van beide provincies te belasten.
Ook Bulgarije was zeer teleurgesteld en begon onmiddellijk met ondergrondse acties in MacedoniŽ in de hoop dit land in de toekomst alsnog bij haar grondgebied te kunnen voegen. Ook in Oost-Roemelia deed men er alles aan de bevolking te beÔnvloeden en niet geheel zonder succes want in 1885 verklaarde dit gebied zich bij Bulgarije te willen voegen en dit werd natuurlijk met graagte geaccepteerd.
Dit echter bleek nu voor ServiŽ onverteerbaar en al snel verklaarde het Bulgarije de oorlog doch weldra zou blijken dat dit een grote vergissing was.
De Bulgaren, die zich de toorn van Rusland op de hals hadden gehaald door hun eigenzinnig optreden in Oost-RoemeliŽ en MacedoniŽ kregen in eerste instantie een grote tegenslag te verwerken.
Het Bulgaarse leger werd namelijk geleid door Russische hoofdofficieren en de tsaar besloot die nu onmiddellijk terug te roepen waardoor het Bulgaarse leger in een klap zonder leiding kwam te zitten.
Toen de Serven het land binnen vielen vocht het Bulgaarse leger dan ook onder aanvoering van kapiteins, luitenants en onderofficieren maar ze verdedigden zich fanatiek, versloegen de Serven binnen korte tijd waarna zij zelfs de achtervolging inzetten en diep het Servische grondgebied binnen drongen.
Het was ditmaal Oostenrijk-Hongarije, dat zich als bemiddelaar aanbood en kort daarop met gewapende interventie dreigde er daardoor voor zorgende dat de Bulgaren uiteindelijk de strijd staakten en ServiŽ weer verlieten.*7
Duidelijk is dat Oostenrijk daarmede haar invloed in ServiŽ nog verder versterkte en dat droeg er weer aan bij dat de positie van koning Milan intern steeds moeilijker werd.
ServiŽ werd in feite een vazalstaat van Oostenrijk-Hongarije waaraan koning Milan zich met huid en haar had verkocht.
Nog in 1881 had hij een geheime overeenkomst met de Oostenrijkers gesloten waarbij hij zijn aanspraken op BosniŽ-Hercegovina opgaf en beloofde geen verdragen met anderen te zullen sluiten zonder toestemming en medeweten van Oostenrijk-Hongarije.
In ruil daarvoor garandeerde Oostenrijk-Hongarije de Obrenovitch dynastie blijvend te zullen steunen.
In feite moet vastgesteld worden dat de daarop volgende jaren Oostenrijk-Hongarije ServiŽ als haar eigen Ďprotectoraatí behandelde.
Economisch betekende dat ondermeer dat alle Servische export via Oostenrijk-Hongarije moest lopen, elk bouwcontract naar Oostenrijk-Hongaarse firma's ging, de Servische plannen om een spoorlijn aan te leggen door Oostenrijk werden geblokkeerd en op internationale conferenties Oostenrijk-Hongarije namens ServiŽ het woord voerde.
Een en ander leidde in ServiŽ tot steeds grotere weerstand tegen koning Milan en uiteindelijk tot zijn val in 1889 toen hij moest aftreden ten gunste van zijn zoon Alexander Obrenovitch.

Het einde van de Obrenovitch dynastie,
de moord op koning Alexander

Inmiddels realiseerde men zich in Rusland meer en meer dat de pro-Oostenrijk-Hongaarse politiek van de Servische koning niet in het voordeel van Rusland kon zijn en men begon zich af te vragen of de afspraak inzake de respectievelijke aan te houden invloedsferen wel verstandig was geweest.
Het was toen dat Rusland zich langzaam maar zeker ging verzetten tegen het bewind van de Obrenovitch-dynastie en op middelen zon om daar een eind aan te maken.
Rusland begon in te zien dat het bezit van de Ďzeestratení voorlopig nog wel een schone droom zou blijven zolang de grote mogendheden hun oppositie tegen een vrije doorgang van Russische oorlogsschepen naar de Middellandse Zee, niet zouden opgeven.
Die oppositie zou mogelijk verdwijnen als men er in zou slagen de verhouding met onder andere Frankrijk en Groot-BrittanniŽ te verbeteren en vanaf dat moment werden de Russische plannen langzaam maar zeker in die richting bijgesteld.
Inmiddels bezette Alexander Obrenovitch nu de Servische troon. Hij pakte de zaken direct al zeer fors aan door zijn ministers tijdens een diner te laten arresteren en de door zijn vader in 1888 nog juist ingevoerde nieuwe constitutie, waarbij de ministers verantwoordelijk werden aan een parlement, op te heffen en de macht weer aan zichzelf te trekken.
Ook Alexander echter volgde een pro-Oostenrijk koers en dat zette kwaad bloed bij de top van de strijdkrachten.
Hij deed weinig om zich populair te maken en in 1897 liet hij zijn vader terugkeren als opperbevelhebber van het leger hetgeen hem wederom niet in dank werd afgenomen. Toen hij tenslotte ook nog besloot tegen de wens van regering en volk in, te trouwen met een hofdame van zijn moeder waarvan gezegd werd dat ze onvruchtbaar was en derhalve niet voor nakomelingen zou kunnen zorgen, was de maat vol *8 en in juni 1903 werd de koning, zijn gemalin, haar twee broers en de minister van Oorlog, op brute wijze vermoord en kwam er een eind aan de Obrenovitch-dynastie in ServiŽ.*9
Het zal duidelijk zijn dat deze gang van zaken, welke overigens de gehele wereld door haar bruutheid deed schokken, Rusland niet onwelgevallig was en ze erkende Alexanders opvolger dan ook onmiddellijk en zonder aarzeling.
Acht dagen na de moord op koning Alexander en zijn echtgenote, werd de 60 jarige Peter Karageorgevitch uit ballingschap te GenŤve teruggeroepen en op 15 juni 1903 tot koning gekroond.
Peter's aantreden was het begin van de verwijdering tussen ServiŽ en Oostenrijk-Hongarije en leidde uiteindelijk tot een breuk welke nimmer meer hersteld zou worden.
Die verwijdering had twee oorzaken.
In 1905 probeerde de koning de knellende economische banden met Oostenrijk-Hongarije te versoepelen door een handelsverdrag te sluiten met Bulgarije waardoor tevens ook de kunstmatige tariefbarrieres tussen beide landen zouden komen te vervallen. Oostenrijk-Hongarije zag daarin een aantasting van haar bevoorrechte positie en verzette zich met hand en tand door te dreigen dan alle handelsbetrekkingen met ServiŽ te zullen beŽindigen.
Om de zaak nog scherper te stellen eiste men tegelijkertijd dat ServiŽ een order voor de levering van artillerie en spoorwegmateriaal bij Frankrijk zou annuleren en in Oostenrijk zou plaatsen.
Omdat 90% van alle Servische export via Oostenrijk-Hongarije liep, was men er zeker van dat ServiŽ bakzeil zou halen omdat het zich niet veroorloven kon haar handelsbelangen en daarmede haar bestaan op het spel te zetten.
Koning Peter echter bleek zich van de Oostenrijk-Hongaarse dreigementen niets aan te trekken *10 en zocht nu naar mogelijkheden de export via Turkije en via de Donau naar Europa te vervoeren en alhoewel Oostenrijk inderdaad haar grenzen sloot voor het voornaamste Servische exportproduct, varkens, bleek in 1906 dat het verlies van deze markt geheel kon worden opgevangen door nieuwe afzetkanalen in Frankrijk, Duitsland , ItaliŽ, Egypte en Bulgarije zodat de Oostenrijkse actie zich uiteindelijk tegen haar zelf keerde en een eind maakte aan de Oostenrijk-Hongaarse economische monopoliepositie.
Er was echter ook nog een politieke oorzaak voor de ontstane verwijdering tussen ServiŽ en Oostenrijk-Hongarije.
Direct na de troonsbestijging van Peter Karageorgevitch leefde in Oostenrijk-Hongarije nog de hoop dat haar dominante positie in ServiŽ gehandhaafd zou kunnen blijven maar het kwam daarbij bedrogen uit.
Peter zat nog geen dag op zijn troon toen hij reeds bekend maakte koning te willen zijn van een ĎGroot ServiŽí dat wil zeggen van alle Serven in het Balkangebied en hij maakte daarbij dus duidelijk aanspraak op BosniŽ-Hercegovina, het nieuwe mandaatgebied van Oostenrijk-Hongarije waar enige miljoenen Slaven woonden.
Deze openlijke aanspraak was uiteraard koren op de Russische molen en het is duidelijk dat de Servisch-Russische verhouding uitermate innig werd terwijl die tussen ServiŽ en Oostenrijk-Hongarije direct aanmerkelijk bekoelde.
Zo was de situatie in de Balkan, na het aantreden van koning Peter, in het nadeel van Oostenrijk-Hongarije veranderd en had dit land plotseling een bondgenoot,(ServiŽ) verloren terwijl Ruslands invloed aanzienlijk toenam doordat het eerst Bulgarije, dat de Oostenrijk-Hongaarse inmenging in haar oorlog met ServiŽ nog niet was vergeten, en nu ook ServiŽ aan zich had weten te binden.
De basis voor een groot conflict in de Balkan was daarmede gelegd en Oostenrijk-Hongarije begon zich dan ook zorgen te maken over de veiligheid van zijn grenzen en, naar we zullen zien, niet geheel ten onrechte.

