Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index Forum Eerste Wereldoorlog
Hét WO1-forum voor Nederland en Vlaanderen
 
 FAQFAQ   ZoekenZoeken   GebruikerslijstGebruikerslijst   WikiWiki   RegistreerRegistreer 
 ProfielProfiel   Log in om je privé berichten te bekijkenLog in om je privé berichten te bekijken   InloggenInloggen   Actieve TopicsActieve Topics 

De Zand- en Grindkwestie

 
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Nederland tijdens WO1 Actieve Topics
Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp  
Auteur Bericht
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45614

BerichtGeplaatst: 30 Mrt 2006 16:38    Onderwerp: De Zand- en Grindkwestie Reageer met quote

De Zand- en Grindkwestie : hoe het neutrale Nederland in 1918 bekneld raakte tussen twee getergde grootmachten.

Tekst van een lezing, gehouden voor de WFA februari 2005, tevens als artikel gepubliceerd in: Andriessen, H., (et al), De Grote Oorlog. Kroniek 1914-1918 deel 7 (Soesterberg 2005), 211-226.


© Alfred Staarman


Zand en grind, het zijn bepaald geen technologisch hoogstaande contrabande-artikelen, maar eerder weinig tot de verbeelding sprekende alledaagse grondstoffen. Toch was het minder onschuldig dan het leek toen in 1917 bleek dat ze door Duitsland in enorme hoeveelheden via Nederland naar het westfront werden getransporteerd om te worden gebruikt voor het maken van bunkers van gewapend beton. In goed Hoogduits MEBU’s: Mannschafts EisenBeton Unterstände. Pill boxes in het Engels.

Wat de geschiedenis in is gegaan als de Zand- en Grindkwestie begon als een juridisch geschil tussen Nederland en Groot-Brittannië over de vraag of simpel gezegd de transporten een mogelijk oorlogsdoel dienden. Vanwege de gigantische strategische belangen die er mee gemoeid waren kon de op het eerste gezicht academische kwestie uitgroeien tot een scherp conflict dat uiteindelijk door het domino-effect dat ontstond zeer bedreigend was voor het voortbestaan van de Nederlandse neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog. Nooit stond Nederland tijdens de oorlog dichter aan de rand van de afgrond dan in de winter van 1917-1918. De winter dat de Nederlandse minister van buitenlandse zaken John Loudon in de Britse pers werd gezien als ‘responsible for the loss of more British lives than the activities of any other Dutchman in history’. Zo hoog waren de gemoederen opgelopen en zo weinig consideratie hadden de Britten nog met een minister die standvastig en onwrikbaar het Nederlandse belang diende: de handhaving van de neutraliteit.


De zand- en grindkwestie stond in een periode dat de oorlogvoerende partijen zoveel mogelijk voordeel wensten te halen uit de omstandigheid dat Nederland neutraal was, niet op zichzelf. De kwestie hield direct of indirect mede verband met een hele rits andere bedreigingen van de neutraliteit die Nederland het hoofd moest bieden in het laatste oorlogsjaar. De doorvoer van zand en grind speelde voortdurend een rol bij compensatie eisen die het arme Nederland gesteld werden. In deze voordracht wil ik graag nader ingaan op een aantal politieke, diplomatieke en militaire aspecten rond de zand- en grindkwestie.

Nederland bond zich als neutraal land in het diplomatieke verkeer sterk aan het volkenrecht en internationale afspraken. Alleen dan kon één van de grootste bedreiging van de neutraliteit; de schijn van partijdigheid wekken, worden voorkomen. Dat oorlogvoerende landen op grote schaal internationale afspraken aan hun militaire laars lapten of zoals gebruikelijk alleen van toepassing achtten wanneer het ze uitkwam, was voor Nederland een permanent gegeven en een complicerende factor. Afspraken en conventies waren bovendien voor verschillende interpretaties vatbaar, zeker wanneer er weinig precedenten voorhanden zijn en al helemaal wanneer er verschillende afspraken in tegenspraak met elkaar leken te zijn. De uitzonderlijke oorlogsomstandigheden, die iedere vorm van welwillend streven naar oplossingen had vervangen door intimidatie en chantage, deden de rest. Maar toch, internationale afspraken en verdragen, hoe fragiel ook, vormden wel de basis waarop de oorlogvoerenden, dan wel niet onderling, maar wel met Nederland van gedachten wisselden. Op de kwestie van doorvoer van zand en grind waren twee verdragen van toepassing. De oudste was de Rijnvaartakte, uit 1868, waarin was bepaald dat scheepvaart op de Rijn vrij was voor alle oeverstaten. Daarnaast was er artikel 2 van de vijfde conventie ‘Nopens de rechten en verplichtingen van onzijdige mogendheden en personen in geval van oorlog te land’ dat bepaalde dat ‘het den oorlogvoerenden verboden [is] het grondgebied eener onzijdige Mogendheid door troepen of konvooien, munitie of krijgsvoorraden te doen doortrekken’. Dat was een product van de Haagse vredesconferentie van 1907. Nederland bracht de Haagse vredesconferentie in stelling tegen de Duitsers die zich uiteraard op de Rijnvaartakte beriepen, en precies het omgekeerde gebeurde in diplomatiek verkeer met de Britten.