Een gevaarlijke ontwikkeling
De innige band tussen Rusland en ServiŽ betekende een potentieel gevaar voor het voortbestaan van de dubbelmonarchie, ja zelfs voor de vrede in geheel Europa.
Als gevolg van het alliantie-stelsel, waarbij de diverse bondgenoten elkaar militaire steun beloofden ingeval een van hen zou worden aangevallen, zou zelfs het kleinste conflict zeer ernstige gevolgen kunnen hebben. Welnu, in de Balkan was een situatie ontstaan waarbij de conflictstof hoog opgestapeld lag. ServiŽ, een klein land met torenhoge ambities en met als ideaal de vorming van een ĎGroot Servischí rijk. Oostenrijk-Hongarije met enkele miljoenen Serven binnen haar landsgrenzen die steeds meer onder invloed raakten van de voortdurende Servische propaganda en agitatie, en Rusland dat haar invloed in de Balkan wilde handhaven en uitbreiden en in ServiŽ de ideale mogelijkheid zag om de kastanjes voor haar uit het vuur te halen door als voortdurende bron van onrust te fungeren ter detrimentie van Oostenrijk-Hongarije, het land dat de Russische positie op de Balkan betwistte.
Het is duidelijk dat Rusland alle troeven in handen had.*11. Het behoefde ServiŽ slechts te steunen in haar ĎGroot Servischeí aspiraties om zodoende de sleutel tot het doen ontstaan van een groot conflict op de Balkan, in handen te houden.
Zo'n conflict, tussen ServiŽ en Oostenrijk-Hongarije, zou Duitsland verplichten Oostenrijk-Hongarije te steunen, Rusland zou ServiŽ steunen en Frankrijk en Engeland zouden zich bij Rusland aansluiten en geheel Europa zou in brand staan en dat was nu juist wat Rusland, Frankrijk en Engeland voor ogen stond toen ze hun alliantieplannen vervolmaakten, een Europese oorlog waarbij Frankrijk Elzas Lotheringen zou terugkrijgen, Rusland de toegang tot de Middellandse Zee en een leidende positie op de Balkan terwijl Engeland verlost zou worden van een concurrent die dreigde haar economisch en politiek voorbij te streven.
Het behoeft geen betoog dat zo'n oorlog pas zou mogen uitbreken, op het moment dat Rusland en haar bondgenoten daarvoor gereed zouden zijn. Pas dan zou de afrekening met Duitsland kunnen beginnen, het land dat met naam en toenaam genoemd werd in artikel 3 van het Frans-Russische verdrag en waarvan de ontwerper, de Franse generaal Mirabel in een voorwoord
schreef:

ĎHet belangrijkste doel is eerst onze voornaamste vijand te vernietigen, de ondergang van diens bondgenoten zal dan automatisch volgen, in andere woorden, op het moment dat Duitsland van de aardbodem is verdwenen zullen de Frans-Russische legers hun wil kunnen opleggen aan Oostenrijk-Hongarije en Italieí.*12.

Rusland steunt ServiŽ
Vanaf 1903 begon er nu een duidelijke lijn te komen in de Russische Balkanpolitiek.
Men zag het fel begeerde doel, het bezit van de Dardanellen en de Bosporus- en daarmede een vrije toegang tot de Middellandse Zee, plotseling binnen bereik komen en de tsaar liet zijn minister Witte weten dat hij van hem verwachtte dat dit doel nog tijdens zijn bewind zou worden gerealiseerd.*13.
Vanaf dat moment werd deze wens het politieke credo van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken en om een en ander te bewerkstelligen werd de Russische invloed op de Balkan nu met alle mogelijke middelen versterkt.
De Italiaanse minister-president, Nitti, schreef daarover na de oorlog in zijn memoires:

ĎDe Russische politiek m.b.t ServiŽ was ronduit crimineel. Speciaal in ServiŽ voerde Rusland een cynische en schaamteloze politiek van corruptie en voedde op alle mogelijke manieren revolutionaire bewegingen tegen Oostenrijk-Hongarijeí.*14.

Maar ook buiten ServiŽ was de Russische agitatie actief en men probeerde door middel van het oprichten en stimuleren van een z.ogenoemde. ĎBalkan Leagueí aan dit streven richting te geven.*15
De toenmalige Servische zaakgelastigde in Berlijn, Bogitshevitch, schreef hierover in zijn boek ĎCauses of the Warí:

ĎBezien we de maatregelen welke Rusland nam om haar invloed in ServiŽ te vergroten, haar bemoeienissen met de interne situatie in dat land waaronder het opzetten van Servische politici tegen koning Milan en de onmiddellijke erkenning van de Karageorgevich dynastie direct na de moord op koning Alexander en tenslotte de activiteiten van Rusland in de laatste jaren voor de oorlog , waarbij Servische staatslieden willoze gereedschappen werden van de Russische politiek ,dan moest dat alles wel leiden tot oorlog welke kans nog werd vergroot door de Russische inspanningen om tot een Balkan-League te komení.*16.

Het past dan ook geheel in het tijdsbeeld dat eerder reeds,met Russische steun en Russisch geld in ServiŽ een nieuwe politieke partij, de Radicale Partij, werd opgericht en het was deze partij die in het geheim meewerkte aan de verwijdering van de zwakke en Oostenrijk-Hongarije-gezinde koning Milan en zich onder andere bezig ging houden met het verspreiden van sterk anti Oostenrijk-Hongaarse propaganda waarbij het feit dat dit rijk vele Serven en Kroaten in haar territorium huisvestte, die politiek natuurlijk in de kaart speelde.

Uit een geheim memorandum van 1904 zien we welke doelen welke deze partij nastreefde:

1: Een bondgenootschap van ServiŽ met Montenegro en Bulgarije.
2: Het uitbreiden van de handel met andere landen ten koste van die met Oostenrijk-Hongarije.
3: Het steunen van de Hongaarse onafhankelijkheidsbeweging in Oostenrijk-Hongarije en het steunen van Servische groeperingen in BosniŽ-Hercegovina.
4: Het consequent en systematisch in diskrediet brengen van de Oostenrijk-Hongaarse regering in BosniŽ-Hercegovina.
5: Het oprichten van een ambulant comitť welke de geheime contacten moest onderhouden met de leiders van de Servische groeperingen in Oostenrijk-Hongarije*17.

Het zal duidelijk zijn dat zo'n politiek nu niet bepaald bevorderlijk was voor een vreedzaam samengaan en vroeg of laat tot een conflict moest leiden.