Het eerste signaal dat er vanuit Duitland steeds grotere hoeveelheden zand en grind via Nederlandse waterwegen werden vervoerd naar België kwam in november 1915, toen generaal Snijders aan de minister van buitenlandse zaken Loudon hierover zijn zorgen kenbaar maakte. Snijders had als militair het niet ongerechtvaardigde vermoeden dat deze materialen geen civiele bestemming hadden maar gebruikt werden aan het front voor de versterkingen van loopgraven en de bouw van bunkers. In dat geval was het contrabande en zou Nederland op grond van neutraliteitsverplichtingen de doorvoer moeten verbieden. Kort daarna verschenen in de openlijk pro Britse krant De Telegraaf berichten van dezelfde strekking. Toen kon het ook niet lang meer duren voordat de Engelse inlichtingendienst er lucht van kreeg en het Foreign Office werd ingelicht. Intussen had de Nederlandse minister Loudon al aan de Duitse autoriteiten laten weten dat het ongestoord doorvoeren van steeds grotere hoeveelheden zand en grind niet langer kon worden toegestaan vanwege het gerede vermoeden dat de materialen niet of niet alleen een civiele bestemming hadden. Daarvoor waren de hoeveelheden eenvoudigweg te groot. Nederland stelde begin 1916 een maximum quotum in van 75.000 ton per maand, dat ongeveer overeen kwam met het niveau van de vooroorlogse uitvoer. De Duitsers dachten bij een quotum eerder aan 500.000 ton. De Duitsers drukten door en kwamen weg met de afspraak dat 420.000 ton maandelijks doorgevoerd mocht worden, mits iedere zending vergezeld ging van een schriftelijke verklaring dat de bestemming uitsluitend was het herstel van wegen, en dus civiel. De Nederlandse eis tot inspectie van de eindbestemming van de materialen werd ingewilligd. Een onderzoekscommissie bestaande uit twee Nederlandse genie-officieren vertrok in augustus 1916 naar België om vast te stellen wat de eindbestemming van de transporten was, wat een jaar later herhaald werd. Uit Brussel kwam vlak na de tweede reis het bericht van de Nederlandse gezant aldaar, ene mr. van Vollenhoven, die het volgende seinde naar zijn baas in Den Haag minister Loudon:

‘Als eene eigenaardige toevalligheid wordt nog vermeld, dat op een tijdstip, samenvallende met het bezoek van de laatste Nederlandse missie inzake den grindinvoer, de Duitsche overheid tot groote verwondering der Belgische autoriteiten eenige wagons grind heeft doen plaatsen op den weg van Antwerpen naar Brussel en aldaar doen uitstrooien, hetgeen nooit vantevoren was gebeurd terwijl buitendien de gesteldheid van den weg niets te wensen overliet.’

Het is moeilijk voor te stellen dat de heren Nederlandse genie-officieren zelf niet door hadden dat ze in het ootje genomen werden. Toch verbaasd het ook weer niet helemaal dat ze een keurig rapport produceerden met hun bevindingen waaruit bleek dat de Duitse autoriteiten overal in België druk doende waren met het herstellen van wegen. Dat kwam de Nederlandse autoriteiten immers goed uit. In ieder geval was formeel niet vastgesteld dat de materialen een oorlogsdoel hadden. Nederland kon zich nu richting de Britten verschuilen achter het rapport en zich legalistisch opstellen met de redenering: wij zijn onschuldig tot het tegendeel bewezen is. De transporten konden doorgaan vinden zo werd Berlijn medegedeeld, mits ze maar vergezeld gingen van die andere wassen neus; de schriftelijke verklaring dat ze een civiele bestemming hadden.

Dat de ergernis in London geleidelijk toenam is niet verwonderlijk. Dit was namelijk wat de Britse troepen in steeds grotere aantallen zagen verschijnen aan het westfront.

Vooral na de Slag bij de Somme in 1916 begonnen de Duitsers tactisch lering te trekken uit de gevechtsomstandigheden en meer en meer betonnen bunkers te bouwen. In tegenstelling tot de geallieerden die nog altijd uitgingen van een offensieve strategie die onverenigbaar was met statische defensieve bouwwerken. Het hoogtepunt van defensief denken en bijbehorende bunkerbouw was de Hindenburgline of Siegfriedstellung zoals de Duitsers hem noemden, in Noord-Frankrijk. Maar al vanaf 1915 werden rond Ieper betonnen constructies gebouwd, in totaal niet minder dan 2.000.
Dat is wat de Britten met lede ogen aanzagen, met het sterke vermoeden dat de grondstoffen voor de bunkers met muren van soms een meter dik, uit Duitsland kwamen en via Nederland werden doorgevoerd. De pill boxes zoals ze genoemd werden waren zeer berucht, ze boden bescherming aan Duitse infanteristen en mitrailleurschutters en ze waren doorgaans goed bestand tegen artillerievuur. Het leverde de Britten thuis dit soort heroïsche maar tegelijkertijd surrealistische beelden op.

(plaatje volgt)

Het onderschrift luidt: ‘Men of a Midland regiment reached an enemy concrete fort on the western front, when one of them put the muzzle of his Lewis gun through the opening in front – but before he could fire, a white flag was thrust out, and the garrison stood forth and surrendered.

Het uitschakelen of veroveren van een pill box ging alle optimistische berichtgeving voor consumptie aan het thuisfront ten spijt, onherroepelijk gepaard met grote verliezen.

Op de begraafplaats Tyne Cot nabij Ieper staan er nog enkele als stille getuigen van de slachting die daar plaatsvond toen Britse en koloniale troepen ze in 1917 veroverden op de Duitsers. Ze werden later als noodhospitalen gebruikt door Canadese divisies die er hun doden begroeven en daarmee het begin markeerden van wat later de grootste begraafplaats van de Britten en het gemenebest in Europa is geworden.
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45614

BerichtGeplaatst: 30 Mrt 2006 16:55    Onderwerp: Reageer met quote

In 1917 escaleerde de kwestie rond de doorvoer van zand-en grind. In september van het jaar dat het Britse leger leegbloedde bij de derde slag om Ieper, wilde de Nederlandse regering de Duitse zand en grind transporten stopzetten omdat het quotum voor dat jaar was bereikt. Het resultaat was het tegenovergestelde: de Duitsers eisten verhoging van het quotum met het argument dat in de komende wintermaanden door ijsgang op de rivieren de transporten gehinderd zouden kunnen worden. Het gevolg was dat tot half november 1917 de quota voor drie maanden vervoerd mochten worden, dubbel zoveel dus als normaal. Daarna tot maart 1918 niet meer. Nederlandse verzoeken tot inspectie van de bestemming werden verder geweigerd door de Duitsers.

Nu was in London de maat vol. De Nederlandse gezant en gevolmachtigd minister Engeland, Van Swinderen, werd te verstaan gegeven dat wat de Britten betrof uit het Nederlandse optreden ‘eene bezorgdheid voor de uitvoering van de Duitsche werken aan den dag trad, die te denken gaf.’