De Zwarte Hand

Naast de Servische ĎRadicale Partijí werden er voorts een aantal verenigingen opgericht die uitsluitend tot doel hadden de ĎGroot Servischeí gedachte onder het Servische volk uit te dragen waaronder de ĎNarodne Odbranaí in 1909 en de ĎUdedinjenje Ili Smrtí alias ĎZwarte Handí alias ĎUnion or Deathí in 1911.
De statuten van de ĎNarodne Odbrana logen er niet om en voorzagen in onder meer de oprichting van tegen Oostenrijk-Hongarije gerichte vrijwilligerskorpsen en de voorbereiding daarvan op gewapende acties, het organiseren van aparte guerillagroepen enz..*18.
De statuten van ĎDe Zwarte Handí waren nog radicaler.
Artikel 2 van die statuten stelde bijvoorbeeld dat de voorkeur werd gegeven aan terrorisme boven propaganda en derhalve diende de strikste geheimhouding te worden bewaard ten opzichte van niet-leden.*19.
ĎZwarte Handí leden werden verplicht een verklaring te ondertekenen waarin zij min of meer over zichzelf de doodstraf uitspraken indien zij de organisatie zouden verraden.
Het was vooral deze laatste organisatie welks doelstellingen zich vooral op het Ďbevrijdení van BosniŽ-Hercegovina richtte en die later de hand had in de moord op de Oostenrijk-Hongaarse troonopvolger Franz Ferdinand, die het gehele politieke leven in ServiŽ ging bepalen en doordrong in praktisch alle geledingen van het openbare leven.
Haar leden vond men tot in de hoogste kringen en uiteindelijk slaagde men er in om bijna alle belangrijke posten in leger, politie en regering in handen te krijgen.

In het begin ontstonden daarbij wel problemen en verzette een aantal ministers zich tegen de groeiende invloed van de ĎZwarte Handí maar al snel bleek dat elk verzet nutteloos was en zelfs zeer gevaarlijk kon zijn omdat men niet schroomde tegenstanders met het leven te bedreigen en te intimideren.
De ĎZwarte Handí slaagde er voorts in ook in de ĎRadicale Partijí te infiltreren waardoor daar een splitsing ontstond tussen leden- en niet leden van de organisatie en dit gaf vaak aanleiding tot grote interne spanning welke echter uiteindelijk steeds door de ĎZwarte Handí gewonnen werd.*20
ServiŽ richtte zich nu, openlijk en met alle kracht op agressie, agitatie en terrorisme tegen de Oostenrijk-Hongaarse monarchie en het werd daarbij in het geheim krachtig gesteund door Rusland.
Het uiteindelijke Servische doel was, een ĎGroot ServiŽí waarbij alle Slavische volkeren verenigd zouden worden onder Servisch bestuur.
Dit doel kon natuurlijk alleen bereikt worden ten koste van Oostenrijk-Hongarije dat immers miljoenen Slaven onder haar onderdanen telde. Het zal duidelijk zijn;,een groot conflict lag derhalve in het verschiet.

Oostenrijk-Hongarije overweegt maatregelen
De nieuwe Oostenrijk-Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken, ĎAehrenthalí die in 1906 aantrad, zag al deze ontwikkelingen met grote zorg aan en hij werd daarbij gesteund door de opperbevelhebber Conrad.
Met name de toenemende steun van Rusland aan ServiŽ baarde hen zorg en die bezorgdheid zou nog veel groter zijn geweest als ze kennis hadden kunnen nemen van enige andere artikelen van de statuten van de ĎZwarte Handí zoals bijvoorbeeld:

artikel 1:íHet doel is de realisatie van het nationale ideaal, de eenwording van alle Servení*21.
Artikel 2; De organisatie prefereert terrorisme boven intellectuele propaganda en om die reden dient ze absoluut geheim te blijven voor niet-leden. Teneinde onze doelen te bereiken dient de organisatie haar invloed uit te breiden tot de regering, tot alle lagen der bevolking en het gehele sociale leven te doordringen. Artikel 4; De bewegingdient in alle gebieden waar Serven wonen, revolutionaire activiteiten te ontplooiení.*22.

Het is voorts interessant kennis te nemen van de tekst van de afgelegde eed door nieuwe leden van deze organisatie. Ze luidde:

ĎIk zweer bij de zon welke op mij schijnt, bij de aarde welke mij voedt, bij God en het bloed van mijn voorvaderen, bij mijn eer en leven dat ik vanaf dit moment tot aan mijn dood,de zaak van de organisatie getrouw zal dienen en immer gereed zal staan mij voor haar op te offeren.
Ik zweer bij God, mijn eer en leven dat ik alle opdrachten zonder vragen zal uitvoeren.
Ik zweer bij God, mijn eer en leven dat ik alle geheimen van de organisatie in het graf zal meenemen.
Moge God en mijn kameraden over mij oordelen als ik deze eed breekí.

Het afleggen van deze plechtige eed geschiedde dan in een geheel verduisterde kamer aan een met zwart doek omfloerste tafel waarop naast een doodshoofd voorts een dolk, een granaat en een flesje gif waren neergelegd, dat alles om de dramatiek van het moment te benadrukken.*23.

De Oostenrijkse bezorgdheid bereikte een hoogtepunt toen men er van overtuigd raakte dat de Servische regering of althans leden daarvan achter de doelstellingen van beide organisaties stonden en hoge legerofficieren daarin leidinggevende posities bekleedden.
De situatie was dan ook bijzonder moeilijk. Oostenrijk-Hongarije had bij het Congres van Berlijn het bestuur over BosniŽ-Hercegovina gekregen maar het gebied stond officieel nog onder suzereiniteit van de Turkse Sultan. Men kon er alleen politietaken uitvoeren maar voor binnenlandse problemen kon men geen militairen inzetten.
Het aantal aanslagen en gezagsondermijnende acties nam echter groteske afmetingen aan en het is duidelijk dat men zich hier tegen wilde verweren. Uitsluitend een militaire actie zou echter, zo was men van mening, resultaat kunnen opleveren maar daartoe was men niet in staat.
Het was generaal Conrad, die in een nota de ernst van de situatie samenvatte.

Oostenrijk-Hongarije, zo schreef hij;

Ďwordt momenteel zowel van binnenuit als van buitenuit bedreigd.
Van binnenuit door de tegenstellingen tussen de etnische groeperingen in BosniŽ, de problemen met de Serven, die bij ServiŽ willen horen, Tsjechen, die 'n onafhankelijke staat willen, de Mohammedanen, die bij de Turken aansluiting zoeken, en de Christenen, die bij Oostenrijk-Hongarije willen blijven, en tenslotte is er dan nog de onrust in het Hongaarse deel van het Rijk.
Van buitenuit komen er bedreigingen door:
1) Het streven van Rusland naar invloed in Constantinopel,naar een leidende rol in de Balkan en door haar streven deDuitse plannen in AziŽ te doorkruisen.
2) Door ItaliŽ, dat delen van Oostenrijks gebied aan de Ital aanse grenzen in bezit wil krijgen en de hegemonie in de Adriatische Zee.
3) Door het streven van ServiŽ naar een ĎGroot Servischí Rijk en haar agitatie in BosniŽ en Hercegovina om dit te bereiken.
4) Door RoemeniŽ, dat de door Roemenen bewoonde Oostenrijkse gebieden in bezit wil krijgen en tenslotte:
5) door de toenemende openlijke vijandigheid van Frankrijk ten opzichte van Oostenrijks bondgenoot Duitslandí*24.