Deze diplomatiek geformuleerde twijfel aan de goede bedoelingen van Nederland werd kracht bijgezet door een ernstige represaille maatregel. De Britten verbraken in oktober 1917 alle telegraafverbindingen. Dat was des te erger omdat voor contact met Indië Nederland volledig afhankelijk was van Britse telegraaflijnen. Voor het Nederlandse bedrijfsleven was dit dan ook een grote strop. London gaf te verstaan de verbindingen te blokkeren zolang Nederland niet alle Duitse zand- en grind transporten verbood. Bovendien, zo liet men doorschemeren, zou Groot-Brittannië na de oorlog bij het verlenen van handelsfaciliteiten aan een land, de houding van dat land tijdens de oorlog laten meewegen. De Nederlandse regering kwam nu steeds meer klem te zitten. Toegeven aan de Britse eis was uitgesloten omdat dat oorlog met Duitsland tot gevolg zou hebben gehad. Maar het ernstige economische isolement waarin Nederland nu kwam te verkeren, in deze toch al zware tijden, beloofde ook weinig goeds. De tactiek van Loudon kon geen andere zijn dan protesteren bij de Britten tegen het verbreken van de kabelverbindingen en die zaak loskoppelen van de zand- en grindkwestie, en tegelijkertijd de zand- en grindkwestie zelf proberen zolang mogelijk met pappen en nathouden te rekken. De winter van 1917 -1918 kende een druk diplomatiek verkeer. De gezant Van Swinderen liep in Londen de deur zo ongeveer plat bij het Foreign Office en het Britse ministerie van Blokkade. De ervaren diplomaat, die al vele buitenlandse posten had bekleed en in een eerder kabinet al minister van buitenlandse zaken was geweest, had de ondankbare taak om aan de argwanende Britten tekst en uitleg te geven over de Nederlandse neutraliteitspolitiek zonder al te ongeloofwaardig te worden. In de bronnenuitgaven van de diplomatieke bescheiden uit die periode is goed te volgen hoe hij het steeds moeilijker kreeg. In november 1917 berichtte hij Den Haag: ‘De overtuiging dat de Nederlandse regering door den doorvoer van zand en grind […] hare neutraliteitsplicht verzaakt, is bij de minister van Bokkade sir Rober Cecil zoo diep, dat hij aan hetgeen Engeland doet, om te trachten aan die in hare gevolgen voor de Engelsche legerscharen zoo nadelige neutraliteitsschendingen een einde te maken, een moreel en juridisch volkomen gewettigd karakter meent te mogen toekennen.’ Met andere woorden : alle pogingen om de telegraafverbindingen hersteld te krijgen waren vooralsnog vruchteloos. Nederland had zelf geen machtsmiddelen om iets te bewerkstelligen maar kon het er natuurlijk ook niet bij laten zitten. Tekend voor de machteloosheid van Den Haag is de opdracht die Van Swinderen krijgt om nog maar weer eens te protesteren tegen het verbreken van de kabelverbindingen waarbij hem de suggestie werd gedaan de Engelse minister mee te delen dat er in Nederland plannen waren voor een ernstige protestdemonstratie tegen deze maatregel, en of de Engelsen er rekening mee wilden houden dat dit allemaal ten koste gaat van de goede naam en faam van het Verenigd Koninkrijk alhier. Dat zal allemaal bar weinig indruk gemaakt hebben. Eerder nog zal het, terwijl militairen uit alle delen van het Britse rijk bij duizenden sneuvelden in de Vlaamse modder, de irritaties verder hebben gevoed. Temeer daar inmiddels uit geologisch onderzoek was komen vast te staan dat in Duitse betonconstructies in Vlaanderen steensoorten voorkwamen uit het stroomgebied van de Rijn, en dus niet anders dan uit Duitsland afkomstig konden zijn. Voor Nederland was dat geen afdoende bewijs omdat niet alle Duitse zand- en grindtransporten via Nederland gingen, maar de Britten wisten genoeg.

In januari 1918 zag Van Swinderen, na een wisseling van de wacht van de top van het Britse ministerie van Blokkade ineens een mogelijkheid om tot een oplossing van het geschil te komen. Hij werkte een voorstel tot arbitrage door volkenrechtdeskundigen uit. Dit plan had echter geen kans van slagen. De Britten lieten weten dat wanneer arbitrage voor de Britse regering een onwelkom resultaat zou hebben, zij ze zich niet gebonden zouden achtten aan de uitkomst. Bovendien werd Van Swinderen vanuit Den Haag teruggefloten. De Nederlandse regering droeg zelf de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de neutraliteit en kon en wilde die niet uit handen geven. Voor een werkelijk afdoende oplossing van het geschil hadden behalve Britse en Nederlandse diplomaten natuurlijk ook Duitse onderhandelaars aan tafel moeten plaatsnemen en zoiets was begin 1918 eenvoudig ondenkbaar.

Tot grote opluchting van met name Nederlandse bedrijven werden begin februari 1918 de kabelverbindingen weer hersteld, een maatregel die de Britse regering nam om zoals ze zelf zei ‘uiting te geven aan haar groot verlangen, om de hartelijke betrekkingen, die zoo lang hadden bestaan tusschen beide regeringen, te handhaven en zoo mogelijk te versterken.’
Voor 15 maart 1918, het moment tot waarop Nederland de doorvoer had stopgezet, zou er een oplossing gevonden moeten worden. Maar zo ging het niet. De zaak nam een andere wending. De Verenigde Staten die in 1917 aan de oorlog waren mee gaan doen hadden al enige tijd een begerig oog laten vallen op Nederlandse koopvaardijschepen om hun grote tekort aan scheepsruimte voor vervoer van troepen naar Europa aan te vullen en hun door de U-boot oorlog geleden verliezen te compenseren. De Amerikanen, lange tijd een neutrale ‘bondgenoot’ van Nederland hadden om de schijn van rechtmatigheid op te houden een oude allang in onbruik geraakte rechtsregel opgediept en afgestoft. Dit was het recht van angarie dat er in voorzag onder oorlogsomstandigheden alle transportmiddelen, ongeacht hun nationaliteit, te vorderen. Weliswaar tegen een redelijke vergoeding nam de Amerikaanse regering in februari 1918 negentig Nederlandse koopvaardijschepen in beslag. In Engeland werden nog eens 45 schepen op deze wijze ‘buitgemaakt’. De Britten en Amerikanen zinspeelden al een half jaar op inbeslagname maar werd het nu pas uitgevoerd. Nederland verloor in een klap 650.000 -of eenderde van het totale- tonnage scheepsruimte in een tijd dat de import al dramatisch was gedaald door de gevaren ter zee. De enige die hier wel bij voeren waren de aandeelhouders van de rederijen; zij zagen de koersen stijgen. Beter een ruime vergoeding dan werkloos in een haven liggen of getorpedeerd worden.

Deze ‘schepenroof’ zoals koningin Wilhelmina het uitdrukte was zonder meer een ernstige schending van de neutraliteit die om een krachtige reactie vroeg. Het dilemma was nu hoe te reageren. Niet verstandig in deze omstandigheden was het voorstel van minister van marine Rambonnet, daarin gesteund door de koningin, om een gewapend convooi naar Indië te laten vertrekken. De Britten erkenden het recht van konvooi van neutrale landen niet, en hadden zichzelf bovendien het recht van visitatie toegekend. Dat was vragen om problemen. Het ging dan ook niet door. De enige die vertrok was de minister van marine. Hij trad af.
Minister-president Cort van der Linden lostte het anders op. Hij luchtte zijn hart na het vele onrecht hem en zijn regering namens de oorlogvoerenden reeds was aangedaan met een openlijk en krachtig protest –geen ultimatum- dat vooral voor Duitse oren bestemd was. ‘Its bark is intentionally worse than its bite’, zo omschreef een Britse diplomaat de machteloosheid van de Nederlandse regering.

Tekenend voor de precaire Nederlandse positie was de reactie in Berlijn. Daar was men uiteraard niet te spreken over het gemak waarmee Nederland in Duitse ogen zijn schepen had verkwanseld. De door Duitse onderzeeboten toegebrachte verliezen aan de geallieerde koopvaardijvloten was hierdoor gedeeltelijk weer tenietgedaan. Lag eerst Van Swinderen in Londen onder vuur over de zand- en grindkwestie, nu moest zijn collega in Berlijn, baron Gevers, tekst en uitleg geven over het vermeende bevoordelen van de Entente.

De Duitse reactie kon niet uitblijven. Ludendorff en Hindenburg zagen hun kans schoon en verlangden compensatie in de vorm van het volgende eisenpakket waarvan de twee belangrijkste elementen waren:
Ongehinderde doorvoer van zand en grind en ander legermaterieel over Nederlandse waterwegen, en het gebruik van de spoorlijn Dalheim –Roermond- Hamont voor Duitse militaire transporten. Logistieke capaciteit had de Duitse legerleiding nu meer dan ooit nodig omdat het grote voorjaarsoffensief van 1918 was begonnen.