Het is zonneklaar dat deze analyse een zorgwekkend plaatje te zien gaf, vooral ook in het licht en de omstandigheden van die tijd.
Het is opvallend dat er zo weinig aandacht is geschonken aan de toch wel benarde politieke situatie waarin de dubbelmonarchie zich toentertijd bevond ook al moet worden toegegeven dat Oostenrijk-Hongarije een en ander deels aan zichzelf te danken had als gevolg van de vrij cynische politiek die het steeds ten opzichte van ServiŽ had gevoerd.
Dat de situatie ernstig was blijkt wel uit de berichten over het toenemend aantal moorden en aanslagen en de onmacht van de autoriteiten zich daar tegen te verweren.
Meer en meer werd men als gevolg van deze situatie in een richting van krachtdadig ingrijpen gedrongen maar tegelijkertijd besefte men daartoe niet de mogelijkheden te bezitten.
Het was weer Conrad die, in een memorandum van 19-11-1907, aan minister
Aehrenthal voorstelde om BosniŽ-Hercegovina officieel te annexeren waardoor men militair kon ingrijpen om zo orde op zaken te stellen en de rust in BosniŽ te doen wederkeren.
Hij achtte dit voorts dringend gewenst omdat het gebied zijns inziens uitermate kwetsbaar was geworden voor eventuele onverwachte aanvallen door onder andere ServiŽ en/of ItaliŽ.*25
Zoals bekend volgde Aehrenthal, na lang aarzelen, zijn advies op en annexeerde BosniŽ-Hercegovina in oktober 1908, niet nadat hij hierover in het geheim overleg had gevoerd met zijn Russische collega Iswolski. die hij in ruil voor acceptatie van de annexatie de belofte deed deze te zullen steunen in zijn pogingen om toegang te krijgen tot de Dardanellen en de Bosporus, de Middellandse Zee dus.*26.
Dat Aehrenthal een daartoe benodigde conferentie echter niet afwachtte en de wijze waarop hij de annexatie daarna uitvoerde maakte dat zijn Russische collega Iswolski, zich bedrogen voelde en was aanleiding tot een persoonlijk conflict tussen beide ministers dat in zijn consequenties uiteindelijk fatale gevolgen zou hebben.
Anders gezegd, het kwam nooit meer goed tussen beide landen en de Russische houding ten opzicht van Oostenrijk-Hongarije werd bepaald vijandig.
Voorlopig echter had Oostenrijk zijn slag geslagen en men verwachtte dat de rust nu wel spoedig terug zou keren.
Voor ServiŽ was de Oostenrijkse actie echter een regelrechte slag in het gelaat en een ernstige doorkruising van haar ĎGroot ServiŽí politiek.
De vernedering en woede werden nog groter toen bekend werd dat de annexatie met medeweten, ja zelfs met goedkeuring van Rusland was geschied, nota bene het land dat ServiŽ steeds tot agitatie had aangemoedigd.

ServiŽ mobiliseert, de annexatie-crisis
De Servische minister Vesnitch vertrok onmiddellijk naar Parijs waar Iswolski zich voor besprekingen bevond,
Hij eiste opheldering en dreigde zelfs met oorlog en het daar op volgende gesprek was zeer verhit en emotioneel en Iswolski werd openlijk van verraad beschuldigd.
Deze verweerde zich door te stellen dat er de facto voor ServiŽ niets was veranderd, dat de tijd voor een gewapend treffen nog niet was aangebroken maar dat er spoedig een internationale conferentie bijeen geroepen zou worden over deze annexatie waarbij hij-Iswolski- het volle gewicht van Rusland in de schaal zou werpen ten gunste van ServiŽ.

ĎIk begrijp uw agitatie niet in werkelijkheid verliest u niets, in tegendeel, u wint, immers u bent nu verzekerd van onze steuní.*27

Iswolski stelde verder dat Serivie diende te begrijpen dat ze absoluut niet tegen Oostenrijk-Hongarije opgewassen was en de Rusland op dat moment nog niet gereed was om oorlog te gaan voeren. Een conflict diende dan ook te worden vermeden omdat Rusland militair en diplomatiek nog niet gereed was".*28.

Iswolki's verzekeringen van steun vermochten de Serven, die emotioneel op het kookpunt waren beland, echter niet te overtuigen en op 17 oktober verliet de Servische minister van Buitenlandse Zaken Belgrado om een aantal Europese hoofdsteden te bezoeken.
In zijn tas had hij een aantal plannen en eisen.
Ook andere ministers reisden, met een zelfde missie, naar het buitenland waaronder prins George, die naar Rusland ging.
Voorts reisde een Servisch parlementslid naar Constantinopel met een plan waarin de Turkse regering veel geld werd geboden in ruil voor steun aan een Servische bezetting van de Sandjak.*29.
Gelukkig ging dit plan niet door, het had zeker tot oorlog met Oostenrijk-Hongarije geleid. Ook het bezoek aan Rusland leverde niets op.
De tsaar stelde duidelijk dat Rusland, zo vlak na de oorlog met Japan, nog niet gereed was voor een nieuw conflict en, zo zei hij:

Ďhet parool voor ServiŽ was te wachten en zich eerst militair voor te bereiden opdat het gereed zou zijn als de tijd gekomen wasí.*30.

En tenslotte ving men ook bot in Europa. Men zag daar niets in een Servisch Ďavontuurí en derhalve kreeg ServiŽ overal de kous op de kop.
Uiteraard wekte dit grote woede op bij het, door de pers opgezweepte, Servische volk en het is tekenend dat men tenslotte besloot dan maar alleen te strijden en ging mobiliseren.
Eind oktober 1908 waren er reeds twee lichtingen onder de wapenen.*31 en ontstond er voor Oostenrijk-Hongarije dreigend gevaar voor oorlog. Dit land nam dan ook zijn maatregelen en ging over tot de zogenaamde Ďbruineí mobilisatie, een eerste fase waarbij de troepen zich zonder opzien te baren en zonder haast, naar hun kazernes begaven.
De spanningen namen nu enorm toe, ook al omdat ServiŽ zich nergens iets van aantrok en door ging met het op volle oorlogssterkte brengen van haar strijdkrachten.
In maart 1909 had men reeds twee divisies in het veld terwijl men koortsachtig werkte aan de gereedmaking van een derde.*32.
De Servische leiders gingen van het standpunt uit dat als ze een oorlog ontketenden, Rusland uiteindelijk wel gedwongen zou zijn hen te steunen en zo zou dan de lang verwachte Europese oorlog een feit worden en de Servische idealen kunnen worden gerealiseerd.
Al spoedig maakte Rusland echter duidelijk dat ze er niet aan dacht zich tot een conflict te laten verleiden en ook Oostenrijk-Hongarije stelde zich uiterst terughoudend op. Maar ook dit maakte geen indruk.
Bij terugkeer van zijn mislukte missie naar St.Petersburg riep prins George toch op tot oorlog zeggende :íLaten wij ons op oorlog voorbereiden zonder te vragen hoe sterk de vijand is maar waar hij isí.*33 en het parlement gaf in een resolutie te kennen van de regering te verwachten dat deze de Ďbedreigde Servische belangení op energieke wijze zou verdedigen en tegelijkertijd werd 16 miljoen Dinar uitgetrokken voor extra militaire uitgaven.*34 en in december werd daar nog eens 18 miljoen bijgevoegd. In totaal werd uiteindelijk 40 miljoen extra voor oorlogsdoeleinden gevoteerd.*35.