De Duitse legerleiding was ook om een andere reden getergd. In diezelfde periode vlogen Engelse oorlogsvliegers systematisch over Nederlands grondgebied om Duits luchtafweergeschut in Vlaanderen te omzeilen. Dat waren ook forse schendingen van de neutraliteit maar Nederland had niet de militaire middelen om er effectief tegen op te treden. Hindenburg en Ludendorff dreigden desnoods zelf de luchtverdediging in Nederland ter hand nemen, wat de facto ook het einde van de Nederlandse neutraliteit zou hebben betekend. Het was geen bluf, het Duitse geduld was op. Om de harde woorden kracht bij te zetten werden twee Duitse divisies naar de Belgisch Nederlandse grens gedirigeerd. Nederland stond niet eerder zo dicht aan de rand van oorlog. Tekenend voor de situatie is dat in Nederland voor het eerst tijdens de oorlog de mogelijkheid voor een militaire alliantie met de Entente ter sprake kwam. De militair attaché in Londen, overste Tonnet, krijgt de opdracht van zijn baas Snijders om samenwerking van Nederlandse en geallieerde strijdkrachten te onderzoeken. Dat is een curieuze en op zichzelf niet ongevaarlijke actie, mochten de Duitsers er lucht van krijgen. Het verhoudt zich ook niet met de opvattingen van strikte handhaving van de neutraliteit waarbij zoveel mogelijk iedere schijn van partijdigheid moest worden vermeden. Het was dan ook niet zo dat er al gesproken werd met de geallieerden, dat zou niet kunnen, maar één en ander resulteerde wel in een ‘leidraad aan de hand waarvan besprekingen kunnen worden ingeleid zoodra de Nederlandsche regering de Opperbevelhebber daartoe opdracht geeft.’ Het is de eerste voorzichtige stap op weg naar aansluiting bij de geallieerden. Een ongebruikelijke stap voor een neutraal land, maar die kennelijk werd gerechtvaardigd door de nu wel zeer reële Duitse dreiging. Overigens had Snijders zelf weinig fiducie in de te verwachten hulp van de kant van de Engelsen, die al hun beschikbare troepen en materiaal al aan het front hadden ingezet.

Het diplomatieke verkeer met Duitsland was gecompliceerd. Er was enerzijds de politieke leiding -het Duitse ministerie van buitenlandse zaken- dat wat gematigder was, en anderzijds de legerleiding die met name in de persoon van Ludendorff verre van gematigd was. In feite had de legerleiding de touwtjes in handen maar tot groot geluk van Nederland was er ook nog de keizer die een zwak had voor Nederland. Hij was voor per slot van rekening als gevolg van dynastieke verwikkelingen in het verleden ook nog prins van Oranje. Keizer Wilhelm wilde dat Nederland buiten de oorlog bleef en heeft om dat te bewerkstelligen diverse malen de legerleiding teruggefloten. ‘Holland ist in Ruhe zu lassen’. Deze en andere woorden van gelijke strekking werden door zijne majesteit regelmatig in de kantlijn geplaatst van verzoeken van de legerleiding om optreden tegen de kleine buur.

Een andere belangrijke actor was koningin Wilhelmina. Zij liet geen gelegenheid voorbijgaan om keizer Wilhelm te herinneren aan de warme band en vriendschappelijke gevoelens die er over en weer bestonden. Toen de Duitse compensatie eisen als gevolg van de schepenvordering op tafel kwamen, stuurde zij prompt weer een telegram aan de keizer met de woorden: ‘Da die Entscheidung in Deinen Handen liegt, komme ich im Vertrauen auf Deine freundschaftlichen Gefühle für mich und mein Land mit der Bitte, dass Du Dich im Augenblick der Enstcheidung dieser für uns so höchernsten Frage in unseren Lage hineinzuversetzen versuchst’. De keizer zond een telegram terug met de mededeling dat hij de eisen van de legerleiding gerechtvaardigd vond. Maar de angel was er, zeer tegen de zin van Ludendorff, uit: Wilhelm wenste geen ultimatief sabelgekletter.

Er kwam eind april 1918 weliswaar geen ultimatum uit Berlijn, maar nog waren het zware eisen die aan Nederland gesteld werden: vrije doorvoer over water en spoor van alle zendingen, met uitzondering van vliegtuigen, wapens en munitie; 250.000 ton uitvoer van bouwmaterialen (zand & grind) zonder controle op de eindbestemming. De Tweede Kamer kwam in een geheime zitting bijeen om door de minister van buitenlandse zaken ingelicht te worden. Loudon wilde van geen wijken weten maar de Duitse gezant Rosen, die wist hoe dreigend de situatie was, had zonder medeweten van de minister met diverse partijleiders en de minister- president apart over de ernst van de zaak gesproken om ze tot toegeeflijkheid te bewegen. Tijdens het kabinetsberaad dat daarop volgde en waarin een antwoord geformuleerd moest worden op de Duitse eisen kwam op te elfder ure het bericht van de Franse gezant Allizé dat de geallieerden ongaarne zouden zien dat Nederland bij de oorlog betrokken zou raken door de moeilijkheden met Duitsland. Ook de geallieerden hadden er belang bij dat Nederland neutraal was en bleef, en ook zij hadden nu goed door dat er bewegingsvrijheid van de Nederlandse regering vrijwel tot nul was gereduceerd. De kou was uit de lucht en Duitsland kreeg wat het wilde hebben: vrijwel ongehinderd transport over Nederlandse bodem. Nederlandse militairen mochten aan de grens de ladingen controleren.