ServiŽ wond zich over de annexatie buiten proporties op, vooral als men bedenkt dat men deze annexatie zelf had uitgelokt door regelrechte terreurdaden en hevige agitatie in dat gebied en de terughoudende reacties van Oostenrijk-Hongarije, vooral op advies van keizer Franz Joseph, staken daar opvallend bij af.
Men stelde een soort- we zouden tegenwoordig zeggen Ďgedoog-periodeí vast welke men tot en met maart 1909 wilde laten duren alvorens tot definitievere maatregelen over te gaan.*36 Dit tot grote teleurstelling van de opperbevelhebber, Conrad, die meende dat het waarschijnlijk de laatste kans was om ServiŽ in te tomen omdat noch Frankrijk, noch Engeland en Rusland gereed waren om in een conflict te participeren.
De Oostenrijk-Hongaarse regering bleef echter op het standpunt staan dat oorlog met ServiŽ vermeden diende te worden en dat de problemen langs diplomatieke weg moesten worden opgelost, vooral ook omdat men bleef hopen in de toekomst toch op vreedzame wijze met ServiŽ te kunnen samenleven.
De Serven echter dachten daar heel anders over en bleven op oorlog aansturen, tegen alle rede en gezond verstand in en het begon er op te lijken dat die oorlog onvermijdelijk werd.
Bogitchevitch schreef daarover in z'n reactie op Ďfragmenten eines politischen Tagesbuchesí van Baernreither dat:

Ďvanuit staatsrechtelijk standpunt gezien, Oostenrijk-Hongarije in 1909 had kunnen aanvallen en dat dit dan niet als een preventieve oorlog had kunnen worden opgevat maar als een (verdedigende) strijd om het naakte bestaan van de dubbelmonarchieí.*37.

Ook de Ďentente landení begonnen zich nu echt zorgen te maken. Men was nog niet gereed voor oorlog, zelf dacht men aan 1917, en wenste zich dan ook niet door ServiŽ in een avontuur te laten meeslepen.


De vernedering van ServiŽ
Het was Duitsland dat het initiatief nam en haar bemiddeling aanbood.
Op 14 maart 1909 kwam de Duitse regering met het voorstel Oostenrijk-Hongarije alsnog formeel bij de grote mogendheden een verzoek te laten indienen de annexatie van 1908 goed te keuren.Duitsland stelde daarbij wel de eis dat Rusland zo'n verzoek niet zou boycotten zodat de mogendheden een en ander zonder problemen zouden kunnen sanctioneren.*38.
Dit Duitse voorstel was zonder meer briljant immers, niet alleen werd daarmede de eenzijdige annexatie door Oostenrijk-Hongarije, officieel aanvaard en dus legaal, het ontnam ServiŽ
tegelijkertijd ook elke mogelijkheid op een legale claim op dit gebied en...tenslotte...voorkwam het de vernedering van Rusland dat nu niet behoefde deel te nemen aan een internationale conferentie over dit onderwerp.
Wie er wel werd vernederd was uiteraard ServiŽ dat voor het oog van de wereld door zijn voornaamste beschermer Rusland, wederom in de steek werd gelaten.
Iswolski nu, pleegde overleg met de tsaar en toen deze akkoord ging accepteerde hij op 22 maart het Duitse voorstel waarna de tsaar de Duitse keizer telegrafisch hartelijk dankte voor zijn bemiddeling.
Aanvaardde Rusland dus het Duitse voorstel ten koste van ServiŽ, Oostenrijk-Hongaije verbond wel een eis aan zijn eventuele acceptatie.
Men wilde dat ServiŽ een officiŽle verklaring zou afleggen dat ook zij de annexatie van BosniŽ-Hercegovina zou aanvaarden en dat het zich op geen enkele wijze in z'n belangen geschaad achtte. Rusland vond deze eis veel te ver gaan maar Aehrenthal dreigde de notulen van de besprekingen tussen hem en Iswolski over de annexatie openbaar te zullen maken en Iswolski bond nu haastig in en ook Engeland,Frankrijk en ItaliŽ waren het al spoedig eens. Net op tijd overigens, want de Oostenrijk-Hongaarse opperbevelhebber Conrad had zeer zware druk uitgeoefend op de regering om ServiŽ aan te vallen alvorens dat land zelf tot actie zou overgaan en, zoals gezegd, in het geheim was men reeds met de mobilisatie begonnen.*39.
ServiŽ stond nu geheel alleen en kreeg nog de extra vernedering te slikken te worden gedwongen een door de aartsvijand Aehrenthal, samen met Engeland, opgestelde verklaring te ondertekenen (op 31 maart 1909) waarvan de tekst luidde:

ĎServiŽ erkent dat haar rechten niet zijn aangetast door de annexatie van BosniŽ-Hercegovina en dat ze derhalve akkoord gaat met de beslissingen van de Grote Mogendheden.
Op advies van de Grote Mogendheden verklaart ServiŽ hierbij officieel haar houding van protest en oppositie tegen de annexatie te zullen opgeven evenals haar huidige houding t.o.v Oostenrijk-Hongarije waarmede ServiŽ in de toekomst op basis van goede nabuurschap hoopt verder te leven.
In overeenstemming met deze verklaring en met het volste vertrouwen in de vredelievende intenties van Oostenrijk-Hongarije, zal ServiŽ de sterkte van haar strijdkrachten terugbrengen op het niveau van vůůr de annexatie in de lente van 1908 en voorts de vrijwilligerskorpsen ontwapenen alsmede voorkomen dat zulke korpsen nog zullen worden opgerichtí.*40.

Voorwaar, een keiharde klap in het gezicht van ServiŽ, dat wel, maar gevoeligheden van dien aard waren voor de grote mogendheden uiteraard niet relevant.
Eindelijk duidelijkheid en rust, moet men gedacht hebben en de basis tot een vreedzaam samengaan van ServiŽ en Oostenrijk-Hongarije leek gelegd.
Helaas, de feiten bleken anders want de inkt van de Servische verklaring was nog niet opgedroogd toen de Servische regering haar ambassadeur in Wenen een geheim telegram deed toekomen met de mededeling dat ServiŽ nu wel een verklaring had afgegeven, maar dat dit niet betekende dat ze de inhoud daarvan ook daadwerkelijk wilde uitvoeren.
Letterlijk luidde de boodschap:

ĎInstructie van de Koninklijke Servische Regering van 17 april 1909 aan de Servische ambassadeur te Wenen inzake de voortzetting van de Groot-Servische propaganda in Oostenrijk-Hongarijeí.

Zo men dus al getwijfeld mocht hebben of zulke, officieel door de Servische regering gesteunde propaganda, wel had bestaan, dan bewijst alleen deze aanhef reeds dat die regering daar wel degelijk bij betrokken was)
De instructie ging dan verder:

íDe Koninklijke Servische Regering, wiens buitenlandse politiek alle Serven betreft, vertrouwende op de steun van Rusland, Engeland en Frankrijk, is vastbesloten het moment af te wachten waarop ServiŽ, met de beste kansen op succes,kan voortgaan met het realiseren van haar legitieme interesse in de Balkan en in geheel Zuid-SlaviŽí.

Voorts werd aangekondigd dat de ambassadeur alle anti-Oostenrijk-Hongaarse propaganda en contacten diende te beŽindigen en alle sporen van zulke activiteiten naar het Servische ministerie van buitenlandse zaken diende uit te wissen. Echter, teneinde de buitenlandse politiek van de Servische regering toch te continueren en in tegenstelling tot de eerder afgelegde officiŽle verklaring, had ServiŽ thans haar revolutionaire propaganda-activiteiten ondergebracht bij een Pan-Slavische organisatie die per 1 juli 1909 in het broederland Rusland haar definitieve vorm zou krijgen.
Deze steun van het machtige Russische keizerrijk zelf, verzekerde de Servische regering van het bereiken van haar doelen en de nieuwe organisatie zou worden voorzien van alle noodzakelijke faciliteitení.
Tenslotte werd aangekondigd dat er een nieuw centrum van agitatie zou worden opgericht in TsjechiŽ waar omheen zich iedereen kon scharen die geÔnteresseerd was-en moest zijn- in de redding van het nationaal bewustzijn en in de triomf van de Pan-Slavische gedachte.

ĎMet betrekking tot de revolutionaire propaganda, deze zal vanaf dat moment vanuit St.Petersburg en Praag worden gevoerd terwijl deze activiteiten in de toekomst onder leiding zullen komen te staan van de Servische Generale Staf".*41.