De plotselinge toegeeflijkheid van geallieerde zijde laat zich verklaren uit het feit dat zij niet wilden dat Nederland in het Duitse kamp terecht zou komen. Aan een neutraal Nederland viel immers meer voordeel te halen, al gold dat dan ook voor beide partijen. Wat Snijders waarschijnlijk juist inzag was dat de geallieerden ook helemaal niet in staat waren een Duitse invasie in Nederland tegen te gaan. Typerend is de conclusie van een rapport van de Britse Admirality Intelligence, dat luidt: ‘had we forced Holland to discontinue this traffic [zand en grind − AS] the Hindenburg defences could have never been built, except at enormous sacrifice of other necessary operations’ De vraag of de Entente met militaire middelen in staat was om aan de doorvoer van grondstoffen een einde te maken, moet waarschijnlijk ontkennend beantwoord worden. Anders hadden ze het wel gedaan gezien het grote strategische voordeel dat ze daarbij gehad zouden hebben. In feite moest men in Londen uit twee kwaden kiezen: Nederland niet langer neutraal, maar dan waarschijnlijk met een ongunstige uitkomst, of Nederland neutraal en als zodanig hooguit een handelspolitiek instrument in de strijd tegen Duitsland. Men koos voor de laatste optie.
Voor Duitsland gold op dezelfde gronden dat men de druk op Nederland tot maximale hoogte kon opvoeren. Als het alleen aan militairen als Ludendorff had gelegen, was de kans aanmerkelijk groter geweest dat Nederland gedwongen aan de zijde van Duitsland ten onder was gegaan. Duitsland was veel eenvoudiger in staat om Nederland snel te overrompelen, maar deed het ook niet. Economisch voordeel en keizerlijke genegenheid behoedden ons landje voor militaire draufgängers als Erich Ludendorff.

Tot slot
Nederland was in 1918 tot speelbal van de grote mogendheden geworden. Er ontstond een domino effect. Toegeven aan de een werd gecompenseerd met toegeven aan de ander. Van begin tot eind speelde daarbij de zand- en grindkwestie een rol. Het machteloze Nederland was gedwongen tot laveren en schipperen. Het begrip ‘strikte neutraliteitshandhaving’ werd zo ver mogelijk opgerekt als maar kon om het alternatief, ongewild partij worden in de oorlog, koste wat kost te voorkomen. Ook voor Nederland kwam het einde van de oorlog niets te vroeg.

Spil in deze politieke en diplomatieke balanceeract was de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, John Loudon.. De Duitse gezant Rosen schreef over hem: ‘Er ist kein Feind Deutschlands, aber auch natürlich niet unser Freund. Er steht mit seiner ganzen Anschauung auf dem Boden der Entente und sieht alles durch deren Brille’. Dan zouden ze dus in Engeland met Loudon moeten weglopen. Maar nee: de Engelse gezant oordeelde: Loudon, who is genuinely on our side, is a spineless person, who is so entangled in his ‘strict neutrality’, that he has become a political liar.’
Dat kan zijn. John Loudon moest zich vele intimidaties en hatelijkheden laten welgevallen maar speelde ondertussen een slim diplomatiek spel. Hij wist dat schendingen van de neutraliteit onontkoombaar waren, maar hij zorgde ervoor dat ze bij de tegenpartij nooit op werkelijk onoverkomelijke bezwaren stuitten. Hierin was hij een opportunistische, of zo u wilt pragmatische, politicus. Loudon, vaak afgeschilderd als een zwakke en wijfelachtige minister, was derhalve van beide het tegendeel hoewel hij de schijn misschien tegen had.
Een minister van buitenlandse zaken van een klein neutraal land omgeven door getergde grootmachten die in een strijd op leven en dood verwikkeld zijn, maakt weinig vrienden over de grens. Maar als voor Nederland de balans moet worden opgemaakt kan de conclusie geen andere zijn dat hij het goed heeft gedaan. Loudon stierf in 1955, op een gedenkwaardige datum: 11 november. De Telegraaf herdacht hem met de woorden:‘Er zijn maar weinigen, aan wie het Nederlandse volk zoveel te danken heeft gehad als aan deze diplomaat van grootse allure’.