Dat loog er dus niet om, De Servische regering was absoluut niet van plan zich aan haar beloftes te houden.
Naar buiten toe leek het er overigens korte tijd op dat ServiŽ inderdaad haar leven zou beteren.
Op 29 augustus 1909 bracht de Servische minister Milovanovitch een bezoek aan Wenen en in Juli 1910 werd tussen beide landen zelfs een handelsverdrag gesloten.*42.
Voorts werd afgesproken dat de Servische koning begin 1911 op staatsbezoek zou komen maar toen de Servische pers daar de lucht van kreeg bracht dit zo'n opschudding teweeg dat al snel besloten werd hier van af te zien en al spoedig begonnen de Serviers weer- en steeds openlijker- hun oude houding aan te nemen en werd de agitatie weer met volle kracht voortgezet.
Het was dus duidelijk genoeg. ServiŽ dacht er niet aan haar campagne tegen Oostenrijk-Hongarije op te geven en bleef onverdroten haar oude politiek trouw, ditmaal echter openlijker dan ooit gesteund door Rusland. (ook Frankrijk steunde ServiŽ indirect onder andere door het doen van grote investeringen).*43
Welke rol van Rusland in de Balkan wilde spelen bleek onder andere uit een geheime nota van het bestuur van de Pan-Slavische Conferentie in St.Petersburg in 1909 waarin onder meer werd gezegd dat Rusland doende was haar strijdkrachten te reorganiseren en dat de Slavische volkeren dienden te wachten tot een en ander zou zijn afgerond.
Het moest echter duidelijk zijn dat Rusland haar rol als beschermer van de Slavische wereld, tot een goed einde wilde brengen.
De conferentie adviseerde ServiŽ en Montenegro zich aaneen te sluiten om zich voor te bereiden op het gezamenlijke doel, de bezetting van Novi-Pazar en de invasie van BosniŽ-Hercegovina terwijl Bulgarije zich gereed diende te houden de haar toegezegde gebieden te bezetten tot aan de poorten van Constantinopel.
Volgens dezelfde nota zou het tijdstip van de ineenstorting van Turkije nabij zijn en dat zou voor Rusland het moment zijn om de Slavische idealen te realiseren.
Het benodigde geld zou worden verstrekt door Rusland, Frankrijk en Engeland en binnen twee jaar zou de tijd gekomen zijn om, onder leiding van Rusland, in ťťn klap de Slavische idealen tot stand te brengen.*44.

De Servisch-Russische samenwerking
Terug nu weer naar de Servisch-Oostenrijkse verhoudingen.
Hoewel gekortwiekt in haar openlijke agitatie tegen de dubbel-monarchie en ogenschijnlijk door Rusland in de steek gelaten, bleek al spoedig dat de annexatie van BosniŽ-Hercegovina de band tussen ServiŽ en Rusland juist versterkt had.
Dit land speelde helemaal in op de Servische wraakgevoelens en deed er alles aan om de Slavische eenheid onder haar leiding te versterken.
Na de geruststellende woorden van Iswolski aan de Servische minister Vesnitch waarin hij hem toevoegde dat BosniŽ-Hercegovina uiteindelijk zeker aan ServiŽ zou komen, werden deze nog door vele verzekeringen van dien aard gevolgd.
We laten hier een kleine bloemlezing van dit soort berichten volgen:

ĎTelegram 29-4-13. Servische ambassadeur te St.Petersburg aan Minister van Buitenlandse Zaken Belgrado.
"De heer Sazonov, (de nieuwe Russische minister van Buitenlandse-Zaken) vertelde mij wederom dat ServiŽ aan de toekomst moet werken omdat we een groot stuk van Oostenrijk-Hongaars gebied zullen verkrijgení.*45.

ĎTelegram 13-11-1912 van de Servische min.Ristitsch te Bukarest aan het ministerie van Buitenlandse Zaken te Belgrado:íDe Russische en Franse ministers van Buitenlandse Zaken, adviseren ons, als vrienden van ServiŽ, dat we op dit moment niet tot het uiterste moeten gaan bij het eisen van een haven aan de Adriatische Zee en dat het beter is dat ServiŽ, dat zeker twee maal zo groot zal worden als thans het geval is, zich afwachtend opstelt en zich zo goed mogelijk voorbereidt op de uiterst belangrijke dingen die komen gaan.í*46.

Telegram 28-4-1913, Russische minister van Buitenlandse Zaken Sazanov, aan Russische ambassadeur in Belgrado:
ĎHet "beloofde landí ligt voor ServiŽ in het huidige territorium van Oostenrijk-Hongarije. Het is van vitaal belang dat ServiŽ enerzijds de confederatie met Bulgarije trouw blijft en aan de andere kant zichzelf met geduld en hard werken, gereed maakt voor de onvermijdelijke strijd in de nabije toekomst.De tijd werkt in het voordeel van ServiŽ en voor de vernietiging van haar vijand welke reeds tekenen van verval vertoont.. Een breuk tussen ServiŽ en Bulgarije zou een triomf betekenen voor Oostenrijk-Hongarije waardoor haar doodstrijd voor jaren zou worden uitgesteld.*47.

En tenslotte:In december 1909 sloot Rusland een geheim militair verdrag met Bulgarije. In artikel 5 van dit verdrag leest men:

ĎGezien het feit dat de realisatie van de Slavische idealen op de Balkan, welke zo na aan Ruslands hart liggen, alleen maar mogelijk worden na een bevredigende uitkomst van Ruslands strijd met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije....enzí *48

Duidelijke taal werd ook gesproken toen ServiŽ in 1912 haar geschillen met Bulgarije, onder Russische druk, opzij zette en een geheim militair verdrag met dit land sloot.
De tsaar merkte ter gelegenheid daarvan tegen de Servische kroonprins Alexander op dat nu de aspiraties van ServiŽ spoedig vervuld zouden worden.*49.

Niet iedereen echter was gelukkig met de gang van zaken getuige een uitspraak van de Servische minister van Buitenlandse Zaken tijdens een gesprek met zijn ambassadeur in Berlijn waarbij hij bezorgd opmerkte:

ĎDenkt u zich eens in, mr.Paschitch (de latere Servische premier en leider van de Radicale Partij) verklaarde zich tijdens een bijeenkomst van het geheime beraad in Belgrado, (alwaar men tijdens de BosniŽ-crisis bijeen was om te beslissen over oorlog of vrede met Oostenrijk-Hongarije), vůůr oorlog en dat, terwijl we militair volkomen onvoorbereid zijn.
Let op wat ik u zeg, deze man zal fataal blijken te zijn voor de toekomst van ServiŽí.*50.

Het was overigens deze Paschitch, die hem al spoedig als minister opvolgde en wat later, als minister-president in ServiŽ de dienst ging uitmaken.
Het was ook deze Paschitch, die in 1913, tijdens een verblijf in MariŽnbad tegen zijn ambassadeur opmerkte:

ĎOm BosniŽ-Hercegovina te verkrijgen had ik al tijdens de 1e Balkan-oorlog een algemene Europese oorlog kunnen laten uitbreken maar ik was bevreesd dat we dan verplicht zouden zijn om Bulgarije grotere concessies te moeten doen in MacedoniŽ. Ik vond het voor ServiŽ belangrijker eerst het bezit van MacedoniŽ zeker te stellen om daarna dan te gaan werken aan het verkrijgen van BosniŽ-Hercegovinaí.*51

en in 1913 zei hij tegen de Griekse afgevaardigde, mr.Politus, na de ondertekening van de vrede van Bukarest:

ĎHet eerste doel is bereikt, we kunnen ons nu gaan voorbereiden op de tweede ronde, tegen Oostenrijk-Hongarijeí.

Ook Rusland hield het vuurtje brandend. Guchkov, lid van de Duma zei tegen de Servische ambassadeur in St.Petersburg:

ĎZodra onze bewapening compleet is zullen we onze rekeningen met Oostenrijk-Hongarije vereffenen. Begin daarom nog geen oorlog want dat zou zelfmoord betekenen. Houdt uw doelen geheim maar maakt u gereed, de dag van de overwinning komt naderbijí.*52.

Overigens, ook niet alle Russen dachten zo positief over ServiŽ.
De Russische gezant in Wenen schreef reeds op 25 februari 1912 dat hij tot de slotsom was gekomen dat men alle door de Servische regering uit geheime bronnen geputte berichten, slechts onder het grootste voorbehoud moest geloven. De zwakke kant van de Serven, zo schreef hij, is hun voortdurende behoefte aan politieke intriges. De hele atmosfeer in Belgrado is met ongerechtvaardigde gevoeligheden verzadigd.Als 't niet de Servische regering is, dan is 't wel de generale-staf, die ons opmerkzaam maakt op dat perfide Oostenrijk-Hongarije".
De gezant waarschuwde verder tegen de Balkan-intriges die ons licht - en tegen onze wil - tot een volledige breuk met Oostenrijk-Hongarije kunnen brengen.*53.

Het lijkt er dus op dat ServiŽ niet dat kleine onschuldige en door Oostenrijk-Hongarije overheerste landje was zoals dat zo vaak, en ook heden nog wel, wordt beweerd. De Groot-Servische aspiraties van de machthebbers in Belgrado vormden zo langzamerhand een levensgevaarlijke bedreiging voor de Donau-monarchie,*54 ook al omdat achter deze Servische aspiraties, nu eens meer,dan eens minder, maar altijd Rusland stond.Vooral na het bekend worden van de oprichting van de Servische terreurorganisatie ĎNarodna Odbranaí in 1908, waarbij zich reeds binnen 4 weken 223 afdelingen hadden gevormd met een eigen laboratorium voor het vervaardigen van explosieven,*55. begreep men in Wenen dat terreur het middel was geworden waarmede de Serven hun doelen, ten koste van Oostenrijk-Hongarije, dachten te bereiken.*56
Uit het vorengaande blijkt wel dat de Serviers zich bij hun optreden niet altijd lieten leiden door rationele en/of verstandelijke argumenten doch bereid waren, op zuiver emotionele en nationalistische gronden elk denkbaar risico te nemen inclusief het eventueel doen ontstaan van een wereldoorlog. Het is ook duidelijk dat de Serven deze houding konden aannemen omdat ze rekenden op de steun van Rusland, een Rusland dat zich niet ontzag de Servische nationalistische gevoelens steeds weer aan te wakkeren en haar vijandige houding ten opzichte van Oostenrijk-Hongarije te stimuleren.
Rusland gebruikte ServiŽ daarbij uitsluitend om haar eigen positie in de Balkan te verstevigen en de Dubbelmonarchie te verzwakken of te vernietigen waardoor Duitsland later, zonder bondgenoot, hulpeloos tegenover haar zou komen te staan.

De Balkanoorlogen
In september 1911 viel ItaliŽ Turkije binnen en geschiedde wat Oostenrijk-Hongarije gevreesd had. De Bulgaren verbroederden zich met ServiŽ en sloten het hiervoor genoemde militaire verdrag. (1912) In dit verdrag werd een clausule opgenomen waarin de Bulgaren beloofden ServiŽ militair te zullen steunen als het door Oostenrijk-Hongarije zou worden aangevallen.*57
Al snel sloten nu ook Griekenland en Montenegro zich bij ServiŽ aan en hoewel het verbond in eerste instantie tegen Turkije was gericht zag Oostenrijk-Hongarije zich toch gesteld tegenover een onder Russische leiding staand anti-Oostenrijk-Hongarije blok in de Balkan hetgeen door haar, niet ten onrechte, als zeer bedreigend werd ervaren.
Zoals gezegd, richtte het blok zich in eerste instantie tegen Turije dat nog gewikkeld was in een strijd op leven en dood tegen ItaliŽ. Gebruik makend van de zwakke Turkse positie vielen ServiŽ-Montenegro-Bulgarije en Griekenland nu Turkije binnen zodat het zich tegen vijf vijanden tegelijk moest verdedigen. Een uiteraard ongelijke strijd. Turkije verloor en werd gedwongen vrede te sluiten.
ServiŽ was echter nog niet tevreden en haar troepen drongen nu diep in AlbaniŽ door.
Ze bereikten zelfs de kust waardoor het bezit van een eigen haven plotseling reŽel werd, tot schrik van Oostenrijk-Hongarije dat van AlbaniŽ een bufferstaat had willen maken. De spanningen tussen beide landen liepen weer huizehoog op en Oostenrijk-Hongarije dacht weer aan mobilisatie.
Nu dreigde Rusland in te grijpen waarop Duitsland zich achter Oostenrijk-Hongarije schaarde en de mogelijkheid van een groot conflict leek niet denkbeeldig.
Uiteindelijk bleek Rusland zijn dreiging niet waar te kunnen maken, het was militair nog niet gereed en trok zich terug en er bleef de Serven niets anders over de strijd op te geven en AlbaniŽ weer te verlaten.
Wat bleef, was een toenemende haat ten opzichte van Oostenrijk-Hongarije, het land dat ServiŽ wederom gedwarsboomd had in haar plannen.
Op 30 juni 1913 brak de tweede Balkanoorlog uit.
Ditmaal was het Bulgarije dat de oorlog begon. Niet tevreden met de verdeling van de Turkse buit waarbij ServiŽ een, zo vond men, onevenredig groot stuk had ingepikt, vielen de Bulgaren s'nachts onverhoeds het land binnen om hun deel terug te pakken.
Maar nu herhaalde de geschiedenis zich maar dan omgekeerd. Deze keer waren het de Serven die krachtig terugsloegen en ze werden daarbij geholpen door Montenegro en Griekenland maar nog verrassender, ook door de Turken die de kans schoon zagen weer wat van het verloren terrein terug te nemen, nu ten koste van Bulgarije.
Ook RoemeniŽ mengde zich in de strijd en de Bulgaren dreigden geheel onder de voet te worden gelopen.
Oostenrijk-Hongarije zag hierin een unieke kans om de rekening met ServiŽ te vereffenen en het land binnen te vallen maar werd hiervan door haar Duitse bondgenoot weerhouden.
Wel stelde het een ultimatum dat gesteund werd door Duitsland en dit had tot gevolg dat de strijd luwde, men tot bezinning kwam en uiteindelijk besloot tot de vrede van Boekarest (10 aug.1913) waarbij ServiŽ wederom gebiedsuitbreiding realiseerde evenals Griekenland en RoemeniŽ, uiteraard alles ten koste van Bulgarije dat nu, aanzienlijk verzwakt, de toegestoken hand van Oostenrijk-Hongarije met beide handen aangreep.
De tweede Balkanoorlog had dus tot resultaat dat ServiŽ nog sterker was geworden maar Bulgarije niet langer tot haar bondgenoten kon rekenen.
RoemeniŽ daarentegen had kleur bekend en kwam, alhoewel nog niet openlijk,in het Slavische kamp en dat was uiteindelijk nog zo'n gekke ruil niet voor de ServiŽrs.
Met het einde van de tweede Balkanoorlog was de positie van Oostenrijk-Hongarije toch wel erg benard geworden terwijl ServiŽ steeds meer een factor van belang werd in de Balkan.
Dit land voelde zich nu zo sterk dat het weer militaire acties begon in AlbaniŽ daarmede de grote mogendheden en vooral ook Oostenrijk Hongarije tartende.
Op 17 aug. 1913 herhaalden deze hun eis aan ServiŽ om zich uit AlbaniŽ terug te trekken. ServiŽ zei Ďjaí maar deed zoals gewoonlijk Ďneeí en op 7 oktober besloot Oostenrijk-Hongarije haar weer een ultimatum te overhandigen dat dan uiteindelijk het gewenste resultaat had want pas toen trokken de Serven zich op het laatste moment terug.
Men was er duidelijk op uit geweest te bezien hoever men kon gaan en dit leidde weer tot hernieuwde en toenemende spanningen waarbij het initiatief steeds weer op ServiŽ terug te voeren was.
Het kon niet anders of vroeg of laat moest de bom barsten
Inmiddels was in BosniŽ-Hercegovina de toestand explosief geworden.