Met dank aan Drs A.Staarman, Curator van het legermuseum te Delft
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Mario



Geregistreerd op: 20-2-2005
Berichten: 4423
Woonplaats: Rotterdam

BerichtGeplaatst: 30 Mrt 2006 17:13    Onderwerp: Reageer met quote

http://www.diplomatiekegeschiedenis.nl/contents/pages/1219/loudon.pdf

Over oud minister Loudon. Een flink deel gaat over de eerste wereldoorlog en de zand/grind kwestie komt ook aan de orde.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45614

BerichtGeplaatst: 09 Apr 2006 12:07    Onderwerp: Reageer met quote

Ik heb gisteren de 2 delen van De Donkere Poort van Dr P.H.Ritter gekocht en daar wordt de Zand-en Grindkwestie ook beschreven.
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45614

BerichtGeplaatst: 15 Apr 2006 7:34    Onderwerp: Reageer met quote



Quote:
een PILLBOX (Duits mitrailleursnest" wel met vermelding front Champagne!

I.v.m. dat "zand en grind" probleem WOI!

Met dank aan Jempie Smile
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45614

BerichtGeplaatst: 29 Nov 2013 11:28    Onderwerp: Reageer met quote

Nog eens onder de aandacht.
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
Yvonne
Admin


Geregistreerd op: 2-2-2005
Berichten: 45614

BerichtGeplaatst: 10 Feb 2018 22:04    Onderwerp: Reageer met quote

WO I: Een diplomatieke rel: de zand- en grindaffaire, 1917 en 1918



In 1917 ontstond er een flinke diplomatieke rel tussen Engeland en Nederland over de Nederlandse doorvoer van Duits zand en grind naar België. We belichten deze affaire van twee kanten: onze Engelse stagiaire Will O’Rourke dook in de Britse kranten en onze eigen redactie onderzocht wat de Nederlandse kranten erover te melden hadden.

Deel I: De Engelse kranten

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, verklaarde Nederland zich neutraal. Hoewel de grote oorlogsellende ons land bespaard bleef, was de oorlog voelbaar in het dagelijks leven. Door een Britse handelsblokkade en mijnenvelden op de Noordzee, en door Duitse onderzeeërs, die meer dan eens ook Nederlandse schepen tot zinken brachten, raakte Nederland geïsoleerd en in economische problemen.

Een diplomatiek geschil
Neutraal zijn betekende dat Nederland geen der strijdende partijen te veel tegemoet mocht komen. Soms belandde Nederland daardoor in een benarde positie. In het laatste kwartaal van 1917 diende zich een lastige affaire aan die Nederland alsnog in de oorlog had kunnen betrekken. Het Britse dagblad The Times publiceerde op 17 oktober 1917 een artikel ‘A check on unneutral acts’. In dit artikel beschuldigde The Times de Nederlandse regering ervan de neutraliteit geweld te doen door Duitse goederen bestemd voor militair gebruik door Nederland naar België te laten transporteren.

Het meningsverschil hierover liep zo hoog op, dat Engeland besloot om Nederland de toegang tot de onderzeese telegraafkabels te ontzeggen. Een tegenslag voor Nederland, dat geen contact met Indië meer kon leggen en nog sterker geïsoleerd raakte.

Verder lezen:
https://www.kb.nl/themas/geschiedenis-en-cultuur/nederland-tijdens-de-eerste-wereldoorlog/wo-i-een-diplomatieke-rel-de-zand-en-grindaffaire-1917-en-1918
_________________
Met hart en ziel
De enige echte

https://twitter.com/ForumWO1
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Verstuur mail Bekijk de homepage
AOK4



Geregistreerd op: 10-11-2006
Berichten: 2408
Woonplaats: Wevelgem

BerichtGeplaatst: 11 Feb 2018 6:50    Onderwerp: Reageer met quote

Dit thema komt ook (beperkt aan bod in het boek "Bouwen aan het Front" van mezelf en Kristof Blieck, maar dan meer de discussie over het Portland cement.
Naar boven
Bekijk gebruikers profiel Stuur privé bericht Bekijk de homepage
Berichten van afgelopen:   
Plaats nieuw bericht   Plaats Reactie    Forum Eerste Wereldoorlog Forum Index -> Nederland tijdens WO1 Tijden zijn in GMT + 1 uur
Pagina 1 van 1

 
Ga naar:  
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
Je mag geen reacties plaatsen
Je mag je berichten niet bewerken
Je mag je berichten niet verwijderen
Ja mag niet stemmen in polls


Powered by phpBB © 2001, 2002 phpBB Group