ĎIedereen die het gebied kende was het duidelijk dat elk moment de vlam in de pan kon slaan. Speciaal op de universiteiten had de Pan-Slavische propaganda zulke chaotische toestanden gecreŽerd dat van normale colleges geen sprake meer was. De Bosnische regering verklaarde dat een catastrofe nog slechts zou kunnen worden voorkomen door de allerzwaarste maatregelení.*58.

In het gehele land hing een atmosfeer van opwinding en agitatie."*59.
En zo, terwijl de spanningen het kookpunt bereikten, naderde 1914, het jaar waarin een gebeurtenis zou plaatsvinden die direct en indirect aanleiding zou worden tot de gruwelijke dood of onherstelbare verminking van zo'n 30 miljoen slachtoffers, hele generaties in het graf bracht en keizer- en koninkrijken van de aardbodem deed verdwijnen.

De moord op Aartshertog Franz Ferdinand

Die gebeurtenis was de moord op de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger, Franz-Ferdinand en zijn echtgenote op 28 juni 1914.
Die moord was als de lont in het kruitvat. Oostenrijk-Hongarije verklaarde ServiŽ de oorlog en beschuldigde de Servische regering er van, op de hoogte te zijn geweest van de aanslag en daar ook aan te hebben meegewerkt.
De gehele wereld, vriend en vijand, verafschuwde de misdaad.
Had Oo
_________________
bezoek ook onze website www.ssew.nl
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail
Mirjam
Moderator


Geregistreerd op: 5-1-2006
Berichten: 3229
Woonplaats: Hoek van Holland

BerichtGeplaatst: 09 Apr 2013 18:09    Onderwerp: Reageer met quote

Meer over het boek van Clark: http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?t=28979&highlight=slaapwandelaars
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45457

BerichtGeplaatst: 25 Apr 2013 9:40    Onderwerp: Reageer met quote

Zie ook: http://forumeerstewereldoorlog.nl/viewtopic.php?p=386815#386815
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45457

BerichtGeplaatst: 11 Aug 2013 10:32    Onderwerp: Reageer met quote

Omdat hier ook de vrede van Boekarest in 1913 vermeld wordt is dit misschien wel een toevoeging:
Vrede met uitzicht op oorlog
10 august 1913: Vrede van Boekarest beŽindigt Balkanoorlog
Quote:
De Balkanoorlogen, maar ook het Vredesverdrag van Boekarest van 10 augustus 1913, droegen in zich de kiemen van de wereldbrand van 1914-í18, en van het etnisch geweld en de volkenmoord die zich kort daarna, en in feite tot de periode van de oorlog in ex-JoegoslaviŽ, zouden voltrekken.

http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/vrede-met-uitzicht-op-oorlog
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Lingekopf
Bismarck


Geregistreerd op: 19-10-2006
Berichten: 15976
Woonplaats: Binnen de Atlantikwall en 135 km van het WO1-front

BerichtGeplaatst: 23 Aug 2013 17:42    Onderwerp: Reageer met quote

Ik heb het boek vandaag binnen.... lekker lezen in de Vogezen strax Laughing
_________________
"Setzen wir Deutschland, so zu sagen, in den Sattel! Reiten wird es schon kŲnnen..... "
"Wer den Daumen auf dem Beutel hat, der hat die Macht."

Otto von Bismarck, 1869
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht
Lingekopf
Bismarck


Geregistreerd op: 19-10-2006
Berichten: 15976
Woonplaats: Binnen de Atlantikwall en 135 km van het WO1-front

BerichtGeplaatst: 04 Okt 2013 22:14    Onderwerp: Reageer met quote

Ik heb me nu door de 647 pagina's geworsteld. Dat wil niet zeggen dat Clark's boek moeilijk te lezen is; het leest als een roman. Maar tegelijkertijd (en dat kan Clark niet worden aangewreven) is het een buitengewoon ingewikkeld verhaal, zoals je kunt verwachten van een goede historicus.
Clark beschrijft het totaal van alle intriges en nationale belangen van alle hoofdrolspelers bij het conflict en toont aan welke onverstandige beslissingen door de meeste partijen werden genomen. Al lezende zie je de ellende op je af komen.
Je zou kunnen concluderen dat ServiŽ inderdaad de oorlog heeft veroorzaakt, maar dat zou nooit mogelijk zijn geweest zonder de opstelling van alle andere spelers.
Een boek om meermalen door te lezen. Wel een absolute aanrader volgens mij.
_________________
"Setzen wir Deutschland, so zu sagen, in den Sattel! Reiten wird es schon kŲnnen..... "
"Wer den Daumen auf dem Beutel hat, der hat die Macht."

Otto von Bismarck, 1869
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht
A. Depage



Geregistreerd op: 1-6-2008
Berichten: 2882
Woonplaats: Dendermonde, Oost-Vlaanderen (B)

BerichtGeplaatst: 05 Okt 2013 7:15    Onderwerp: Reageer met quote

Lingekopf @ 04 Okt 2013 22:14 schreef:
Ik heb me nu door de 647 pagina's geworsteld. Dat wil niet zeggen dat Clark's boek moeilijk te lezen is; het leest als een roman. Maar tegelijkertijd (en dat kan Clark niet worden aangewreven) is het een buitengewoon ingewikkeld verhaal, zoals je kunt verwachten van een goede historicus.
Clark beschrijft het totaal van alle intriges en nationale belangen van alle hoofdrolspelers bij het conflict en toont aan welke onverstandige beslissingen door de meeste partijen werden genomen. Al lezende zie je de ellende op je af komen.
Je zou kunnen concluderen dat ServiŽ inderdaad de oorlog heeft veroorzaakt, maar dat zou nooit mogelijk zijn geweest zonder de opstelling van alle andere spelers.
Een boek om meermalen door te lezen. Wel een absolute aanrader volgens mij.


Het boek ligt intussen ook op mijn stapel. Alleen aan het twijfelen of ik eerst "De andere waarheid" van Andriessen zou lezen of dat van Clark Wink Midden-eind oktober moet ik eruit zijn Smile
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail
Patrick Mestdag
Moderator


Geregistreerd op: 30-5-2005
Berichten: 5614
Woonplaats: De Pinte

BerichtGeplaatst: 03 Feb 2014 9:41    Onderwerp: Reageer met quote

http://www.radio1.be/programmas/interne-keuken/slaapwandelaars

Radio 1 debat hierover , een beetje klungelig naar mijn mening.
Druk rechts op herbeluisteren in groene balk boven boek titel .
Stuk begint halverwege op 1:30


@+
Patrick
_________________
Verdun Ö.papperlapapp! Louis Fernand Celine
Ein Schlachten warís, nicht eine Schlacht zu nennenď Ernst Junger .
Oublier c'est trahir ! marechal Foch
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Kees van Gink



Geregistreerd op: 7-10-2014
Berichten: 10

BerichtGeplaatst: 11 Okt 2014 11:31    Onderwerp: Clark Reageer met quote

Ik heb Clark, slaapwandelaars ook gelezen.
Heeft iemand het boek "De andere waarheid"van Andriessen gelezen en klopt het dat die ongeveer hetzelfde schreef al 15 jaar geleden?
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail
A. Depage



Geregistreerd op: 1-6-2008
Berichten: 2882
Woonplaats: Dendermonde, Oost-Vlaanderen (B)

BerichtGeplaatst: 11 Okt 2014 11:50    Onderwerp: Reageer met quote

Bij Andriessen wordt er nog sterker gefocust op alle mogelijke elementen waarom ook de anderen (veel) boter op het hoofd hebben. De schuldvraag wordt echt verschoven. Dat van Clark gaat ook die richting uit, maar is nog net iets genuanceerder.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45457

BerichtGeplaatst: 11 Okt 2014 12:22    Onderwerp: Reageer met quote

Andriessen schrijft iig korter en bondiger.
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privť bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Boeken en recensies Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group